KINDEROPVANG WEERHOUDT KIND NIET VAN VEILIGE HECHTING
Kinderopvang en veilige hechting gaan hand in hand
Filosofie voor Pedagogen
Vrije Universiteit Amsterdam
21-10-2021
, KINDEROPVANG WEERHOUDT KIND NIET VAN VEILIGE HECHTING
Kinderopvang en veilige hechting gaan hand in hand
Kinderopvang is vandaag de dag een controversieel onderwerp. In Frankrijk is het
normaal dat kinderen vijf dagen in de week naar de opvang gaan. Is het echter wel goed voor
het kind om zo vaak gescheiden te zijn van de ouders? Sociaal pedagoog Feddema is hier zeer
uitgesproken over. Zij stelt dat ouders veel meer tijd moeten gaan spenderen met hun kinderen
om hun band te versterken. Ze schrijft onder andere dat kinderen onder de 4 jaar niet naar de
opvang zouden moeten gaan, omdat zij dan geen hechte relatie kunnen ontwikkelen met hun
ouders. Naast de ouders zou niemand in deze periode op de kinderen moeten passen. Wat haar
betreft is het Franse model dus destructief voor de band tussen ouder en kind. In dit essay zal
door het begrip hechting te definiëren en de aannames in Feddema’s uitingen onder de loep te
nemen betoogd worden waarom kinderopvang volgens het Frans model het kind niet van een
veilige hechting weerhoudt (Oomen, 2017).
Hechting
De term veilige hechting beschrijft een relatie tussen ouder en kind gekenmerkt wordt
door voorspelbaarheid, veiligheid en affectie. Deze vorm van hechting zorgt ervoor dat het
kind nieuwe dingen durft te verkennen en steun zoekt bij de hechtingsfiguur voor stress- en
emotieregulatie. Een ouder die sensitief is tegenover de behoeften van het kind en deze
tegemoetkomt bevordert een dergelijke vorm van hechting. Een onveilige hechting is het
tegenovergestelde hiervan. Dit beschrijft een onvoorspelbare relatie tussen ouder en kind,
hierdoor kan het kind niet berusten op de ouder voor steun en stressregulatie (Bowlby, 2007).
Vorming en onomkeerbaarheid
Allereerst stelt Feddema dat kinderen onder de vier jaar niet naar de opvang zouden
mogen, omdat dit de band met de ouders onherstelbaar zou aantasten. Ze veronderstelt dus dat
hechting in de eerste vier levensjaren van het kind onomkeerbaar gevormd wordt (Oomen,
Kinderopvang en veilige hechting gaan hand in hand
Filosofie voor Pedagogen
Vrije Universiteit Amsterdam
21-10-2021
, KINDEROPVANG WEERHOUDT KIND NIET VAN VEILIGE HECHTING
Kinderopvang en veilige hechting gaan hand in hand
Kinderopvang is vandaag de dag een controversieel onderwerp. In Frankrijk is het
normaal dat kinderen vijf dagen in de week naar de opvang gaan. Is het echter wel goed voor
het kind om zo vaak gescheiden te zijn van de ouders? Sociaal pedagoog Feddema is hier zeer
uitgesproken over. Zij stelt dat ouders veel meer tijd moeten gaan spenderen met hun kinderen
om hun band te versterken. Ze schrijft onder andere dat kinderen onder de 4 jaar niet naar de
opvang zouden moeten gaan, omdat zij dan geen hechte relatie kunnen ontwikkelen met hun
ouders. Naast de ouders zou niemand in deze periode op de kinderen moeten passen. Wat haar
betreft is het Franse model dus destructief voor de band tussen ouder en kind. In dit essay zal
door het begrip hechting te definiëren en de aannames in Feddema’s uitingen onder de loep te
nemen betoogd worden waarom kinderopvang volgens het Frans model het kind niet van een
veilige hechting weerhoudt (Oomen, 2017).
Hechting
De term veilige hechting beschrijft een relatie tussen ouder en kind gekenmerkt wordt
door voorspelbaarheid, veiligheid en affectie. Deze vorm van hechting zorgt ervoor dat het
kind nieuwe dingen durft te verkennen en steun zoekt bij de hechtingsfiguur voor stress- en
emotieregulatie. Een ouder die sensitief is tegenover de behoeften van het kind en deze
tegemoetkomt bevordert een dergelijke vorm van hechting. Een onveilige hechting is het
tegenovergestelde hiervan. Dit beschrijft een onvoorspelbare relatie tussen ouder en kind,
hierdoor kan het kind niet berusten op de ouder voor steun en stressregulatie (Bowlby, 2007).
Vorming en onomkeerbaarheid
Allereerst stelt Feddema dat kinderen onder de vier jaar niet naar de opvang zouden
mogen, omdat dit de band met de ouders onherstelbaar zou aantasten. Ze veronderstelt dus dat
hechting in de eerste vier levensjaren van het kind onomkeerbaar gevormd wordt (Oomen,