1
Samenvatting Histologie van de Harde
Tandweefsels:
Glazuur:
• Lichaamsweefsel met de hoogste mineralisatiegraad (ook hardste weefsel)
o 96% anorganisch (hydroxyapatietkristallen, gevolg van biomineralisatie)
o 4% organisch materiaal (amelogenines en non-amelogenines)
▪ Residuen die ingesloten raken op specifieke plekken
• Toegangsweg van pathogenen
• Kenmerken van glazuur:
o Translucent of doorschijnend van nature
o Dikte is zeer variërend
▪ 0,1 mm ter hoogte van de cement-glazuur grens
▪ 2,5 mm ter hoogte van de knobbeltop
• Nodig voor het kauwen
• Glazuur wordt opgebouwd door cylindrische glazuurstaafjes of -prisma’s
o Omgeven door interprismatische substantie of tussenstof
Hardheid van glazuur:
• Komt door de hoge mineralisatiegraad
o Zo unieke weerstand tegenover kauwkrachten, chemische en bacteriële aanvallen
• Glazuur is ook broos:
o Vooral op plaatsen waar het niet ondersteund is door dentine
Glazuurstaafje:
• Fundamentele organisatorische eenheid van glazuur
• Structuur wordt bepaald door de processus van Tomes
o De secreterende kant van de ameloblast
o Kristallen zullen altijd in loodrechte richting afgescheiden worden
o A, b en c zijde zullen kirstallen afscheiden
▪ Door de buiging zullen de kristallen onder een schuine oriëntatie staan
▪ Bij terugtrekking zal de ameloblast een spoor achterblijven
• Kristallen in het staafje:
o Chaotisch geordend
o Centraal lopen de kristallen evenwijdig met de lengteas
▪ Buigen naar de randen toe af
• Zullen scherpe hoek vormen met de kristallen van de tussenstof
o Cervicaal zullen de kristallen
confluent doorlopen in die
van de tussenstof
• Kristallen in de tussenstof of
interrod:
o Kristallen parallel geordend
Histologie van de Harde Tandweefsels
, 2
Interfaceruimte van het glazuurstaafje:
• Of schede of interprismatische ruimte
• Kenmerken:
o Zo goed als kristalvrij
o Veel organisch materiaal
▪ De glazuurproteïnen
o Verhoogde microporositeit
▪ Zorgt voor verzwakking van het glazuur, cariësfavoriserend
o Circa 1 µm
• Cariësfavoriserende structuur
• Locatie waar de kristallen onder scherpe hoek elkaar ontmoeten
Verloop van glazuurstaafjes:
• Verloop van het glazuurstaafje is radiaalwaarts naar binnen
o Komt door de beweging van de ameloblast
▪ Naar buiten vanaf de glazuur-dentine grens
• Verloop wordt bepaald door:
o Richting in de rij
o Relatie met staafjes in de bovenliggende rij
o Golvingen van elk staafje
Verloop van glazuurstaafjes (richting in de rij)(1):
• Staafjes verlopen in rijen rond de kroon
o Horizontaal loodrecht op het oppervlak van de tand
• Staafjes liggen evenwijdig naast elkaar
Verloop van glazuurstaafjes (relatie met staafjes in de bovenliggende rij)(2):
• Verklaart de verstrengeling
• Bovenliggende rij zal de dentinegrens naderen onder een hoek van +2°
o Zal blijven stijgen tot een hoek van 10° (6de rij, 16de rij….)
• Na de +10° zal de hoek telkens verminderen met -2° (11de rij, 21ste rij)
o Dan weer wisselen enzovoort
Verloop van glazuurstaafje (golvingen van elk
staafje)(3):
• In dwarse vlak vertoning van 2 golvingen:
o Golving van circa 1000 µm en een
golving van 16 µm
• In overlangse vlak vertoning van 1 golf:
o Golving van 4 µm aanwezig
• Gevolg van weg die ameloblast aflegt tijdens
de amelogenese
Histologie van de Harde Tandweefsels
, 3
Stria van Retzius:
• Groeilijnen
o Op deze plek is het glazuur van iets
mindere kwaliteit
▪ Gewijzigde secretie van de
ameloblast
o Op de oppervlakte zijn dit zeer kleine
indeukingen (zie afbeelding)
• Ameloblast heeft een appositionele groei
o Zal dus pauzes inlassen (de groeilijnen)
o Stellen wekelijkse aangroei voor van glazuur
• Cariësfavoriserende structuur
• Hoe dikker de groeilijn, duidt op stilvallen van de productie
• Longitudinale coupe (coupe over de top) :
o Lijnen verlopen opwaarts van dentine naar het glazuuroppervlak
• Dwarse coupe:
o Lijnen zullen liggen in concentrische ringen (vergelijking met een boom)
• Voorbeeld:
o Neonatale lijn
o Stria van Retzius op het oppervlak zijn perikymata
Neonatale lijn:
• Geaccentueerde groeilijn
• Geeft de grote fysiologische wijzigingen weer rond de geboorte
Dwarsstreping:
• Verschijnt op coupes als periodieke banden
o Stellen dagelijkse aangroei van glazuur voor (4 µm)
• Gevormd door groeven in de structuur van de glazuurstaafjes
• Oorzaak is onbekend
Banden van Hunter-Schreger:
• Alternerende lichte en donkere banden
o Aanwezig op slijppreparaten
o Periodieke banden op longitudinale coupe
• Strekken zich uit over 4/5 van de glazuurbreedte
• Uitsluitend optisch verschijnsel
o Door verschillen in de oriëntatie van aangrenzende groepen glazuurstaafjes
• Hebben geen invloed op de cariës
• Oorzaak:
o Verschil in richting van aangrenzende groepen staafjes
Histologie van de Harde Tandweefsels
