Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 3 out of 18 pages
Summary

Samenvatting Neuropsychologische diagnostiek UU, ISBN: 9789089532527 Neuropsychologische Diagnostiek ()

Document preview thumbnail
Preview 3 out of 18 pages

Deze samenvatting bevat de leerstof uit het boek 'Hendriks, M., Kessels, R., Gorissen, M., Schmand, B. & Duits, A. (2014). Neuropsychologische diagnostiek. Amsterdam: Boom. ISBN 2527', behorend bij het vak Neuropsychologische diagnostiek.

Content preview

Diagnostisch proces
Syndromen: cluster van symptomen die vaak samen voorkomen en daardoor een zelfde
onderliggende pathologie veronderstellen.
Halo-effect: het veronderstellen van klachten of symptomen omdat dit past bij de klachten die de
patiënt noemt, terwijl deze er in werkelijkheid niet zijn.
Base rate: de a priori-kans van een bepaalde diagnose. Hier moet rekening mee gehouden worden
als je valide uitspraken wil doen.

Diagnostische cyclus:
1. Klachtenanalyse
2. Probleemanalyse
3. Diagnosestelling
4. Indicatiestelling
 Tijdens elke stap worden hypothesen gevormd, bevestigd en/of verworpen (d.m.v. een NPO).

Diagnostisch proces:
1. Anamnese en heteroanamnese
 Uitnodiging voor onderzoek naar de patiënt bevat: het doel van onderzoek, manier van
rapporteren, de verantwoordelijkheid van de psycholoog, recht op inzage, bezwaar,
correctie en blokkering.
 Anamnese:
o Vragen naar aard, verloop en ernst van klachten en de gevolgen hiervan in het
dagelijks leven.
o Vragen naar ziektegeschiedenis en psychosociale factoren om de klachten in een
groter verband te plaatsen.
o Premorbide functioneren in kaart brengen: opleiding, beroepscarrière en
privé/sociaal leven.
o Rekening houden met telescoopeffect: gebeurtenissen van langgeleden worden als
recenter herinnerd. Daarnaast kan een patiënt selectief zijn in de klachtenrapportage
 vragen naar specifieke voorbeelden.
o Begint met uitleg van de procedure en een samenvatting van de voorinformatie.
Daarna vragen naar aanvang, chronologie en timing waarin klachten zich presenteren.
Ook goed doorvragen naar de duur en verloop van klachten.
o Ook van belang om te vragen naar fysieke problemen, visus- of gehoorstoornissen,
pijnklachten en vermoeidheid.
o Bij een vermoeden voor ontwikkelingsstoornissen: naar geboortecomplicaties vragen.
Bij kinderen is het altijd van belang om te vragen naar ontwikkeling.
 Heteroanamnese:
o Belangrijk om toestemming te vragen van de patiënt.
o Over het algemeen dezelfde vragen als bij de anamnese.
o Wanneer anamnese en heteroanamnese tegelijk zijn kan de interactie tussen de
patiënt en de naaste geobserveerd worden.
2. Vraagstelling en hypothesevorming
 Vraagstellingen:
o Lezak et. al: 2 soorten vraagstellingen  diagnostisch (vragen naar
differentiaaldiagnostiek) en beschrijvend (vragen naar gedragsbeschrijving).
o De Bruyn: 9 typen vraagstellingen die leiden tot andere onderzoekstypen.

,  Hypothesen moeten toetsbaar zijn.
 Waarschijnlijkheidsdiagnose: wanneer je een aantal hypotheses hebt verworpen en tot
een waarschijnlijke diagnose komt.
3. Testselectie en testafname
 Testkeuze hangt af van het onderzoek en kenmerken van de patiënt.
 Hypothese toetsen aan de hand van anamnese, observaties, vragenlijsten en testen.
 Kwaliteitscriteria:
o Validiteit  constructvaliditeit: meet dat waarvoor de test ontwikkeld is.
o Betrouwbaarheid  kleine meetfout en hoge test-hertest betrouwbaarheid. Vaak is
dit laatste niet bekend, waardoor er geen uitspraak gedaan kan worden over het
beloop of herstel van een cognitieve functie. Ook kan er sprake zijn van een
leereffect, maar dit kan enigszins voorkomen worden door paralleltaken van
neuropsychologische tests. Echter kunnen patiënten ook test-wise worden:
strategieën ontwikkelen om taken beter en sneller te maken, doordat ze herhaaldelijk
neurologische testen moeten doen.
o Normering  normen zijn gebaseerd op een vergelijkbare groep als de patiënt en
met voldoende proefpersonen.
o Relevantie  de test moet gedragskenmerken meten die van belang zijn bij de
beantwoording van de vraagstelling.
 COTAN-beoordeling of zelf beoordelen (met testhandleiding en handboeken van
Lezak, corrigeren voor leeftijd en opleidingsniveau is belangrijk)




