Les 22: Reynaerde de vos
menselijke eigenschappen toeschrijven aan dieren:
antropomorfisme
niet altijd gebaseerd op wetenschap; eerder bijgeloof
veilige manier om kritiek te geven / spiegel op maatschappij
gemeenschapskunst + moraliserend-didactisch karakter
Deel 1: proloog
auteur = ‘Willem’
-> niets over geweten, behalve ook auteur van ‘Madoc’
-> Madoc?
twee mogelijke interpretaties:
a) Madoc = zeer bekend werk dat verloren is gegaan. Poging om
aandacht te wekken
b) Ironie = werk nooit bestaan of helemaal niet zo bekend, spot met
andere auteurs en traditie
v.1-10: de proloog van de kopiist.
Hij spreekt in de hij-vorm over de auteur Willem.
v.11-40: de proloog van Willem.
Hij spreekt in de personele ik-vorm en richt zich rechtstreeks tot het publiek.
v.41-60: aanvang van het verhaal.
Dit is geschreven in de auctoriële hij-verteller
topoi (= vaste ingrediënten) van de proloog. STEEDS KUNNEN TOEPASSEN OP MEERDERE
VERHALEN!
Causa scribendi: reden van schrijven.
(v.1-6): Willem vond het erg dat er geen volledige Reinaertbewerking in de volkstaal
bestond, dus is hij er zelf maar aan begonnen.
De moeite die het gekost heeft om het verhaal te schrijven.
(v.2): Het kostte Willem zijn nachtrust.
, Attendum:
(v.40): aansporing publiek om te luisteren
eventueel: v.1
Aanroeping God om steun: v. 10
Docilum: bronvermelding en waarachtigheid van de verhaalstof.
Willem vermeldt 3 bronnen waarop zijn verhaal is gebaseerd.
Het niet-afgewerkte verhaal van Arnout.
‘Vita’: de levensbeschrijving van een heilige (duidelijk als kritiek bedoeld!)
‘De walschen boucken’: de Franse roman uit de Reinaertcyclus waarvan de
het eerste verhaal over het proces tegen Reinaert gaat.
Vast element in verhaal Walewijn en Reynaerde:
verhaal begint ook met hofdag
R. daagt niet op erkent feodale band niet (trouw!)
Doelpubliek
‘den dorpren enten doren’ (v.13): voor intellectueel, beschaafd publiek
‘die gherne plege die eeren’ (v. 35): voor mensen die hoofsheid hoog in het vaandel
dragen
!! Kan ook gelezen worden als ‘plege die heeren’: steek naar de elite en hun
‘gezelschapsdames’ (dubbele bodem)
Deel 2: de aanklacht
• Personages:
Isengrim en Hersinde (wolf/wolvin) – Grimbeert (das) –
Courtois (hond) – Tybeert (kater) – Pancer (bever) in naam van
Cuwaert (haas)
menselijke eigenschappen toeschrijven aan dieren:
antropomorfisme
niet altijd gebaseerd op wetenschap; eerder bijgeloof
veilige manier om kritiek te geven / spiegel op maatschappij
gemeenschapskunst + moraliserend-didactisch karakter
Deel 1: proloog
auteur = ‘Willem’
-> niets over geweten, behalve ook auteur van ‘Madoc’
-> Madoc?
twee mogelijke interpretaties:
a) Madoc = zeer bekend werk dat verloren is gegaan. Poging om
aandacht te wekken
b) Ironie = werk nooit bestaan of helemaal niet zo bekend, spot met
andere auteurs en traditie
v.1-10: de proloog van de kopiist.
Hij spreekt in de hij-vorm over de auteur Willem.
v.11-40: de proloog van Willem.
Hij spreekt in de personele ik-vorm en richt zich rechtstreeks tot het publiek.
v.41-60: aanvang van het verhaal.
Dit is geschreven in de auctoriële hij-verteller
topoi (= vaste ingrediënten) van de proloog. STEEDS KUNNEN TOEPASSEN OP MEERDERE
VERHALEN!
Causa scribendi: reden van schrijven.
(v.1-6): Willem vond het erg dat er geen volledige Reinaertbewerking in de volkstaal
bestond, dus is hij er zelf maar aan begonnen.
De moeite die het gekost heeft om het verhaal te schrijven.
(v.2): Het kostte Willem zijn nachtrust.
, Attendum:
(v.40): aansporing publiek om te luisteren
eventueel: v.1
Aanroeping God om steun: v. 10
Docilum: bronvermelding en waarachtigheid van de verhaalstof.
Willem vermeldt 3 bronnen waarop zijn verhaal is gebaseerd.
Het niet-afgewerkte verhaal van Arnout.
‘Vita’: de levensbeschrijving van een heilige (duidelijk als kritiek bedoeld!)
‘De walschen boucken’: de Franse roman uit de Reinaertcyclus waarvan de
het eerste verhaal over het proces tegen Reinaert gaat.
Vast element in verhaal Walewijn en Reynaerde:
verhaal begint ook met hofdag
R. daagt niet op erkent feodale band niet (trouw!)
Doelpubliek
‘den dorpren enten doren’ (v.13): voor intellectueel, beschaafd publiek
‘die gherne plege die eeren’ (v. 35): voor mensen die hoofsheid hoog in het vaandel
dragen
!! Kan ook gelezen worden als ‘plege die heeren’: steek naar de elite en hun
‘gezelschapsdames’ (dubbele bodem)
Deel 2: de aanklacht
• Personages:
Isengrim en Hersinde (wolf/wolvin) – Grimbeert (das) –
Courtois (hond) – Tybeert (kater) – Pancer (bever) in naam van
Cuwaert (haas)