De begrippen ziektegerelateerde ondervoeding, klinische depletie, voedingstoestand,
anorexie, cachexie, sarcopenie, wasting en katabolie in eigen woorden uitleggen
- Ziekte gerelateerde ondervoeding = Ondervoeding als gevolg van een ziekte
- Klinische depletie = Ondervoeding dankzij een ziekte
- Voedingstoestand = de conditie van het lichaam als gevolg van inname, absorptie en benutting
van voeding enerzijds en de invloed van ziektefactoren anderzijds.
Slechte voedingstoestand = disbalans
- Anorexie = Niet willen eten / sprake van verminderde energie inname zijn ten gevolge van
- obstructie door tumor
- Behandeling
- psychosociale problemen
- voedselvoorziening die anders en beperkt is in het ziekenhuis
- thuis: te moe zijn om eten klaar te maken
- Cachexie = Het gevolg van metabole veranderingen door ziekte-gerelateerde toename in
cytokine productie(Stresshormonen). Gluconeogenese gaat omhoog. Verlies van vet, eiwit en
spier
- Dankzij negatieve eiwitbalans alle weefsels slecht onderhouden en cellen voor
onderhoud worden niet aangemaakt minder weerstand tegen infecties, er komt
bloedarmoede en er ontstaat makkelijk decubutis
- weinig ketonzuur vorming
- meer insuline productie, maar vaak wel insulineresistentie!
Mensen met verhoogde kans op cachexia, risicogroepen
- Oncologie patiënten
- Chronische darmziekten, met ontstekingen
- COPD longziekten
- Aids
- Chronische nierfalen
- Leverfalen
- Chronische hartfalen
- Reumatoide artritis
- Sarcopenie = verlies van spiermassa (kracht) (nadruk op spier/eiwit verlies !! )
- primaire sarcopenie: leeftijd-gerelateerd verlies van skeletspiermassa en kracht/functie
- niet ziekte gerelateerd
- oorzaken:
- eiwit metabolisme: vermindere synthese van spiereiwit
- hormonen: vermindere beschikbaarheid van anabole hormonen zoals testosteron,
groeihormonen en oestrogeen
- gebrek aan lichaamsbeweging kan het proces van sarcopenie versnellen
- Veroudering minder spieropbouw netto verlies van spiermassa
- hierdoor ook atrofie = verminderde “voedingstoestand” van organen verschrompelen
- minder herstel en opbouw
- lichaamsbeweging kan sarcopenie niet voorkomen
- daling basaalmetabolisme
Primaire sarcopenie Secundaire sarcopenie
Leeftijd-gerelateerd Activiteit-gerelateerd
Hormonen; verminderde beschikbaarheid van Ziekte-gerelateerd
anabole hormonen zoals testosteron, - Co-morbiditeit
groeihormoon en oestrogeen
Toename pro inflammatoire cytokines en Voedings-gerelateerd
oxidatieve stress - Energie, eiwit, vitamine D
Eiwit metabolisme; verminderde synthese van
spiereiwit, veranderingen in spierweefsel
- Wasting = acute ondervoeding voor korte periodere (Dagen tot weken)
- Acute ziekte of grote operatie
- Ernstig katabool
- Lichaamseiwit in grote hoeveelheden afgebroken
- metabole stress
, - Katabolie = afbraak. Te zien aan ernstige spierafbraak, hoog ureumgehalte in urine
De prevalentie van ondervoeding in Nederlandse zorginstellingen benoemen
- Ongeveer 1 op de 10 cliënten in het algemene ziekenhuis is ondervoed en 1 op de 6 in de
verpleeg- en verzorgingshuizen
60-70 jr: 5-13%
>80 jr: 11-50%
25-40% in ziekenhuizen
20-25% in verpleeg en verzorgingshuizen
15-25% bij thuis organisaties
De verschillende vormen van ondervoeding benoemen en kent het tijdsverloop van deze
vormen van ondervoeding
Chronische ondervoeding (stunting)
o Geen wonden, geen stress etc.
