Begrippenlijst kennislijn individu 2020-2021
PERIODE 1 CONTACT MAKEN EN VERKENNEN CLIËNTSITUATIE
Begrip Wee Omschrijving
k
Je weet wat psychologie en pedagogiek is en hoe sociaal werkers psychologische kennis
gebruiken
Definitie psychologie 1.2 Psychologie: de wetenschap van gedrag en
en pedagogiek wetenschappelijke processen. (studie van geest)
Pedagogiek: de wetenschap van opvoeden
Relevantie psychologie 1.2 Het helpt in contact maken en de client daarbij beter te
en pedagogiek voor begrijpen.
het SW
Wat is het biologische 1.2 Gedrag dat wordt bepaald door onze genen, hersenen en
en neurologische hormonen.
perspectief
Wat is het 1.2 - gedrag wordt sterk bepaald door het onbewuste
psychodynamische - in dat onbewuste zitten aangeboren driften en
perspectief verdrongen ervaringen.
Wat is het 1.2 - alleen gedrag dat waarneembaar/meetbaar is en
behavioristische waarmee je experimenten kunt doen is relevant.
perspectief - Het toepassen van psychologische kennis om
gedrag te beïnvloeden.
- Gedrag van mensen wordt bepaald door
leerprocessen -> leerprocessen
Wat is het gestalt 1.2 - We nemen geen aparte onderdelen maar gehelen
perspectief waar. (zoals een gezicht en niet een neus of ogen
apart daarvan)
- Gestalt = geheel
Wat is het 1.2 - Hoe mensen zich kunnen ontplooien en groeien tot
humanistische gezonde individuen
perspectief - Focus werd het unieke menselijke
Wat is het cognitieve 1.2 - Gedrag wordt sterk bepaald door begrip, kennis,
perspectief opvattingen, overtuigingen, geheugen, vermogen
om problemen om te lossen. (cognitie=
overtuiging/gedachte)
Wat is het - De kracht van de situatie: sociale en culturele
, Begrip Wee Omschrijving
k
systeemperspectief invloeden hebben vaak meer invloed op ons
gedrag dan onze persoonlijkheid.
- Het socioculturele perspectief richt zich op:
sociale invloeden op gedragen en mentale
processen, hoe individuele functioneren in
groepen, culturele verschillen.
Hersenen die 1.2
betrokken zijn bij
emoties en gedrag
Je weet welke functies emoties hebben en wat het belang is van empathie in contact
Onderscheid tussen 1.3 Primaire emoties zijn de pure basisemoties zoals boos,
primaire en blij, verdrietig en daarbij een duidelijke
secundaire emoties gezichtsuitdrukking.
(Frijda)
Secundaire emoties zijn vaak mengelmoesjes van
basisemoties. Gaan gepaard met overtuigingen en
gedachtes.
Componententheorie 1.3 1. fysiologische arousal (lichamelijke sensatie)
(Frijda) 2. cognitieve interpetatie
(wat je denkt over de situatie)
3. subjectieve gevoelens
( hoe je het persoonlijk beleeft)
4. gedragsmatige expressie
(welke emotie je laat zien)
Fysiologische arousal 1.3 De lichamelijke sensatie die je voelt. zoals bijvoorbeeld
zweten als je zenuwachtig bent.
Basisemoties (Ekman) 1.3 1. woede
2. afkeer
3. angst
4. geluk
5. verdriet
6. minachting
7. verrassing
PERIODE 1 CONTACT MAKEN EN VERKENNEN CLIËNTSITUATIE
Begrip Wee Omschrijving
k
Je weet wat psychologie en pedagogiek is en hoe sociaal werkers psychologische kennis
gebruiken
Definitie psychologie 1.2 Psychologie: de wetenschap van gedrag en
en pedagogiek wetenschappelijke processen. (studie van geest)
Pedagogiek: de wetenschap van opvoeden
Relevantie psychologie 1.2 Het helpt in contact maken en de client daarbij beter te
en pedagogiek voor begrijpen.
het SW
Wat is het biologische 1.2 Gedrag dat wordt bepaald door onze genen, hersenen en
en neurologische hormonen.
perspectief
Wat is het 1.2 - gedrag wordt sterk bepaald door het onbewuste
psychodynamische - in dat onbewuste zitten aangeboren driften en
perspectief verdrongen ervaringen.
Wat is het 1.2 - alleen gedrag dat waarneembaar/meetbaar is en
behavioristische waarmee je experimenten kunt doen is relevant.
perspectief - Het toepassen van psychologische kennis om
gedrag te beïnvloeden.
- Gedrag van mensen wordt bepaald door
leerprocessen -> leerprocessen
Wat is het gestalt 1.2 - We nemen geen aparte onderdelen maar gehelen
perspectief waar. (zoals een gezicht en niet een neus of ogen
apart daarvan)
- Gestalt = geheel
Wat is het 1.2 - Hoe mensen zich kunnen ontplooien en groeien tot
humanistische gezonde individuen
perspectief - Focus werd het unieke menselijke
Wat is het cognitieve 1.2 - Gedrag wordt sterk bepaald door begrip, kennis,
perspectief opvattingen, overtuigingen, geheugen, vermogen
om problemen om te lossen. (cognitie=
overtuiging/gedachte)
Wat is het - De kracht van de situatie: sociale en culturele
, Begrip Wee Omschrijving
k
systeemperspectief invloeden hebben vaak meer invloed op ons
gedrag dan onze persoonlijkheid.
- Het socioculturele perspectief richt zich op:
sociale invloeden op gedragen en mentale
processen, hoe individuele functioneren in
groepen, culturele verschillen.
Hersenen die 1.2
betrokken zijn bij
emoties en gedrag
Je weet welke functies emoties hebben en wat het belang is van empathie in contact
Onderscheid tussen 1.3 Primaire emoties zijn de pure basisemoties zoals boos,
primaire en blij, verdrietig en daarbij een duidelijke
secundaire emoties gezichtsuitdrukking.
(Frijda)
Secundaire emoties zijn vaak mengelmoesjes van
basisemoties. Gaan gepaard met overtuigingen en
gedachtes.
Componententheorie 1.3 1. fysiologische arousal (lichamelijke sensatie)
(Frijda) 2. cognitieve interpetatie
(wat je denkt over de situatie)
3. subjectieve gevoelens
( hoe je het persoonlijk beleeft)
4. gedragsmatige expressie
(welke emotie je laat zien)
Fysiologische arousal 1.3 De lichamelijke sensatie die je voelt. zoals bijvoorbeeld
zweten als je zenuwachtig bent.
Basisemoties (Ekman) 1.3 1. woede
2. afkeer
3. angst
4. geluk
5. verdriet
6. minachting
7. verrassing