Aardrijkskunde leerdoelen 2.1-2.9
2.1 De opbouw van de aarde
Je kent de opbouw van de aarde.
- Aardkern -> Aardmantel -> korst(ook wel lithosfeer).
Je weet dat de aardkorst bestaat uit verschillende soorten korst.
Continentale korst Oceanische korst
- licht gesteente - zwaar gesteente
- gemiddeld 40 km dik - gemiddeld 8 km dik
- graniet - basalt
Je begrijpt hoe processen in de aarde de beweging van de aardplaten veroorzaken.
- Door de warmte van de aardkern wordt het gesteente in de aardmantel verwarmd.
Doordat dat gesteente warm wordt zet het uit. Het zal opstijgen in de richting van de
aarde. Hierbij ontstaan convectiestromen waarmee de warmte wordt verplaatst.
Door dit proces wordt er beweging in de aardplaten veroorzaakt.
2.2 Platentektoniek en aardbevingen
Je weet op welke manieren de aardplaten ten opzichte van elkaar bewegen.
- Naar elkaar toe: convergente plaatgrenzen
- Uit elkaar: divergente plaatgrenzen
- Langs elkaar: transforme plaatgrenzen
- Continentale platen bewegen langzamer dan oceanische platen
- Een divergente plaatgrens op de oceaanbodem zorgt voor ruimte, waardoor de
opkomende magma naar buiten komt. (midoceanische rug)
- Subductie: als de oceanische plaat onder de continentale plaat gaat
Subductie
zone
Basalt dus zwaarder dus naar beneden
, - Ontstaan vulkanisme in subductie zone:
- 1 oceanische plaat gaat onder continentale plaat en neemt sediment en water mee.
- 2 oceanische plaat smelt door hoge temperatuur en druk.
- 3 een gasrijk magma(stroperig) is gevormd en wil omhoog.
- 4 druk in magmakamer wordt steeds groter. (zie 5 op volgende blz)
- 5 er komt een eruptie (uitbarsting).
Je begrijpt hoe plaatbewegingen bijdragen aan het ontstaan van aardbevingen.
- Zwaarste aardbevingen ontstaan bij convergente en transforme plaatgrenzen.
- Door ruwheid gesteente blijven de platen een lange periode soort klem zitten, tot ze
plotseling binnen enkele seconden een heel eind opschuiven.
- Al die jaren van klem zitten werd er spanning opgebouwd, en dit komt nu in één keer
vrij.
- De vrijgekomen trillingen verspreiden zich in alle richtingen
- Hypocentrum: exacte plek van de aardbeving in de aardkorst
- Epicentrum: de plaats aan het aardoppervlak die boven de aardbevingshaard ligt.
- Bij hevige aardbevingen op de oceaanbodem kunnen tsunami’s ontstaan
2.3 vulkanisme
Je weet welke typen vulkanen er worden onderscheiden en welke eruptietypen bij deze
vulkanen voorkomen.
- Explosieve eruptie: een vulkaan uitbarsting die met veel kracht verloopt.
- Effusieve eruptie: een vulkaan uitbarsting met een rustig verloop.
- Stratovulkaan: steil, convergente plaatgrens, subductie, gasrijk magma, explosieve
erupties.
- Schildvulkaan: breed/vlak/laag, effusieve eruptie, divergente plaatgrens, gasarm
magma.
- Caldera: heftige eruptie geweest waardoor de magmakamer is ingestort. Explosieve
eruptie(gehad) vindt plaats op plek met explosief vulkanisme. Vulkaan zonder top.
- Hotspot: midden op een plaat,
explosief vulkanisme.
- Effusieve erupties verloop:
- 1 het mantelgesteente is vast
door combi van hoge druk en
temperatuur.
- 2 zodra t mantelgesteente
omhoog komt bij de
midoceanische rug wordt de
druk minder en smelt het
gesteente door de hoge
temperatuur.
- 3 door het gat tussen de platen stroomt de magma rustig naar buiten.
- Explosieve erupties verloop:
- 1 oceaanbodem (basalt) vermengd met sediment en water duikt naar beneden.
- 2 op 100-150 km diepte smelt basalt, sediment en water en vormt lichte maar
stroperige magma.
