1
HET INTERMEDIAIR METABOLISME
THEMA 3: Het vetmetabolisme
DEEL 10: Vetzuur- en triacylglycerolmetabolisme
Hoofdstuk 1: Structuur Vetzuren
× Vetzuren komen vrij en in complexere moleculen (fatty acyl esters – triacylglycerolen) voor
-> Vrije vetzuren kunnen geoxideerd w in de lever en de spier voor energie of voor de
synthese van ketonlichamen in de lever
-> Vetzuren zijn structureel deel van membraan lipiden (fosfolipiden)
× Vetzuren bestaan uit een hydrofoob en een hydrofiel deel
-> Hydrofoob: Koolwaterstof keten met terminale carboxyl groep (COOH)
-> Hydrofiel: Anionische groep
-> Amfipatische structuur
OPM. Lange keten vetzuren hun hydrofoob deel is overheersend
-> Zijn water onoplosbaar
-> Moeten met een proteïne getransporteerd w in de circulatie
× Vetzuur keten kan wel of niet dubbele bindingen bevatten
-> Geen dubbele bindingen: Verzadigd
-> 1 dubbele binding: mono onverzadigd
-> Meerdere dubbele bindingen: Poly onverzadigd
OPM. Dubbele binding bijna altijd in cis-conformatie
Cis-conformatie zorgt voor een knik in de sturctuur
Bij meerdere dubbele bindingen zit er altijd 2 enkele bindingen tussen
Bij mensen komen vooral verzadigde of mono onverzadigde vetzuren voor
Dubbele bindingen verlagen de smelt temperatuur (Tm)
Lengte verhoogt de smelt temperatuur
× De koolstof atomen nummering start aan de carboxyl groep
-> Vetzuren met een even aantal koolstofatomen (16;18;20) overheersen in de mens
-> Langere vetzuren (meer dan 22) komen voor in de hersenen
-> C2 is het koolstofatoom waaraan de COOH (carboxyl) groep is gehecht: α-koolstof
-> C3 is het β-koolstof
-> C4 is het γ-koolstof
-> Cn (afhankelijk vd lengte) is het koolstof atoom met het terminale methyl einde: ω-koolstof
× Structuur van de vetzuren wordt voorgesteld door bv 20:4(5,8,11,14) – Arachidonzuur
-> Het getal voor de dubbele punt geeft het totaal # koolstof atomen weer
-> Het getal na de dubbele punt heeft het totaal # dubbele bindingen weer
-> Tussen de haken zijn de koolstof atomen waar de dubbele bindingen voorkomen
Bv. Tussen 5-6; 8-7; 11-12; 14-15
Dubbele bindingen kunnen ook benoemd w vanaf het methyl terminale einde
-> Bv. ω-6 vetzuur of n-6 vetzuur
-> Terminale dubbele binding is 6 koolstof atomen van het methyl terminale einde
, 2
× Essentiële vetzuren
1. Linolzuur
-> Voorloper van ω-arachidonzuur
2. ω-Arachidonzuur
-> Substraat voor de synthese van prostaglandines
-> Wordt essentieel als linolzuur te kort is in de voeding
3. α-Linolenaatzuur
-> Voorloper van ω-Vetzuren
-> ω-Vetzuren zijn belangrijk voor de groei en ontwikkeling
-> Er zijn geen enzymen voor de synthese van α-linolenaatzuur (afhankelijk vd voeding)
Hoofdstuk 2: De NOVO synthese van vetzuren
De novo-synthese = Verwijst naar de organische synthese van complexe moleculen uit eenvoudige
moleculen zoals suikers of aminozuren, in tegenstelling tot recyclage na gedeeltelijke
degradatie.
VOORBEELD: Nucleotiden
-> Zijn niet nodig in ons dieet
-> Kunnen gemaakt worden van kleine precursors
zoals formiaten en aspartaten.
-> Methionine daarentegen moeten we uit voedsel halen, want dit kunnen we
niet de novo aanmaken.
Een groot deel van de vetzuren die gebruikt w door het lichaam zijn afkomstig uit de voeding
-> Koolhydraten en proteïnen uit de voeding kunnen omgezet w tot vetzuren
-> Worden opgeslagen als Triacylglycerolen (TAGs)
Synthese van vetzuren in volwassenen gebeurt hoofdzakelijk in de lever en Melkgevende borstklieren
En in mindere maten in vetweefsel
-> Dit is een cytosolisch proces
-> Neemt koolstof atomen van acetyl CoA op in de groeiende vetzuurketen
-> Wordt gebruikt gemaakt van ATP en NADPH
1. Productie van cytosolische acetyl CoA
-> De transfer van acetaat eenheden van mitochondriaal CoA naar het cytosol
-> Mitochondriaal CoA w geproduceerd door de oxidatie van pyruvaat en het katabolisme
van verschillende aminozuren
-> Het CoA gedeelte van acetyl CoA kan niet doorheen het binnenste mitochondriale
membraan
-> Enkel acetyl proporties komen in het cytosol
-> Dit gebeurt wnnr citraat w gevormd door de condensatie van acetyl CoA en oxaloacetaat
Door citraat synthase
-> CoA w geregenereerd en citraat zal doorheen het binnenste mitochondriale membraan
gaan
OPMERKING: De translocatie van citraat naar het cytosol gebeurt enkel wnnr het
[mitochondriale citraat] hoog is
-> Wanneer de isocitraat dehydrogenase reactie vd TCA cyclus geïnhibeerd
wordt wnnr [ATP] hoog is
-> Citraat en isocitraat hopen op
Cytosolische citraat is een signaal van hoge energie
-> Er is veel ATP nodig voor de vetzuur synthese
-> Citraat en ATP stimuleren vetzuur synthese
