Fysiologie, zorg en begeleiding Deel 7: Celleer
7.1 Inleiding
Cytologie = leer van de cellen
Cel:
o Kleinste levende eenheid in het menselijk lichaam
o 10 000 miljard cellen in ML
o Processen:
F Metabolisme (stofwisseling)
F Reageren op prikkels
F Reproductie (voortplanting)
o Kleinste anatomische én fysiologische eenheid
7.2 Algemene bouw van een cel
Celmembraan
Cytoplasma
Celkern
1. celmembraan
2. cytoplasma
(celsap – celinhoud)
3. celkern = nucleus
7.3 Celmembraan
7.3.1.1 Functie van de celmembraan
1. Fysieke barrière (celwand) (intracellulair/extracellulair)
Intracellulair: binnen de cel extracellulair: buiten de cel
2. Structurele functie: celinhoud (cytoplasma) vasthouden
3. Transportfunctie
, o Passief transport: gn. extra energie nodig
F Diffusie: beweging van deeltjes
F Osmose: diffusie van water door een semi-permeabel (alleen
watertransport door membraan) membraan
F Filtratie: water en stoffendoor het membraan
o Actief transport: energie (ATP) vereist
F Endocytose: van buiten nr. binnen
Fagocytose: vast deeltje (cel-eten)
Pinocytose: vloeistof (cel-drinken)
F Exocytose: van binnen naar buiten
4. Prikkelbaarheid: prikkels ontvangen en erop reageren
5. Communicatie tss cellen
7.3.1.2 Bouw van de celmembraan
o Dubbele laag fosfolipiden
F Vet oplosbaar deel wijzen naar elkaar toe (= lipiden)
F Fosforgroep aan buitenkant
o Cholesterol bepaalt vloeibaarheid van het celmembraan
o Eiwitten
F Receptoren
F Transport van proteïnen (tekening)
o Suikers aan buitenzijde celmembraan
2
7.1 Inleiding
Cytologie = leer van de cellen
Cel:
o Kleinste levende eenheid in het menselijk lichaam
o 10 000 miljard cellen in ML
o Processen:
F Metabolisme (stofwisseling)
F Reageren op prikkels
F Reproductie (voortplanting)
o Kleinste anatomische én fysiologische eenheid
7.2 Algemene bouw van een cel
Celmembraan
Cytoplasma
Celkern
1. celmembraan
2. cytoplasma
(celsap – celinhoud)
3. celkern = nucleus
7.3 Celmembraan
7.3.1.1 Functie van de celmembraan
1. Fysieke barrière (celwand) (intracellulair/extracellulair)
Intracellulair: binnen de cel extracellulair: buiten de cel
2. Structurele functie: celinhoud (cytoplasma) vasthouden
3. Transportfunctie
, o Passief transport: gn. extra energie nodig
F Diffusie: beweging van deeltjes
F Osmose: diffusie van water door een semi-permeabel (alleen
watertransport door membraan) membraan
F Filtratie: water en stoffendoor het membraan
o Actief transport: energie (ATP) vereist
F Endocytose: van buiten nr. binnen
Fagocytose: vast deeltje (cel-eten)
Pinocytose: vloeistof (cel-drinken)
F Exocytose: van binnen naar buiten
4. Prikkelbaarheid: prikkels ontvangen en erop reageren
5. Communicatie tss cellen
7.3.1.2 Bouw van de celmembraan
o Dubbele laag fosfolipiden
F Vet oplosbaar deel wijzen naar elkaar toe (= lipiden)
F Fosforgroep aan buitenkant
o Cholesterol bepaalt vloeibaarheid van het celmembraan
o Eiwitten
F Receptoren
F Transport van proteïnen (tekening)
o Suikers aan buitenzijde celmembraan
2