o Ten gevolge van een chronische ziekte
o Langdurig: vaak maanden tot jaren
o Tekort aan eiwit en energie
o Licht katabole toestand ten gevolge van ziekte en of geringe voedselinname
Acute ondervoeding (wasting)
Mengvorm
o Onbehandelde chronische ondervoeding + een ernstige katabole toestand ten gevolge
van een acute ziekte of grote operatie
o Tekort aan eiwit en energie in de voeding + verhoogde afbraak lichaamseiwitten tgv
ernstig katabole situatie
o Dit type komt het meest voor in de klinische setting en is moeilijk herkenbaar omdat:
De patiënt niet vermagerd hoeft te zijn (zelfs bij overgewicht)
Er vaak sprake is van oedemen
Pre cachexia
o Onderliggende chronische ziekte
o Ongewenst gewichtsverlies van meer dan 5 % van het gebruikelijke gewicht in de
afgelopen 6 maanden
o Chronische of terugkerende inflammatie (verhoogde spiegels C-reactive protein, glucose-
intolerantie, bloedarmoede, hypoalbuminemie)
o Belangrijk: vroegtijdig signaleren zodat voorkomen wordt dan het ontwikkelt tot
cachexia
Sarcopenie
De oorzaken en gevolgen van ondervoeding in eigen woorden uitleggen
Oorzaken:
- Fysieke factoren
- Een verminderde smaak, geur, eetlust, mobiliteit, een ontregeling van het honger en
verzadigingsgevoel, een verstoorde vertering en opname in het maagdarmkanaal, pijn en
vermoeidheid
- Psychische factoren
- Angst, depressie, eenzaamheid, verdriet en verandering in levenssituatie
- Medische factoren: de ziektetoestand (inflammatie in verschillende gradaties), kauw- en
slikproblemen, dementie, bijwerkingen van medicatie en verslavingsproblematiek
• Kwetsbare ouderen
• Chronische ziekten
• Oncologische patiënten
• Patiënten die een grote operatie ondergaan en patiënten met een ernstig trauma
- Sociale factoren: verminderde of geen mogelijkheid om boodschappen te (laten) doen en eten te
bereiden, eenzaamheid, rouw en armoede
Gevolgen:
- Afname gewicht en spiermassa
- Vertraagd herstel en verminderde afweer
- Algehele fysieke en psychische achteruitgang
- Verhoogde kans op:
- (Verlengde) ziekenhuisopname
- Extra thuishulp
- Opname in verpleeg- of verzorgingshuis
anorexie, cachexie, sarcopenie, wasting en katabolie in eigen woorden uitleggen
- Ziekte gerelateerde ondervoeding = Ondervoeding als gevolg van een ziekte
- Klinische depletie = Ondervoeding dankzij een ziekte
- Voedingstoestand = de conditie van het lichaam als gevolg van inname, absorptie en benutting
van voeding enerzijds en de invloed van ziektefactoren anderzijds.
Slechte voedingstoestand = disbalans
- Anorexie = Niet willen eten / sprake van verminderde energie inname zijn ten gevolge van
- obstructie door tumor
- Behandeling
- psychosociale problemen
- voedselvoorziening die anders en beperkt is in het ziekenhuis
- thuis: te moe zijn om eten klaar te maken
- Cachexie = Het gevolg van metabole veranderingen door ziekte-gerelateerde toename in
cytokine productie(Stresshormonen). Gluconeogenese gaat omhoog. Verlies van vet, eiwit en
spier
- Dankzij negatieve eiwitbalans alle weefsels slecht onderhouden en cellen voor
onderhoud worden niet aangemaakt minder weerstand tegen infecties, er komt
bloedarmoede en er ontstaat makkelijk decubutis
- weinig ketonzuur vorming
- meer insuline productie, maar vaak wel insulineresistentie!