- 3 de lichte magma stijgt tot in de magmakamer.
2.1 De opbouw van de aarde
Je kent de opbouw van de aarde.
- Aardkern -> Aardmantel -> korst(ook wel lithosfeer).
Je weet dat de aardkorst bestaat uit verschillende soorten korst.
Continentale korst Oceanische korst
- licht gesteente - zwaar gesteente
- gemiddeld 40 km dik - gemiddeld 8 km dik
- graniet - basalt
Je begrijpt hoe processen in de aarde de beweging van de aardplaten veroorzaken.
- Door de warmte van de aardkern wordt het gesteente in de aardmantel verwarmd.
Doordat dat gesteente warm wordt zet het uit. Het zal opstijgen in de richting van de
aarde. Hierbij ontstaan convectiestromen waarmee de warmte wordt verplaatst.
Door dit proces wordt er beweging in de aardplaten veroorzaakt.
2.2 Platentektoniek en aardbevingen
Je weet op welke manieren de aardplaten ten opzichte van elkaar bewegen.
- Naar elkaar toe: convergente plaatgrenzen
- Uit elkaar: divergente plaatgrenzen
- Langs elkaar: transforme plaatgrenzen
- Continentale platen bewegen langzamer dan oceanische platen
- Een divergente plaatgrens op de oceaanbodem zorgt voor ruimte, waardoor de
opkomende magma naar buiten komt. (midoceanische rug)
- Subductie: als de oceanische plaat onder de continentale plaat gaat
Subductie
zone
Basalt dus zwaarder dus naar beneden
, - Ontstaan vulkanisme in subductie zone:
- 1 oceanische plaat gaat onder continentale plaat en neemt sediment en water mee.
- 2 oceanische plaat smelt door hoge temperatuur en druk.
- 3 een gasrijk magma(stroperig) is gevormd en wil omhoog.
- 4 druk in magmakamer wordt steeds groter. (zie 5 op volgende blz)
- 5 er komt een eruptie (uitbarsting).
Je begrijpt hoe plaatbewegingen bijdragen aan het ontstaan van aardbevingen.
- Zwaarste aardbevingen ontstaan bij convergente en transforme plaatgrenzen.
- Door ruwheid gesteente blijven de platen een lange periode soort klem zitten, tot ze
plotseling binnen enkele seconden een heel eind opschuiven.
- Al die jaren van klem zitten werd er spanning opgebouwd, en dit komt nu in één keer
vrij.
- De vrijgekomen trillingen verspreiden zich in alle richtingen
- Hypocentrum: exacte plek van de aardbeving in de aardkorst
- Epicentrum: de plaats aan het aardoppervlak die boven de aardbevingshaard ligt.
- Bij hevige aardbevingen op de oceaanbodem kunnen tsunami’s ontstaan
2.3 vulkanisme
Je weet welke typen vulkanen er worden onderscheiden en welke eruptietypen bij deze
vulkanen voorkomen.
- Explosieve eruptie: een vulkaan uitbarsting die met veel kracht verloopt.
- Effusieve eruptie: een vulkaan uitbarsting met een rustig verloop.
- Stratovulkaan: steil, convergente plaatgrens, subductie, gasrijk magma, explosieve
erupties.
- Schildvulkaan: breed/vlak/laag, effusieve eruptie, divergente plaatgrens, gasarm
magma.
- Caldera: heftige eruptie geweest waardoor de magmakamer is ingestort. Explosieve
eruptie(gehad) vindt plaats op plek met explosief vulkanisme. Vulkaan zonder top.
- Hotspot: midden op een plaat,
explosief vulkanisme.
- Effusieve erupties verloop:
- 1 het mantelgesteente is vast
door combi van hoge druk en
temperatuur.
- 2 zodra t mantelgesteente
omhoog komt bij de
midoceanische rug wordt de
druk minder en smelt het
gesteente door de hoge
temperatuur.
- 3 door het gat tussen de platen stroomt de magma rustig naar buiten.
- Explosieve erupties verloop:
- 1 oceaanbodem (basalt) vermengd met sediment en water duikt naar beneden.
- 2 op 100-150 km diepte smelt basalt, sediment en water en vormt lichte maar
stroperige magma.
- 3 de lichte magma stijgt tot in de magmakamer.