Bedrijfseconomie
Introductie:
Wat betekent bedrijfseconomie?
BEDRIJF = eenheid die productiefactoren combineert om G&D te produceren
Bedrijfseconomie= Studie van het economisch handelen van een bedrijfshuishouding
= onderdeel van de economische wetenschap
Wat zijn de verschillende onderdelen?
Behoeften <------------------------------------------------------------------------------------> Middelen
(overvloedig) (beperkt of schaars)
Keuzeprobleem
= Maximale behoeftebevrediging met de gegeven middelen
= Economisch principe
De onderneming geconfronteerd met talrijke behoeften + beperkt budget keuze tussen
verschillende behoeften toepassing economische principe toepassen
Economisch principe= Met gegeven middelen zoveel mogelijk behoeften bevredigen.
In de bedrijfseconomie heeft men te maken met schaarsteprobleem. Uit schaarsteprobleem groeit
waardeverschijnsel.
Zonder schaarste geen economie & geen waarde
Doel ondernemingsactiviteit= optimalisatie van de winst (= winstmaximalisatie)
Doel bereiken door de vooropgestelde productiehoeveelheid te realiseren met een minimum aan
kosten.
Onderneming streeft bewust bij de planning naar continuïteit op lange termijn. Zo zal men de op
korte termijn bestaande winstmogelijkheden bewust prijsgeven, wanneer daardoor de toekomstige
winstmogelijkheden van het bedrijf te veel zouden worden geschaad.
Monopolist heeft nooit een onbeperkte machtspositie.
Monopolist zal rekening moeten houden met een mogelijke toetreding tot de markt van potentiële
concurrenten.
De overheid kan optreden wanneer een monopolist misbruik zou maken van zijn economische
machtspositie.
, (bv. door een te hoge prijs vast te stellen)
“Heilige” doelen van de onderneming
- Behalen van de maximale winst op lange termijn.
- Verkrijgen van een groter marktaandeel/ maximale omzet.
- Verzekeren van de werkgelegenheid.
- Zorgen voor welzijn van de betrokkenen bij de onderneming.
Niet- geldelijke motieven kunnen ook het handelen van de ondernemingsleiding bepalen. Zo kan
bijvoorbeeld machtsverhoudingen in de ondernemingen (bv. omwille van meer status en prestige)
het beleid in belangrijke mate beïnvloeden.
Ook problemen zoals milieuverontreiniging en consumentenbescherming zouden heel wat
ondernemingen aan het hart moeten liggen.
Een bedrijf= een technisch-organisatorische eenheid die de productiefactoren natuur, arbeid en
kapitaal combineert met als doel goederen te produceren of diensten te presteren.
Bv. een staalfabriek, een vervoersbedrijf
Een onderneming= een economisch-juridische eenheid die zich van het bedrijf bedient om haar
kapitaal zo renderend mogelijk te maken.
Bv. de nv Sidmar, de bvba Van Machelen
Stakeholders= belanghebbenden zoals aandeelhouders, kredietverschaffers en
diverse overheidsinstanties)
Doel Management accounting: verzamelen, ordenen, analyseren en rapporteren van (financiële)
informatie voor planning + control door het management binnen een onderneming.
Gericht op: interne plannings- en besturingsactiviteiten (richting geven).
Doel Financial accounting= voorbereiding van financiële overzichten die opgesteld worden om
externe stakeholders inzicht te geven over de financiële positie van een bedrijf. Door externe
verslaggeving (bijvoorbeeld jaarverslagen en halfjaarlijkse rapportages = gegevens uit verleden)
,Het onderdeel cost accounting
houdt zich bezig met het bepalen
van kostprijzen van verschillende
kostobjecten.
Deze info wordt later verwerkt,
samen met nog andere financiële
en niet-financiële informatie, in
een rapportering naar het
management v/d onderneming
= Management accounting
, D1: Kostenbegrippen
Taak bedrijfseconomie: Voortbrengen van goederen en diensten
Kosten= middelen die doelmatig werden of zullen worden ingezet in een onderneming om het
gewenste eindproduct/dienst voor te brengen.
Geldwaarde van middelen die worden opgeofferd of verbruikt door bedrijf
= KOST
Kosten= Aanwenden of verbruiken van middelen bij productieproces.
Bv. elektriciteit verbruiken om badjassen te maken (= productiemiddel)
Onkosten= Kosten die konden vermeden worden
Uitgaven= Betaling van productiemiddelen
Bv. betaling factuur van aangekochte van elektriciteit
Kaskosten= Kosten tevens uitgaven + Persoonlijke kosten uit de kas
Niet-kaskosten= Het zijn wel kosten, maar dan zonder dat er geld wordt uitgegeven.
Afschrijven heeft wel gevolgen voor de winst die naar beneden gaat, maar niet voor de kaspositie
van het bedrijf. Er zijn geen geldbewegingen, dus de middelen worden niet aangetast door af te
schrijven.
