VERMENIGVULDIGING BIJ FUNGI – ONGESLACHTELIJKE
SPORULATIE
GISTEN
BLASTOSPOREVORMING (KNOPVORMING)
- Door mitose ontstaat een duplicaat van het chromosoom (DNA) in de kern en
krijgt men de vorming van een duplicaat in de kern
- Duplicaat vloeit met cytoplasma en insluitsels naar de knop
- Blaasje dat ontstaat door uitstulping van het complex celwand/celmembraan
- Knop snoert af = blastospore
- Op moedercel blijft lidteken (= scar) achter
- In zeer gunstige omstandigheden kunnen er zich meerdere
blastosporen vormen op 1 moedercel
- VOORBEELDEN
o Candida albicans
o Saccharomyces uvarum
o Saccharomyces cerevisiae
ARTHROSPOREVORMING (SPLIJTING)
- Mitose van celkern
- Vorming dubbel celtussenschot (= septum) in equatoriaal
vlak
- Cel splitst in 2
- Nieuw gevormde cel = arthrospore = oïdië
- VOORBEELDEN
o Schizosaccharomyces octosporus
o Schizosaccharomyces pombé
SCHIMMELS
BLASTOSPOREVORMING (KNOPVORMING)
bij DEUTEROMYCETEN
- Identiek zoals bij gisten
- Blastospore bevindt zich op een reproductieve hyfe
ARTHROSPOREVORMING (SPLIJTING)
bij BASIDIOMYCETEN (DEUTEROMYCETEN)
- Cilindrische sporen (oïdiën = arthrosporen = arthroconidia) worden
, afgesplitst
- Op apocytische reproductieve hyfen door dubbele segmentatie =
fragmentatie
SPORANGIOSPOREVORMING
bij ZYGOMYCETEN
- Sporen in sporangium (= bolvormig vruchtlichaam) gevormd
- Bevindt zich op einde van sporangiofoor (= volgroeide reproductieve hyfe)
- In het sporangium zit de columella (= gezwollen uiteinde van sporangiofoor)
waar kernen zich verzamelen en delen
- Sporangium volgroeid barst open sporangiosporen verspreiden zich
- Soms blijft bij openscheuren een colorette (= stuk
sporangiumwand (basis)) over
- Enkel bij ongesepteerde schimmels
- Vormen van columella = paddenstoelvormig, ovaal, rond,
peervormig
- VOORBEELDEN
o Rhizopus nigricans
o Mucor mucedo
o Absidia spp.
o Rhizopus stolonifer (= zwarte broodschimmel)
CONIDIOSPOREVORMING
bij ASCOMYCETEN (DEUTEROMYCETEN)
- Conidiosporen (= conidiën) worden op de phialiden (= flesvormige
structuren op reproductieve hyfen) gevormd door knopvorming of insnoering
- Conidiosporen worden enkel gevormd bij gesepteerde hyfent
- Conidium (= vruchtlichaam) kan al dan niet een vesikel bevatten
- Conidiofoor = reproductieve hyfe
- Metulae bevinden zich tussen de conidiofoor en de
phialiden
- Enkel bij gesepteerde schimmels
- Deuteromyceten (Fungi imperfecti) kunnen ook
ongeslachtelijke sporen vormen rechtstreekts op hyfen of
op een korte conidiofoor
o Ééncellig micro-conidiën
o Meercellig macroconidia
SPORULATIE
GISTEN
BLASTOSPOREVORMING (KNOPVORMING)
- Door mitose ontstaat een duplicaat van het chromosoom (DNA) in de kern en
krijgt men de vorming van een duplicaat in de kern
- Duplicaat vloeit met cytoplasma en insluitsels naar de knop
- Blaasje dat ontstaat door uitstulping van het complex celwand/celmembraan
- Knop snoert af = blastospore
- Op moedercel blijft lidteken (= scar) achter
- In zeer gunstige omstandigheden kunnen er zich meerdere
blastosporen vormen op 1 moedercel
- VOORBEELDEN
o Candida albicans
o Saccharomyces uvarum
o Saccharomyces cerevisiae
ARTHROSPOREVORMING (SPLIJTING)
- Mitose van celkern
- Vorming dubbel celtussenschot (= septum) in equatoriaal
vlak
- Cel splitst in 2
- Nieuw gevormde cel = arthrospore = oïdië
- VOORBEELDEN
o Schizosaccharomyces octosporus
o Schizosaccharomyces pombé
SCHIMMELS
BLASTOSPOREVORMING (KNOPVORMING)
bij DEUTEROMYCETEN
- Identiek zoals bij gisten
- Blastospore bevindt zich op een reproductieve hyfe
ARTHROSPOREVORMING (SPLIJTING)
bij BASIDIOMYCETEN (DEUTEROMYCETEN)
- Cilindrische sporen (oïdiën = arthrosporen = arthroconidia) worden
, afgesplitst
- Op apocytische reproductieve hyfen door dubbele segmentatie =
fragmentatie
SPORANGIOSPOREVORMING
bij ZYGOMYCETEN
- Sporen in sporangium (= bolvormig vruchtlichaam) gevormd
- Bevindt zich op einde van sporangiofoor (= volgroeide reproductieve hyfe)
- In het sporangium zit de columella (= gezwollen uiteinde van sporangiofoor)
waar kernen zich verzamelen en delen
- Sporangium volgroeid barst open sporangiosporen verspreiden zich
- Soms blijft bij openscheuren een colorette (= stuk
sporangiumwand (basis)) over
- Enkel bij ongesepteerde schimmels
- Vormen van columella = paddenstoelvormig, ovaal, rond,
peervormig
- VOORBEELDEN
o Rhizopus nigricans
o Mucor mucedo
o Absidia spp.
o Rhizopus stolonifer (= zwarte broodschimmel)
CONIDIOSPOREVORMING
bij ASCOMYCETEN (DEUTEROMYCETEN)
- Conidiosporen (= conidiën) worden op de phialiden (= flesvormige
structuren op reproductieve hyfen) gevormd door knopvorming of insnoering
- Conidiosporen worden enkel gevormd bij gesepteerde hyfent
- Conidium (= vruchtlichaam) kan al dan niet een vesikel bevatten
- Conidiofoor = reproductieve hyfe
- Metulae bevinden zich tussen de conidiofoor en de
phialiden
- Enkel bij gesepteerde schimmels
- Deuteromyceten (Fungi imperfecti) kunnen ook
ongeslachtelijke sporen vormen rechtstreekts op hyfen of
op een korte conidiofoor
o Ééncellig micro-conidiën
o Meercellig macroconidia