 Testafname:
o Testvolgorde: vaak is er sprake van toenemende complexiteit (om plafond- en
bodemeffecten te voorkomen). Wanneer een test te moeilijk is kan een bodemeffect
de oorzaak zijn van een lage score. Er moet voor gezorgd worden dat er geen
interferentie is (bijv. meerdere geheugentaken achter elkaar kan niet).
o Testing the limits: gestructureerde observatie om het maximale prestatieniveau van
de patiënt te achterhalen. Zo kan gekeken worden waarom iemand bepaalde taken
niet goed kan. De normgegevens worden dan niet gebruikt  probeer verklaringen
voor het slechte presteren van patiënten uit te sluiten: laat de patiënt doorgaan
ondanks dat de tijdlimiet bereikt is, help de patiënt en/of geef een simpelere versie
van de taak.
4. Observatie
 Indirecte observaties: alle gedragsobservaties die in het contact tussen patiënt en betrokkenen
worden gedaan die niet in relatie staan tot het onderzoek. Er moet toestemming gevraagd
worden om deze informatie te verzamelen.
 Directe observaties: beoordeling van het gedrag dat direct samenhangt met het NPO. Nadeel:
gedrag wordt beperkt door de gestructureerde situatie van het NPO. Werkhouding, werkwijze,

, zintuigelijk functioneren, taalgebruik en andere cognitieve vaardigheden horen ook bij directe
observaties.
 Soorten observaties:
o Fysieke verschijning en presentatie: de wijze waarop de patiënt zich presenteert en
of deze conform kalenderleeftijd of geslacht is.
o Contactname: geeft een eerste indruk over socialisatievaardigheden. Ook letten op
contactgroei tijdens de afname.
o Socialisatie: houdt de patiënt zich aan de gebruikelijke sociale omgangsregels?
o Emotionele reacties: van belang om vast te stellen of er sprake is van stoorfactoren.
o Werkhouding: motivatie en inzet kunnen prestaties beïnvloeden.
o Zintuigelijke functies: het onderzoeksmateriaal moet eventueel aangepast worden als
er sprake is van zintuigelijke beperkingen.
o Motoriek: te onderscheiden in grove motoriek, lichaamshouding en fijne motorische
vaardigheden. Hiervoor moet het onderzoeksmateriaal ook mogelijk worden
aangepast.
o Aandacht en concentratie: neurologische en psychiatrische aandoeningen verstoren
vaak de selectieve aandacht  interferentiegevoeliger en sneller afgeleid. Er moet
gezorgd worden voor optimale testomstandigheden.
o Geheugen: bij vragen naar autobiografische kennis of recente gebeurtenissen kunnen
geheugenproblemen naar voren komen.
o Spraak en taal: observeren van de kwaliteit van communicatie en taalvaardigheden.
Beperkingen in taalgebruik (ook inhoudelijk beoordelen) en vloeiendheid van spraak
kan wijzen op neuropsychologische aandoeningen.
 Enkel de relevante observaties moeten gerapporteerd worden. Geen interpretaties of
conclusies vermelden.
5. Interpretatie
 Vindt plaats gedurende het hele diagnostische proces
 Bestaat uit het inventariseren en wegen van al het bewijs voor en tegen de
onderzoekshypothese en differentiaal-diagnostische mogelijkheden.
 Premorbide functioneren: wordt bepaald met demografische gegevens, gevoelige tests
voor hersenfuncties en gegevens uit de anamneses. Zo kan gekeken worden of er werkelijk
sprake is van afwijkingen.
 Analyse: ruwe score  normscores  soort score om het profiel van testresultaten te
kunnen interpreteren. Alert zijn op:
o Het profiel is minder eenduidig dan het er uit ziet, doordat tests met verschillende
normgroepen zijn gescoord  Geconormeerde tests: tests die op dezelfde groep zijn
genormeerd. Hierdoor kunnen beslissingen statisch worden beschouwd in plaats van
kwalitatief.
o Grote verschillen tussen pieken en dalen zijn normaal en komen eveneens bij normale
mensen voor.
 Statistisch significante verschillen: gebaseerd op standaardmeetfouten van de test.
Klinisch significante verschillen: gebaseerd op de frequenties waarmee scoreverschillen in
de normgroep voorkomen.
 Gedragsneurologische tests: korte, eenvoudige proefjes met aan nauwelijks
gestandaardiseerde werkwijze, die alleen kwalitatieve interpretatie toelaten. Falen op
deze tests wijst op pathognomische symptomen (met zekerheid zeggend) van een
hersenfunctiestoornis. Richt zich op complexere, cognitieve functies. Voordeel: veel
informatie over het functioneren in weinig tijd. Nadeel: de moeilijkheidsgraad is laag,
waardoor lichte stoornissen niet opgemerkt worden.
 Vooraf-kans interpretatie  Stelling van Bayes: P(H|E) = (P(H) x P(E|H))/ P(E)
o H = onderzoekshypothese

Connected book
 image
Publisher: oktober 2014 ISBN: 9789089532527 Edition: 1

Document information

Study
Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
April 13, 2022
Number of pages
18
Written in
2020/2021
Type
Summary
$5.95

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
Silkeverboom
3.0
(3)
Sold
30
Followers
23
Items
8
Last sold
3 weeks ago

Reviews from verified buyers



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions