ANATOMIE:
samenvatting cursus: onderste gordel
1. beenderen
os sacrum (heiligbeen): vergroeiing van 5 wervels (S1-5) met 18 openingen
os coxae (heupbeen): drie bekkenbeenderen die tijdens de verbeningsfase in vroege jeugd met
elkaar gaan fuseren en vormt het een geheel, bevat pan van heupgewricht
→ bekken = os sacrum + os coxae
oppervlakkige zijde
os ilium (darmbeen): bevat…
- corpus
- ala ossis ilium:
- linea glutaea anterior: craniaal (4a)
- linea glutaea inferior: supra-acetabularis (4b)
- linea glutaea posterior: dorsaal (4c)
os ischium (zitbeen): bevat…
- corpus ossis ischii die groot deel van acetabularis vormt
- tuber ischiadicum die boogvormig loopt naar dorsaal en craniaal (voelbaar onderkant poep als je zit)
- ramus ossis ischii als kromming naar ventraal
os ischium ramus ossis ischii tuber ischiadicum
os pubis (schaambeen): bevat...
- corpus ossis pubis tegen acetabulum (ventraal)
- bekkenring wordt gesloten aan anterieure zijde
, os pubis ramus inferior ramus superior
- ramus ossis pubis superior → acetabularis in vlak van apertura pelvis superior
- ramus ossis pubis inferior → symphysica of sympyse (schaambeensvoeg) naar onder en achter
- ventraal komen ze samen ter hoogte van symphyse
glenohumeraal gewricht ⇔ heupgewricht
- dieper
- minder luxaties (komt zelden voor):
- glenohumeraal meer, want alleen ligamenten ventraal
- ring van vezelkraakbeen: vergroot pan
foramen obturatorium (S+T): opening gevormd door takken van os ischium en os pubis en
afgesloten door membrana obturatoria
- sulcus obturatorius: schuin van dorsaal-boven naar ventraal beneden
- oppervlakkig begrensd door crista obturatoria
- canalis obturatorius (T): doorgang voor zenuwen en bloedvaten
- bijna volledig afgesloten door membrana obturatoria (S): tussen tuberculum obturatorium
anterior (os pubis: rechts) en tuberculum obturatorium posterius (os ischium: links)
acetabulum: pan van heupgewricht (art. coxae)
- gevormd door samenkomen van drie bekkenbeenderen van os coxae
- kenmerkende structuren
- limbus acetabuli → rand van acetabulum: vezelkraakbeen
- incisura acetabuli → naar onder gericht
- facies lunata → halve maan: sfeeroppervlak waarop bolvormige kop van bovenbeen
articuleert
- fossa lunata → dieper dan facies lunata
, acetabulum facies lunata lumbus acetabuli
- beschrijving van diepe zijde
* pelvis major: bovenste gedeelte van het menselijk bekken worden de grote bekken genoemd
* pelvis minor: onderste gedeelte van het menselijk bekken worden de kleine bekken genoemd
→ onderscheid wordt gemaakt door linea terminalis of linea arcuata (= grenslijn)
pecten ossis pubis: bovenop pubis en bevat een scherpe rand naar de diepte toe (os pubis)
- eminentia iliopectinea: gelegen op pecten ossis pubis
tuberculum pubicum: 1 cm lateraal van symphyse op ramus superior
fossa iliaca: vormt bovendeel van bekken, grootste deel van dragend vlak (twee oren)
facies articularis: articuleert met facies auricularis (os sacrum), dorsaal
- sulcus juxta-glenoidalis: loopt voor facies articularis
- tuberositas iliaca: loopt achter facies articularis + ruwheden voor ligamenten
- beschrijving van de rand
1) symphyse: voorste en onderste punt van de bekken
2) facies symphysialis: ventrale middenlijn naar mediaal
3) tuber ischiadicum (os ischium): onderste punt van bekken (palpabele knobbel tijdens zitten)
- draagt bij het zitten mede het lichaam
4) spina ischiadica (os ischium): vormt versmalling in bekkenkanaal
(1) (2) (4)
incisura ischiadica maior: grote inham + reikt tot voor-onder de facies auricularis
incisura ischiadica minor: hoger en dorsaal
incisura ischiadica maior incisura ischiadica minor
samenvatting cursus: onderste gordel
1. beenderen
os sacrum (heiligbeen): vergroeiing van 5 wervels (S1-5) met 18 openingen
os coxae (heupbeen): drie bekkenbeenderen die tijdens de verbeningsfase in vroege jeugd met
elkaar gaan fuseren en vormt het een geheel, bevat pan van heupgewricht
→ bekken = os sacrum + os coxae
oppervlakkige zijde
os ilium (darmbeen): bevat…
- corpus
- ala ossis ilium:
- linea glutaea anterior: craniaal (4a)
- linea glutaea inferior: supra-acetabularis (4b)
- linea glutaea posterior: dorsaal (4c)
os ischium (zitbeen): bevat…
- corpus ossis ischii die groot deel van acetabularis vormt
- tuber ischiadicum die boogvormig loopt naar dorsaal en craniaal (voelbaar onderkant poep als je zit)
- ramus ossis ischii als kromming naar ventraal
os ischium ramus ossis ischii tuber ischiadicum
os pubis (schaambeen): bevat...
