HET INTERMEDIAIR METABOLISME
THEMA 1: Het energie metabolisme
DEEL 3: De glycolyse
Glycolyse = Een metabole reactie weg in het cytoplasma
-> Splitst D-glucose tot 2 moleculen pyruvaat
Hoofdstuk 1: Aerobe en anaerobe glycolyse
De glycosidische pathway w gebruikt door alle weefsels voor de oxidatie van glucose om
energie (ATP) en intermediaire( voor andere metabolische pathways) te vormen
-> Alle suikers kunnen omgezet worden in glucose (A)
Er is Aerobe en Anaerobe glycolyse
1. Aerobe glycolyse
-> In cellen met mitochondrium en een geschikte hoeveelheid zuurstof
-> Zuurstof nodig voor de reoxidatie van NADH gevormd tijdens de oxidatie van
glyceraldehyde 3-
fosfaat
-> Serie van 10 reacties
-> Pyruvaat is het eindproduct vd glycolyse
-> Pyruvaat kan gedecarboxyleerd w tot acetyl co-enzym A in de mitochondriën
Acetyl~CoA is het startproduct vd citroenzuurcyclus
-> 7 maal meer ATP vormen door oxidatieve fosforylering
2. Anaerobe glycolyse
-> In cellen zonder mitochondrium (rode bloedcellen en delen vh oog) of cellen
zonder zuurstof
-> Pyruvaat w omgezet tot lactaat wanneer NADH w geoxideert tot NAD+
Melkzuurgisting of Melkzuurfermentatie
-> Productie van ATP zonder zuurstof
-> Uit 1 mol glucose w netto 2 mol ATP gevormd door
substraatniveaufosforylering
opm. Gebeurt ook in melkzuurbacteriën
, Hoofdstuk 2: Reacties vd glycolyse
De omzetting van glucose naar pyruvaat gebeurt in 2 fases
1. Energie investment fase
-> De Eerste 5 reacties vd glycolyse
-> De gefosforyleerde vormen vd intermediaire w vervormd
-> ATP nodig
2. Energie generatie fase
-> Vormen netto 2 moleculen ATP per glucose molecule dat gemetaboliseerd w
-> Gevormd voor substraat-level fosforylatie
2.1 Fosforylatie van glucose
Gefosforyleerde suikers kunnen niet gemakkelijk doorheen het
celmembraan
-> Er zijn geen specifieke transmembranaire carriers
-> Zijn te polair om via diffusie door de lipide poriën te gaan
De irreversibele fosforylatie van glucose sluit het suiker op als een
cytosolisch glucose-6-fosfosfaat
-> Kan zo verder gemetaboliseerd worden in de cel
Hexokinase katalyseert de fosforylatie van glucose naar glucose-6-fosfaat
-> Er zijn 4 verschillende isovormen (I-IV)
Hexokinase I-III
-> Hebben weide substraat specificiteit
-> Kunnen verschillende hexosen fosforyleren
-> Worden geïnhibeerd door het reactieproduct (glucose-6-fosfaat)
-> Hebben lage Michaëlis Menten constante (Km) voor glucose
-> Hoge affiniteit voor glucose
-> Efficiënte fosforylatie
-> Hebben lage maximale snelheid (Vmax) voor glucose
-> Fosforyleren niet meer suikers dan de cel kan gebruiken
Hexokinase IV of Glucokinase
-> In lever parenchym cellen en β cellen vd pancreas
-> In β cellen functioneert het als een sensor voor insuline secretie
-> In de lever faciliteert het glucose fosforylatie tijdens
hyperglycemie (te hoge
bloedsuikerspiegel)
KINETICA
-> Heeft een hoge Km
-> Hogere glucose concentratie nodig
-> Glucokinase werkt enkel na een maaltijd met veel suikers
-> Heeft een hoge Vmax
-> De lever kan zo efficiënt glucose verwijderen
THEMA 1: Het energie metabolisme
DEEL 3: De glycolyse
Glycolyse = Een metabole reactie weg in het cytoplasma
-> Splitst D-glucose tot 2 moleculen pyruvaat
Hoofdstuk 1: Aerobe en anaerobe glycolyse
De glycosidische pathway w gebruikt door alle weefsels voor de oxidatie van glucose om
energie (ATP) en intermediaire( voor andere metabolische pathways) te vormen
-> Alle suikers kunnen omgezet worden in glucose (A)
Er is Aerobe en Anaerobe glycolyse
1. Aerobe glycolyse
-> In cellen met mitochondrium en een geschikte hoeveelheid zuurstof
-> Zuurstof nodig voor de reoxidatie van NADH gevormd tijdens de oxidatie van
glyceraldehyde 3-
fosfaat
-> Serie van 10 reacties
-> Pyruvaat is het eindproduct vd glycolyse
-> Pyruvaat kan gedecarboxyleerd w tot acetyl co-enzym A in de mitochondriën
Acetyl~CoA is het startproduct vd citroenzuurcyclus
-> 7 maal meer ATP vormen door oxidatieve fosforylering
2. Anaerobe glycolyse
-> In cellen zonder mitochondrium (rode bloedcellen en delen vh oog) of cellen
zonder zuurstof
-> Pyruvaat w omgezet tot lactaat wanneer NADH w geoxideert tot NAD+
Melkzuurgisting of Melkzuurfermentatie
-> Productie van ATP zonder zuurstof
-> Uit 1 mol glucose w netto 2 mol ATP gevormd door
substraatniveaufosforylering
opm. Gebeurt ook in melkzuurbacteriën
, Hoofdstuk 2: Reacties vd glycolyse
De omzetting van glucose naar pyruvaat gebeurt in 2 fases
1. Energie investment fase
-> De Eerste 5 reacties vd glycolyse
-> De gefosforyleerde vormen vd intermediaire w vervormd
-> ATP nodig
2. Energie generatie fase
-> Vormen netto 2 moleculen ATP per glucose molecule dat gemetaboliseerd w
-> Gevormd voor substraat-level fosforylatie
2.1 Fosforylatie van glucose
Gefosforyleerde suikers kunnen niet gemakkelijk doorheen het
celmembraan
-> Er zijn geen specifieke transmembranaire carriers
-> Zijn te polair om via diffusie door de lipide poriën te gaan
De irreversibele fosforylatie van glucose sluit het suiker op als een
cytosolisch glucose-6-fosfosfaat
-> Kan zo verder gemetaboliseerd worden in de cel
Hexokinase katalyseert de fosforylatie van glucose naar glucose-6-fosfaat
-> Er zijn 4 verschillende isovormen (I-IV)
Hexokinase I-III
-> Hebben weide substraat specificiteit
-> Kunnen verschillende hexosen fosforyleren
-> Worden geïnhibeerd door het reactieproduct (glucose-6-fosfaat)
-> Hebben lage Michaëlis Menten constante (Km) voor glucose
-> Hoge affiniteit voor glucose
-> Efficiënte fosforylatie
-> Hebben lage maximale snelheid (Vmax) voor glucose
-> Fosforyleren niet meer suikers dan de cel kan gebruiken
Hexokinase IV of Glucokinase
-> In lever parenchym cellen en β cellen vd pancreas
-> In β cellen functioneert het als een sensor voor insuline secretie
-> In de lever faciliteert het glucose fosforylatie tijdens
hyperglycemie (te hoge
bloedsuikerspiegel)
KINETICA
-> Heeft een hoge Km
-> Hogere glucose concentratie nodig
-> Glucokinase werkt enkel na een maaltijd met veel suikers
-> Heeft een hoge Vmax
-> De lever kan zo efficiënt glucose verwijderen