COMMUNICATIE
Samenvatting
PERIODE 1
SAXION | UNIVERSITY OF APPLIED SCIENCES
Social Work
, Communicatieleer
___________________________________________________________________
L1
Communicatie
Dingen die je je meteen kan af vragen:
A) Wat wil je als hulpverlener bereiken
B) In welke hoek moet de oplossing gezocht worden
Bedenk hierbij ook dat oplossingen afhankelijk zijn van de waarden en normen van de cliënt.
Manier waarop:
- Verbaal
- Non- verbaal
- Bewust
- Onbewust
Waarom:
1. Biologisch motief
2. Interpersoonlijk motief
3. Maatschappelijk motief
Communicatie is uitwisseling van symbolische informatie
(tussen mensen)
zich van elkaars onmiddellijke of gemedieerde
aanwezigheid bewust zijn
Informatie wordt deels bewust, deels onbewust, gegeven, ontvangen en geïnterpreteerd.
Je hebt verschillende modellen van communicatie
Voorbeeld: zender codering v.d. boodschap medium ontvanger decodering v.d. boodschap
effect
Zender / Ontvanger hebben allebei te maken met:
- Zien
- Horen
- Ruiken
- Aanraken
- Proeven
In deze situatie heb je te maken met interpretatie vanuit: plek, met wie, cultuur en wanneer het
gebeurd.
Zender betekent ‘spreker’ of ‘schrijver’
Zien, horen, ruiken zijn voorbeelden van communicatie kanalen.
Communicatie is een proces: een kringloop van actie en reactie
Feedback: vergelijking van het effect met de oorspronkelijke bedoeling
Ruis
Fysieke ruis: signalen van buitenaf wat zie je, en wat voor signaal zie je?
Psychologische ruis: vooroordelen en stereotypen hoe interpreteer jij dit?
Semantische ruis: verschillende codes wat is jou aangeleerd?
Inhouds- en betrekkingsniveau
- Inhoud = letterlijke betekenis van de boodschap ( wat )
- Betrekking = interpretatie ( hoe moet het worden opgevat )
- Betrekkingsniveau heeft veel te maken met non-verbale communicatie
Samenvatting
PERIODE 1
SAXION | UNIVERSITY OF APPLIED SCIENCES
Social Work
, Communicatieleer
___________________________________________________________________
L1
Communicatie
Dingen die je je meteen kan af vragen:
A) Wat wil je als hulpverlener bereiken
B) In welke hoek moet de oplossing gezocht worden
Bedenk hierbij ook dat oplossingen afhankelijk zijn van de waarden en normen van de cliënt.
Manier waarop:
- Verbaal
- Non- verbaal
- Bewust
- Onbewust
Waarom:
1. Biologisch motief
2. Interpersoonlijk motief
3. Maatschappelijk motief
Communicatie is uitwisseling van symbolische informatie
(tussen mensen)
zich van elkaars onmiddellijke of gemedieerde
aanwezigheid bewust zijn
Informatie wordt deels bewust, deels onbewust, gegeven, ontvangen en geïnterpreteerd.
Je hebt verschillende modellen van communicatie
Voorbeeld: zender codering v.d. boodschap medium ontvanger decodering v.d. boodschap
effect
Zender / Ontvanger hebben allebei te maken met:
- Zien
- Horen
- Ruiken
- Aanraken
- Proeven
In deze situatie heb je te maken met interpretatie vanuit: plek, met wie, cultuur en wanneer het
gebeurd.
Zender betekent ‘spreker’ of ‘schrijver’
Zien, horen, ruiken zijn voorbeelden van communicatie kanalen.
Communicatie is een proces: een kringloop van actie en reactie
Feedback: vergelijking van het effect met de oorspronkelijke bedoeling
Ruis
Fysieke ruis: signalen van buitenaf wat zie je, en wat voor signaal zie je?
Psychologische ruis: vooroordelen en stereotypen hoe interpreteer jij dit?
Semantische ruis: verschillende codes wat is jou aangeleerd?
Inhouds- en betrekkingsniveau
- Inhoud = letterlijke betekenis van de boodschap ( wat )
- Betrekking = interpretatie ( hoe moet het worden opgevat )
- Betrekkingsniveau heeft veel te maken met non-verbale communicatie