1
HET INTERMEDIAIR METABOLISME
THEMA 2: Het Suikermetabolisme
DEEL 9: Pentosefosfaatweg – Glycosaminoglyanen en glycoproteïnen
Hoofdstuk 1: Pentosefosfaatweg
Pentosefosfaatweg = Een alternatieve afbraakweg voor glucose met als functie de productie van NADPH
en productie van riboze-5-fosfaat voor de synthese van nucleotiden
-> Hexosemonofosfaathunt
-> Gebeurt in het cytosol
-> Bevat 2 irreversibele, oxidatieve reacties gevolgd door een serie van reversibele
suiker-fosfaat interconverties
-> De richting en ratio vd reversibele reacties w bepaald door de vraag vd cel
-> Wordt geen ATP direct geconsumeerd of geproduceerd
-> C1 van glucose-6-fosfaat w vrijgezet als CO2
-> Per glucose-6-fosfaat molecule w 2 gereduceerde NADPHs geproduceerd
1.1 IRREVERSIBELE oxidatieve reacties
Bestaat uit 3 reacties die leiden tot de vorming van ribose-5-fosfaat, CO2 en 2NADPH voor elk molecule
glucose-6-fosfaat dat geoxideerd w
-> Belangrijk vr NADPH afhankelijke biosynthese van vetzuren (lever, vetweefsel,..);
NADPH afhankelijke biosynthese van steroïde hormonen (testes, ovaries,…);
NADPH gebruik om glutathione gereduceerd te houden (RBCs)
1. Dehydrogenase van glucose-6-fosfaat
-> Irreversibele oxidatie van glucose-6-fosfaat
-> Door Glucose-6-fosfaat dehydrogenase (G6PD)
-> Er wordt 6-fosfoglucono lacton gevormd
-> Reductie van NADP+ naar NADPH
-> Reguleerbare reactie
-> NADPH competitieve inhibitor vh G6PD enzym
-> Insuline stimuleert de expressie vh gen dat codeert voor G6PD
2. Vorming van ribulose-5-fosfaat
-> 6-fosfoglucono laceton w gehydrolyseerd
-> Door 6-fosfoglucono laceton hydrolase
-> Er word 6-fosfogluconaat gevormd
-> Irreversibel en niet reguleerbaar
-> 6-fosfogluconaat ondergaat oxidatieve decarboxylatie
-> Door 6-fosfogluconaat dehydrogenase
-> Er wordt een pentose suiker-fosfaat gevormd: ribulose-5-fosfaat
-> Wordt ook CO2 (Van C1 van glucose) en een tweede NADPH molecule gevormd
-> Irreversibel
, 2
1.2 REVERSIBELE niet oxidatieve reacties
De niet oxidatieve reacties van de pentosefosfaat weg gaan door in alle celtypes die nucleotiden en
nucleïnezuren synthetiseren
-> Deze reacties katalyseren de omzetting van suikers met 3 tot 7 koolstof atomen
Interconversie = Omzetting van 2 stoffen in elkaar
De reversibele reacties laten toe ribulose-5-fosfaat om te zetten in ribose-5-fosfaat of intermediaire vd
glycolyse (fructose-6-fosfaat of glyceraldehyde-3-fosfaat
VOORBEELD: Veel cellen hebben een hogere nood aan NADPH dan aan ribose-5-fosfaat
-> Transketolase en Transaldolase zetten ribulose-5-fosfaat om en produceren een intermediair voor
de glycolyse
VOORBEELD: Nood aan nucleotiden en nucleïnezuren is groter dan aan NADPH
-> De niet oxidatieve reacties kunnen ribose-5-fosfaat vormen uit glyceraldehyde-3-fosfaat of
fructose-6-fosfaat als de oxidatieve reacties afwezig zijn
FIGUUR 12
HET INTERMEDIAIR METABOLISME
THEMA 2: Het Suikermetabolisme
DEEL 9: Pentosefosfaatweg – Glycosaminoglyanen en glycoproteïnen
Hoofdstuk 1: Pentosefosfaatweg
Pentosefosfaatweg = Een alternatieve afbraakweg voor glucose met als functie de productie van NADPH
en productie van riboze-5-fosfaat voor de synthese van nucleotiden
-> Hexosemonofosfaathunt
-> Gebeurt in het cytosol
-> Bevat 2 irreversibele, oxidatieve reacties gevolgd door een serie van reversibele
suiker-fosfaat interconverties
-> De richting en ratio vd reversibele reacties w bepaald door de vraag vd cel
-> Wordt geen ATP direct geconsumeerd of geproduceerd
-> C1 van glucose-6-fosfaat w vrijgezet als CO2
-> Per glucose-6-fosfaat molecule w 2 gereduceerde NADPHs geproduceerd
1.1 IRREVERSIBELE oxidatieve reacties
Bestaat uit 3 reacties die leiden tot de vorming van ribose-5-fosfaat, CO2 en 2NADPH voor elk molecule
glucose-6-fosfaat dat geoxideerd w
-> Belangrijk vr NADPH afhankelijke biosynthese van vetzuren (lever, vetweefsel,..);
NADPH afhankelijke biosynthese van steroïde hormonen (testes, ovaries,…);
NADPH gebruik om glutathione gereduceerd te houden (RBCs)
1. Dehydrogenase van glucose-6-fosfaat
-> Irreversibele oxidatie van glucose-6-fosfaat
-> Door Glucose-6-fosfaat dehydrogenase (G6PD)
-> Er wordt 6-fosfoglucono lacton gevormd
-> Reductie van NADP+ naar NADPH
-> Reguleerbare reactie
-> NADPH competitieve inhibitor vh G6PD enzym
-> Insuline stimuleert de expressie vh gen dat codeert voor G6PD
2. Vorming van ribulose-5-fosfaat
-> 6-fosfoglucono laceton w gehydrolyseerd
-> Door 6-fosfoglucono laceton hydrolase
-> Er word 6-fosfogluconaat gevormd
-> Irreversibel en niet reguleerbaar
-> 6-fosfogluconaat ondergaat oxidatieve decarboxylatie
-> Door 6-fosfogluconaat dehydrogenase
-> Er wordt een pentose suiker-fosfaat gevormd: ribulose-5-fosfaat
-> Wordt ook CO2 (Van C1 van glucose) en een tweede NADPH molecule gevormd
-> Irreversibel
, 2
1.2 REVERSIBELE niet oxidatieve reacties
De niet oxidatieve reacties van de pentosefosfaat weg gaan door in alle celtypes die nucleotiden en
nucleïnezuren synthetiseren
-> Deze reacties katalyseren de omzetting van suikers met 3 tot 7 koolstof atomen
Interconversie = Omzetting van 2 stoffen in elkaar
De reversibele reacties laten toe ribulose-5-fosfaat om te zetten in ribose-5-fosfaat of intermediaire vd
glycolyse (fructose-6-fosfaat of glyceraldehyde-3-fosfaat
VOORBEELD: Veel cellen hebben een hogere nood aan NADPH dan aan ribose-5-fosfaat
-> Transketolase en Transaldolase zetten ribulose-5-fosfaat om en produceren een intermediair voor
de glycolyse
VOORBEELD: Nood aan nucleotiden en nucleïnezuren is groter dan aan NADPH
-> De niet oxidatieve reacties kunnen ribose-5-fosfaat vormen uit glyceraldehyde-3-fosfaat of
fructose-6-fosfaat als de oxidatieve reacties afwezig zijn
FIGUUR 12