HET INTERMEDIAIR METABOLISME
THEMA 3: Het vetmetabolisme
DEEL 10: Vetzuur- en triacylglycerolmetabolisme
Hoofdstuk 1: Structuur Vetzuren
× Vetzuren komen vrij en in complexere moleculen (fatty acyl esters – triacylglycerolen) voor
-> Vrije vetzuren kunnen geoxideerd w in de lever en de spier voor energie of voor de
synthese van ketonlichamen in de lever
-> Vetzuren zijn structureel deel van membraan lipiden (fosfolipiden)
× Vetzuren bestaan uit een hydrofoob en een hydrofiel deel
-> Hydrofoob: Koolwaterstof keten met terminale carboxyl groep (COOH)
-> Hydrofiel: Anionische groep
-> Amfipatische structuur
OPM. Lange keten vetzuren hun hydrofoob deel is overheersend
-> Zijn water onoplosbaar
-> Moeten met een proteïne getransporteerd w in de circulatie
× Vetzuur keten kan wel of niet dubbele bindingen bevatten
-> Geen dubbele bindingen: Verzadigd
-> 1 dubbele binding: mono onverzadigd
-> Meerdere dubbele bindingen: Poly onverzadigd
OPM. Dubbele binding bijna altijd in cis-conformatie
Cis-conformatie zorgt voor een knik in de sturctuur
Bij meerdere dubbele bindingen zit er altijd 2 enkele bindingen tussen
Bij mensen komen vooral verzadigde of mono onverzadigde vetzuren voor
Dubbele bindingen verlagen de smelt temperatuur (Tm)
Lengte verhoogt de smelt temperatuur
× De koolstof atomen nummering start aan de carboxyl groep
-> Vetzuren met een even aantal koolstofatomen (16;18;20) overheersen in de mens
-> Langere vetzuren (meer dan 22) komen voor in de hersenen
-> C2 is het koolstofatoom waaraan de COOH (carboxyl) groep is gehecht: α-koolstof
-> C3 is het β-koolstof
-> C4 is het γ-koolstof
-> Cn (afhankelijk vd lengte) is het koolstof atoom met het terminale methyl einde: ω-koolstof
× Structuur van de vetzuren wordt voorgesteld door bv 20:4(5,8,11,14) – Arachidonzuur
-> Het getal voor de dubbele punt geeft het totaal # koolstof atomen weer
-> Het getal na de dubbele punt heeft het totaal # dubbele bindingen weer
-> Tussen de haken zijn de koolstof atomen waar de dubbele bindingen voorkomen
Bv. Tussen 5-6; 8-7; 11-12; 14-15
Dubbele bindingen kunnen ook benoemd w vanaf het methyl terminale einde
-> Bv. ω-6 vetzuur of n-6 vetzuur
-> Terminale dubbele binding is 6 koolstof atomen van het methyl terminale einde
, 2
× Essentiële vetzuren
1. Linolzuur
-> Voorloper van ω-arachidonzuur
2. ω-Arachidonzuur
-> Substraat voor de synthese van prostaglandines
-> Wordt essentieel als linolzuur te kort is in de voeding
3. α-Linolenaatzuur
-> Voorloper van ω-Vetzuren
-> ω-Vetzuren zijn belangrijk voor de groei en ontwikkeling
-> Er zijn geen enzymen voor de synthese van α-linolenaatzuur (afhankelijk vd voeding)
Hoofdstuk 2: De NOVO synthese van vetzuren
De novo-synthese = Verwijst naar de organische synthese van complexe moleculen uit eenvoudige
moleculen zoals suikers of aminozuren, in tegenstelling tot recyclage na gedeeltelijke
degradatie.
VOORBEELD: Nucleotiden
-> Zijn niet nodig in ons dieet
-> Kunnen gemaakt worden van kleine precursors
zoals formiaten en aspartaten.
-> Methionine daarentegen moeten we uit voedsel halen, want dit kunnen we
niet de novo aanmaken.
Een groot deel van de vetzuren die gebruikt w door het lichaam zijn afkomstig uit de voeding
-> Koolhydraten en proteïnen uit de voeding kunnen omgezet w tot vetzuren
-> Worden opgeslagen als Triacylglycerolen (TAGs)
Synthese van vetzuren in volwassenen gebeurt hoofdzakelijk in de lever en Melkgevende borstklieren
En in mindere maten in vetweefsel
-> Dit is een cytosolisch proces
-> Neemt koolstof atomen van acetyl CoA op in de groeiende vetzuurketen
-> Wordt gebruikt gemaakt van ATP en NADPH
1. Productie van cytosolische acetyl CoA
-> De transfer van acetaat eenheden van mitochondriaal CoA naar het cytosol
-> Mitochondriaal CoA w geproduceerd door de oxidatie van pyruvaat en het katabolisme
van verschillende aminozuren
-> Het CoA gedeelte van acetyl CoA kan niet doorheen het binnenste mitochondriale
membraan
-> Enkel acetyl proporties komen in het cytosol
-> Dit gebeurt wnnr citraat w gevormd door de condensatie van acetyl CoA en oxaloacetaat
Door citraat synthase
-> CoA w geregenereerd en citraat zal doorheen het binnenste mitochondriale membraan
gaan
OPMERKING: De translocatie van citraat naar het cytosol gebeurt enkel wnnr het
[mitochondriale citraat] hoog is
-> Wanneer de isocitraat dehydrogenase reactie vd TCA cyclus geïnhibeerd
wordt wnnr [ATP] hoog is
-> Citraat en isocitraat hopen op
Cytosolische citraat is een signaal van hoge energie
-> Er is veel ATP nodig voor de vetzuur synthese
-> Citraat en ATP stimuleren vetzuur synthese