- corpus ossis pubis tegen acetabulum (ventraal)
- bekkenring wordt gesloten aan anterieure zijde
, os pubis ramus inferior ramus superior
- ramus ossis pubis superior → acetabularis in vlak van apertura pelvis superior
- ramus ossis pubis inferior → symphysica of sympyse (schaambeensvoeg) naar onder en achter
- ventraal komen ze samen ter hoogte van symphyse
glenohumeraal gewricht ⇔ heupgewricht
- dieper
- minder luxaties (komt zelden voor):
- glenohumeraal meer, want alleen ligamenten ventraal
- ring van vezelkraakbeen: vergroot pan
foramen obturatorium (S+T): opening gevormd door takken van os ischium en os pubis en
afgesloten door membrana obturatoria
- sulcus obturatorius: schuin van dorsaal-boven naar ventraal beneden
- oppervlakkig begrensd door crista obturatoria
- canalis obturatorius (T): doorgang voor zenuwen en bloedvaten
- bijna volledig afgesloten door membrana obturatoria (S): tussen tuberculum obturatorium
anterior (os pubis: rechts) en tuberculum obturatorium posterius (os ischium: links)
acetabulum: pan van heupgewricht (art. coxae)
- gevormd door samenkomen van drie bekkenbeenderen van os coxae
- kenmerkende structuren
- limbus acetabuli → rand van acetabulum: vezelkraakbeen
- incisura acetabuli → naar onder gericht
- facies lunata → halve maan: sfeeroppervlak waarop bolvormige kop van bovenbeen
articuleert
- fossa lunata → dieper dan facies lunata
, acetabulum facies lunata lumbus acetabuli
- beschrijving van diepe zijde
* pelvis major: bovenste gedeelte van het menselijk bekken worden de grote bekken genoemd
* pelvis minor: onderste gedeelte van het menselijk bekken worden de kleine bekken genoemd
→ onderscheid wordt gemaakt door linea terminalis of linea arcuata (= grenslijn)
pecten ossis pubis: bovenop pubis en bevat een scherpe rand naar de diepte toe (os pubis)
- eminentia iliopectinea: gelegen op pecten ossis pubis
tuberculum pubicum: 1 cm lateraal van symphyse op ramus superior
fossa iliaca: vormt bovendeel van bekken, grootste deel van dragend vlak (twee oren)
facies articularis: articuleert met facies auricularis (os sacrum), dorsaal
- sulcus juxta-glenoidalis: loopt voor facies articularis
- tuberositas iliaca: loopt achter facies articularis + ruwheden voor ligamenten
- beschrijving van de rand
1) symphyse: voorste en onderste punt van de bekken
2) facies symphysialis: ventrale middenlijn naar mediaal
3) tuber ischiadicum (os ischium): onderste punt van bekken (palpabele knobbel tijdens zitten)
- draagt bij het zitten mede het lichaam
4) spina ischiadica (os ischium): vormt versmalling in bekkenkanaal
(1) (2) (4)
incisura ischiadica maior: grote inham + reikt tot voor-onder de facies auricularis
incisura ischiadica minor: hoger en dorsaal
incisura ischiadica maior incisura ischiadica minor