Samenvatting Histologie van de Harde
Tandweefsels:
Glazuur:
• Lichaamsweefsel met de hoogste mineralisatiegraad (ook hardste weefsel)
o 96% anorganisch (hydroxyapatietkristallen, gevolg van biomineralisatie)
o 4% organisch materiaal (amelogenines en non-amelogenines)
▪ Residuen die ingesloten raken op specifieke plekken
• Toegangsweg van pathogenen
• Kenmerken van glazuur:
o Translucent of doorschijnend van nature
o Dikte is zeer variërend
▪ 0,1 mm ter hoogte van de cement-glazuur grens
▪ 2,5 mm ter hoogte van de knobbeltop
• Nodig voor het kauwen
• Glazuur wordt opgebouwd door cylindrische glazuurstaafjes of -prisma’s
o Omgeven door interprismatische substantie of tussenstof
Hardheid van glazuur:
• Komt door de hoge mineralisatiegraad
o Zo unieke weerstand tegenover kauwkrachten, chemische en bacteriële aanvallen
• Glazuur is ook broos:
o Vooral op plaatsen waar het niet ondersteund is door dentine
Glazuurstaafje:
• Fundamentele organisatorische eenheid van glazuur
• Structuur wordt bepaald door de processus van Tomes
o De secreterende kant van de ameloblast
o Kristallen zullen altijd in loodrechte richting afgescheiden worden
o A, b en c zijde zullen kirstallen afscheiden
▪ Door de buiging zullen de kristallen onder een schuine oriëntatie staan
▪ Bij terugtrekking zal de ameloblast een spoor achterblijven
• Kristallen in het staafje:
o Chaotisch geordend
o Centraal lopen de kristallen evenwijdig met de lengteas
▪ Buigen naar de randen toe af
• Zullen scherpe hoek vormen met de kristallen van de tussenstof
o Cervicaal zullen de kristallen
confluent doorlopen in die
van de tussenstof
• Kristallen in de tussenstof of
interrod:
o Kristallen parallel geordend
Histologie van de Harde Tandweefsels
, 2
Interfaceruimte van het glazuurstaafje:
• Of schede of interprismatische ruimte
• Kenmerken:
o Zo goed als kristalvrij
o Veel organisch materiaal
▪ De glazuurproteïnen
o Verhoogde microporositeit
▪ Zorgt voor verzwakking van het glazuur, cariësfavoriserend
o Circa 1 µm
• Cariësfavoriserende structuur
• Locatie waar de kristallen onder scherpe hoek elkaar ontmoeten
Verloop van glazuurstaafjes:
• Verloop van het glazuurstaafje is radiaalwaarts naar binnen
o Komt door de beweging van de ameloblast
▪ Naar buiten vanaf de glazuur-dentine grens
• Verloop wordt bepaald door:
o Richting in de rij
o Relatie met staafjes in de bovenliggende rij
o Golvingen van elk staafje
Verloop van glazuurstaafjes (richting in de rij)(1):
• Staafjes verlopen in rijen rond de kroon
o Horizontaal loodrecht op het oppervlak van de tand
• Staafjes liggen evenwijdig naast elkaar
Verloop van glazuurstaafjes (relatie met staafjes in de bovenliggende rij)(2):
• Verklaart de verstrengeling
• Bovenliggende rij zal de dentinegrens naderen onder een hoek van +2°
o Zal blijven stijgen tot een hoek van 10° (6de rij, 16de rij….)
• Na de +10° zal de hoek telkens verminderen met -2° (11de rij, 21ste rij)
o Dan weer wisselen enzovoort
Verloop van glazuurstaafje (golvingen van elk
staafje)(3):
• In dwarse vlak vertoning van 2 golvingen:
o Golving van circa 1000 µm en een
golving van 16 µm
• In overlangse vlak vertoning van 1 golf:
o Golving van 4 µm aanwezig
• Gevolg van weg die ameloblast aflegt tijdens
de amelogenese
Histologie van de Harde Tandweefsels
, 3
Stria van Retzius:
• Groeilijnen
o Op deze plek is het glazuur van iets
mindere kwaliteit
▪ Gewijzigde secretie van de
ameloblast
o Op de oppervlakte zijn dit zeer kleine
indeukingen (zie afbeelding)
• Ameloblast heeft een appositionele groei
o Zal dus pauzes inlassen (de groeilijnen)
o Stellen wekelijkse aangroei voor van glazuur
• Cariësfavoriserende structuur
• Hoe dikker de groeilijn, duidt op stilvallen van de productie
• Longitudinale coupe (coupe over de top) :
o Lijnen verlopen opwaarts van dentine naar het glazuuroppervlak
• Dwarse coupe:
o Lijnen zullen liggen in concentrische ringen (vergelijking met een boom)
• Voorbeeld:
o Neonatale lijn
o Stria van Retzius op het oppervlak zijn perikymata
Neonatale lijn:
• Geaccentueerde groeilijn
• Geeft de grote fysiologische wijzigingen weer rond de geboorte
Dwarsstreping:
• Verschijnt op coupes als periodieke banden
o Stellen dagelijkse aangroei van glazuur voor (4 µm)
• Gevormd door groeven in de structuur van de glazuurstaafjes
• Oorzaak is onbekend
Banden van Hunter-Schreger:
• Alternerende lichte en donkere banden
o Aanwezig op slijppreparaten
o Periodieke banden op longitudinale coupe
• Strekken zich uit over 4/5 van de glazuurbreedte
• Uitsluitend optisch verschijnsel
o Door verschillen in de oriëntatie van aangrenzende groepen glazuurstaafjes
• Hebben geen invloed op de cariës
• Oorzaak:
o Verschil in richting van aangrenzende groepen staafjes
Histologie van de Harde Tandweefsels