Mensen met verhoogde kans op cachexia, risicogroepen
- Oncologie patiënten
- Chronische darmziekten, met ontstekingen
- COPD longziekten
- Aids
- Chronische nierfalen
- Leverfalen
- Chronische hartfalen
- Reumatoide artritis
- Sarcopenie = verlies van spiermassa (kracht) (nadruk op spier/eiwit verlies !! )
- primaire sarcopenie: leeftijd-gerelateerd verlies van skeletspiermassa en kracht/functie
- niet ziekte gerelateerd
- oorzaken:
- eiwit metabolisme: vermindere synthese van spiereiwit
- hormonen: vermindere beschikbaarheid van anabole hormonen zoals testosteron,
groeihormonen en oestrogeen
- gebrek aan lichaamsbeweging kan het proces van sarcopenie versnellen
- Veroudering minder spieropbouw netto verlies van spiermassa
- hierdoor ook atrofie = verminderde “voedingstoestand” van organen verschrompelen
- minder herstel en opbouw
- lichaamsbeweging kan sarcopenie niet voorkomen
- daling basaalmetabolisme
Primaire sarcopenie Secundaire sarcopenie
Leeftijd-gerelateerd Activiteit-gerelateerd
Hormonen; verminderde beschikbaarheid van Ziekte-gerelateerd
anabole hormonen zoals testosteron, - Co-morbiditeit
groeihormoon en oestrogeen
Toename pro inflammatoire cytokines en Voedings-gerelateerd
oxidatieve stress - Energie, eiwit, vitamine D
Eiwit metabolisme; verminderde synthese van
spiereiwit, veranderingen in spierweefsel
- Wasting = acute ondervoeding voor korte periodere (Dagen tot weken)
- Acute ziekte of grote operatie
- Ernstig katabool
- Lichaamseiwit in grote hoeveelheden afgebroken
- metabole stress
, - Katabolie = afbraak. Te zien aan ernstige spierafbraak, hoog ureumgehalte in urine
De prevalentie van ondervoeding in Nederlandse zorginstellingen benoemen
- Ongeveer 1 op de 10 cliënten in het algemene ziekenhuis is ondervoed en 1 op de 6 in de
verpleeg- en verzorgingshuizen
60-70 jr: 5-13%
>80 jr: 11-50%
25-40% in ziekenhuizen
20-25% in verpleeg en verzorgingshuizen
15-25% bij thuis organisaties
De verschillende vormen van ondervoeding benoemen en kent het tijdsverloop van deze
vormen van ondervoeding
Chronische ondervoeding (stunting)
o Geen wonden, geen stress etc.
o Ten gevolge van een chronische ziekte
o Langdurig: vaak maanden tot jaren
o Tekort aan eiwit en energie
o Licht katabole toestand ten gevolge van ziekte en of geringe voedselinname
Acute ondervoeding (wasting)
Mengvorm
o Onbehandelde chronische ondervoeding + een ernstige katabole toestand ten gevolge
van een acute ziekte of grote operatie
o Tekort aan eiwit en energie in de voeding + verhoogde afbraak lichaamseiwitten tgv
ernstig katabole situatie
o Dit type komt het meest voor in de klinische setting en is moeilijk herkenbaar omdat:
De patiënt niet vermagerd hoeft te zijn (zelfs bij overgewicht)
Er vaak sprake is van oedemen
Pre cachexia
o Onderliggende chronische ziekte
o Ongewenst gewichtsverlies van meer dan 5 % van het gebruikelijke gewicht in de
afgelopen 6 maanden
o Chronische of terugkerende inflammatie (verhoogde spiegels C-reactive protein, glucose-
intolerantie, bloedarmoede, hypoalbuminemie)
o Belangrijk: vroegtijdig signaleren zodat voorkomen wordt dan het ontwikkelt tot
cachexia
Sarcopenie
De oorzaken en gevolgen van ondervoeding in eigen woorden uitleggen
Oorzaken:
- Fysieke factoren
- Een verminderde smaak, geur, eetlust, mobiliteit, een ontregeling van het honger en
verzadigingsgevoel, een verstoorde vertering en opname in het maagdarmkanaal, pijn en
vermoeidheid
- Psychische factoren
- Angst, depressie, eenzaamheid, verdriet en verandering in levenssituatie
- Medische factoren: de ziektetoestand (inflammatie in verschillende gradaties), kauw- en
slikproblemen, dementie, bijwerkingen van medicatie en verslavingsproblematiek
• Kwetsbare ouderen
• Chronische ziekten
• Oncologische patiënten
• Patiënten die een grote operatie ondergaan en patiënten met een ernstig trauma
- Sociale factoren: verminderde of geen mogelijkheid om boodschappen te (laten) doen en eten te
bereiden, eenzaamheid, rouw en armoede
Gevolgen:
- Afname gewicht en spiermassa
- Vertraagd herstel en verminderde afweer
- Algehele fysieke en psychische achteruitgang
- Verhoogde kans op:
- (Verlengde) ziekenhuisopname
- Extra thuishulp
- Opname in verpleeg- of verzorgingshuis