Grafische vormgeving: trends & stijlen
1. Victoriaanse stijl
Situering
1820 – 1900
Vernoemd naar Engelse koningin Victoria
Kenmerken
Industrialisatie
o Ontwerper iemand anders dan producent
o Producten in ‘massa’ produceren
Rijkdom
o Drijvende kracht voor cultuur
o Popularisatie van vormgeving
o Overdadig gebruik van ornamenten/versiering
Inspiratie uit het verleden
o Geleende elementen totaal uit context getrokken
o Kitsch
Algemene karakteristieken
Overvloedig ‘gekopieerde ornamenten
Ornamenten verbergen functie
Elementen uit het verleden ‘geleend’, los van context gebruikt
2. Arts and Crafts
Situering
1888 – 1910
Ontstaan in Engeland
Grondlegger: William Morris
Kenmerken
Industrialisatie en vormgeving
o Zorg van deze tijd: fabrikanten gedreven door kwantiteit i.p.v. kwaliteit
Sociale effecten
o Onaangenaam bandwerk
o Geen trots van ontwerper
Handarbeid/vakmanschap
o Gilden en handwerkgemeenschappen oprichten
o Afstand tussen producent en ontwerper verkleinen
o Producten met hand maken
o Zo stijl en kwaliteit garanderen aan producent
o Maar te duur voor vele mensen
Individualisme
o Ontwerper kan eigen identiteit uitdrukken in ‘unieke’ ontwerpen
Middeleeuwen
o Ambachten en gilden
o Natuurlijke en kwaliteitsvolle materialen
o Bedenker is ook maker
1
, Algemene karakteristieken
Eerbied voor vakmanschap
Ambachtelijke productiemethodes
Natuurlijke, traditionele materialen
Geïnspireerd door Middeleeuwen, ‘gothic’, natuur, het exotische en mythologie
Eerlijke en simpele vormgeving, gebrek aan ornamenten
Hervinden van nationale stijlen
Bekende namen
Walter Crane
o Behangrand met zwanen
Arthur Mackmurdo
William Morris
John Ruskin
Eliel Saarinen
Peter Behrens
Mackintosh
3. Art Nouveau
Situering
1880 – 1915
Eerste internationale designstijl
Ontwikkeling in verschillende landen op verschillende tijden en met verschillende
namen
Poster: populaire (massa)kunstvorm
Kenmerken
Ornamentale stijl
o Smakeloosheid
o Organische vormen
o Structuur van object verbergen
o Kitsch
Nieuw
o Eerste stijl waarbij antieke stromingen niet de hoofdinvloed zijn
Voorwerpen voor iedereen
o Ingewikkelde organische vormen
o Onmogelijk toe te passen op industrieel niveau
o Beperkte verspreiding hogere laag van bevolking
Samengaan van kunst en industrie
o Moderne technologie: afwisselend gebruikt of afgekeurd
o Eerste kunststroming die werd gebruikt om industriële producten te
verfraaien (op beperkt niveau)
Algemene karakteristieken
Gebruik van
o Vloeiende lijnen
o Organische en dierlijke vormen
o Plantenmotieven die over basisstructuur groeien
Reïnterpretatie van het verleden
o Japonisme of oriëntaalse kunst, Keltische kunst en Rococo
2
1. Victoriaanse stijl
Situering
1820 – 1900
Vernoemd naar Engelse koningin Victoria
Kenmerken
Industrialisatie
o Ontwerper iemand anders dan producent
o Producten in ‘massa’ produceren
Rijkdom
o Drijvende kracht voor cultuur
o Popularisatie van vormgeving
o Overdadig gebruik van ornamenten/versiering
Inspiratie uit het verleden
o Geleende elementen totaal uit context getrokken
o Kitsch
Algemene karakteristieken
Overvloedig ‘gekopieerde ornamenten
Ornamenten verbergen functie
Elementen uit het verleden ‘geleend’, los van context gebruikt
2. Arts and Crafts
Situering
1888 – 1910
Ontstaan in Engeland
Grondlegger: William Morris
Kenmerken
Industrialisatie en vormgeving
o Zorg van deze tijd: fabrikanten gedreven door kwantiteit i.p.v. kwaliteit
Sociale effecten
o Onaangenaam bandwerk
o Geen trots van ontwerper
Handarbeid/vakmanschap
o Gilden en handwerkgemeenschappen oprichten
o Afstand tussen producent en ontwerper verkleinen
o Producten met hand maken
o Zo stijl en kwaliteit garanderen aan producent
o Maar te duur voor vele mensen
Individualisme
o Ontwerper kan eigen identiteit uitdrukken in ‘unieke’ ontwerpen
Middeleeuwen
o Ambachten en gilden
o Natuurlijke en kwaliteitsvolle materialen
o Bedenker is ook maker
1
, Algemene karakteristieken
Eerbied voor vakmanschap
Ambachtelijke productiemethodes
Natuurlijke, traditionele materialen
Geïnspireerd door Middeleeuwen, ‘gothic’, natuur, het exotische en mythologie
Eerlijke en simpele vormgeving, gebrek aan ornamenten
Hervinden van nationale stijlen
Bekende namen
Walter Crane
o Behangrand met zwanen
Arthur Mackmurdo
William Morris
John Ruskin
Eliel Saarinen
Peter Behrens
Mackintosh
3. Art Nouveau
Situering
1880 – 1915
Eerste internationale designstijl
Ontwikkeling in verschillende landen op verschillende tijden en met verschillende
namen
Poster: populaire (massa)kunstvorm
Kenmerken
Ornamentale stijl
o Smakeloosheid
o Organische vormen
o Structuur van object verbergen
o Kitsch
Nieuw
o Eerste stijl waarbij antieke stromingen niet de hoofdinvloed zijn
Voorwerpen voor iedereen
o Ingewikkelde organische vormen
o Onmogelijk toe te passen op industrieel niveau
o Beperkte verspreiding hogere laag van bevolking
Samengaan van kunst en industrie
o Moderne technologie: afwisselend gebruikt of afgekeurd
o Eerste kunststroming die werd gebruikt om industriële producten te
verfraaien (op beperkt niveau)
Algemene karakteristieken
Gebruik van
o Vloeiende lijnen
o Organische en dierlijke vormen
o Plantenmotieven die over basisstructuur groeien
Reïnterpretatie van het verleden
o Japonisme of oriëntaalse kunst, Keltische kunst en Rococo
2