1) Waardevermindering
2) Afschrijvingen
3) Voorziening
Introductie:
Wat betekent bedrijfseconomie?
BEDRIJF = eenheid die productiefactoren combineert om G&D te produceren
Bedrijfseconomie= Studie van het economisch handelen van een bedrijfshuishouding
= onderdeel van de economische wetenschap
Wat zijn de verschillende onderdelen?
Behoeften <------------------------------------------------------------------------------------> Middelen
(overvloedig) (beperkt of schaars)
Keuzeprobleem
= Maximale behoeftebevrediging met de gegeven middelen
= Economisch principe
De onderneming geconfronteerd met talrijke behoeften + beperkt budget keuze tussen
verschillende behoeften toepassing economische principe toepassen
Economisch principe= Met gegeven middelen zoveel mogelijk behoeften bevredigen.
In de bedrijfseconomie heeft men te maken met schaarsteprobleem. Uit schaarsteprobleem groeit
waardeverschijnsel.
Zonder schaarste geen economie & geen waarde
Doel ondernemingsactiviteit= optimalisatie van de winst (= winstmaximalisatie)
Doel bereiken door de vooropgestelde productiehoeveelheid te realiseren met een minimum aan
kosten.
Onderneming streeft bewust bij de planning naar continuïteit op lange termijn. Zo zal men de op
korte termijn bestaande winstmogelijkheden bewust prijsgeven, wanneer daardoor de toekomstige
winstmogelijkheden van het bedrijf te veel zouden worden geschaad.
Monopolist heeft nooit een onbeperkte machtspositie.
Monopolist zal rekening moeten houden met een mogelijke toetreding tot de markt van potentiële
concurrenten.
De overheid kan optreden wanneer een monopolist misbruik zou maken van zijn economische
machtspositie.
, (bv. door een te hoge prijs vast te stellen)
“Heilige” doelen van de onderneming
- Behalen van de maximale winst op lange termijn.
- Verkrijgen van een groter marktaandeel/ maximale omzet.
- Verzekeren van de werkgelegenheid.
- Zorgen voor welzijn van de betrokkenen bij de onderneming.
Niet- geldelijke motieven kunnen ook het handelen van de ondernemingsleiding bepalen. Zo kan
bijvoorbeeld machtsverhoudingen in de ondernemingen (bv. omwille van meer status en prestige)
het beleid in belangrijke mate beïnvloeden.
Ook problemen zoals milieuverontreiniging en consumentenbescherming zouden heel wat
ondernemingen aan het hart moeten liggen.
Een bedrijf= een technisch-organisatorische eenheid die de productiefactoren natuur, arbeid en
kapitaal combineert met als doel goederen te produceren of diensten te presteren.
Bv. een staalfabriek, een vervoersbedrijf
Een onderneming= een economisch-juridische eenheid die zich van het bedrijf bedient om haar
kapitaal zo renderend mogelijk te maken.
Bv. de nv Sidmar, de bvba Van Machelen
Stakeholders= belanghebbenden zoals aandeelhouders, kredietverschaffers en
diverse overheidsinstanties)
Doel Management accounting: verzamelen, ordenen, analyseren en rapporteren van (financiële)
informatie voor planning + control door het management binnen een onderneming.
Gericht op: interne plannings- en besturingsactiviteiten (richting geven).
Doel Financial accounting= voorbereiding van financiële overzichten die opgesteld worden om
externe stakeholders inzicht te geven over de financiële positie van een bedrijf. Door externe
verslaggeving (bijvoorbeeld jaarverslagen en halfjaarlijkse rapportages = gegevens uit verleden)
,Het onderdeel cost accounting
houdt zich bezig met het bepalen
van kostprijzen van verschillende
kostobjecten.
Deze info wordt later verwerkt,
samen met nog andere financiële
en niet-financiële informatie, in
een rapportering naar het
management v/d onderneming
= Management accounting
, D1: Kostenbegrippen
Taak bedrijfseconomie: Voortbrengen van goederen en diensten
Kosten= middelen die doelmatig werden of zullen worden ingezet in een onderneming om het
gewenste eindproduct/dienst voor te brengen.
Geldwaarde van middelen die worden opgeofferd of verbruikt door bedrijf
= KOST
Kosten= Aanwenden of verbruiken van middelen bij productieproces.
Bv. elektriciteit verbruiken om badjassen te maken (= productiemiddel)
Onkosten= Kosten die konden vermeden worden
Uitgaven= Betaling van productiemiddelen
Bv. betaling factuur van aangekochte van elektriciteit
Kaskosten= Kosten tevens uitgaven + Persoonlijke kosten uit de kas
Niet-kaskosten= Het zijn wel kosten, maar dan zonder dat er geld wordt uitgegeven.
Afschrijven heeft wel gevolgen voor de winst die naar beneden gaat, maar niet voor de kaspositie
van het bedrijf. Er zijn geen geldbewegingen, dus de middelen worden niet aangetast door af te
schrijven.
1) Waardevermindering
2) Afschrijvingen
3) Voorziening