Voorbeeld examenvragen reeks
5 Hoofdstuk 1 t.e.m. 13
Zijn deze stellingen juist, fout of beide? Argumenteer.
Stelling 1
Intensieve landbouw op een ontbost stuk regenwoud, zal, zonder ingrijpen,
omwille van de bodemcondities, slechts enkele jaren goed gaan.
JUIST/ FOUT / BEIDE
Dit is een typisch voorbeeld van de “paradox of tropical luxuriance” (de tegenstelling van
de tropische overdaad).
In het tropisch regenwoud hebben we ideale omgevingsomstandigheden waardoor dat er een
heel hoge primaire productie is, waardoor er heel veel biomassa gemaakt wordt. Daarnaast is
er ook een heel snelle en een heel hevige detrivoren productie, dit zijn de organismen die de
strooisellaag verteren. Omwille van die optimale omstandigheden gaat die vertering ook heel
snel. Het gevolg is dat die mineralen, die vrijgezet worden door die snelle detrivore productie,
heel snel worden opgenomen door de primaire productie, waardoor er nooit iets lang genoeg
blijft liggen om in de bodem in te dringen.
In onze eigen klimaten (het gematigd loofbos) verloopt de primaire productie en de
afbraakproductie trager, doordat de primaire productie, de opname van die mineralen, trager
verloopt, kunnen er meer mineralen in de bodem worden opgenomen. Bijgevolg is er meer
leven in de bodem, er is een grotere biochemische samenstelling in de bodem en zijn dat over
het algemeen rijkere bodems.
Dit is een beetje contradictorisch, want we spreken ervan dat er in de tropische regenwouden
een heel hoge primaire productie is, dat er een heel snelle en veel biologische activiteit is, en
juist daardoor zijn de bodems zeer arm.
Als je de minerale samenstelling van een bodem in de tropische regenwouden en een bodem
in een gematigd loofbos vergelijkt, zit er in een gematigd loofbos veel meer in de bodem dan
in de tropen.
Omdat er zo weinig in de bodems van een tropisch regenwoud zit, kan men maar gedurende
een heel korte periode aan landbouw doen zonder ingrijpende maatregelen (bv. zonder er
extra meststoffen aan toe te voegen).
Stelling 2 (niveau drie stelling)
5 Hoofdstuk 1 t.e.m. 13
Zijn deze stellingen juist, fout of beide? Argumenteer.
Stelling 1
Intensieve landbouw op een ontbost stuk regenwoud, zal, zonder ingrijpen,
omwille van de bodemcondities, slechts enkele jaren goed gaan.
JUIST/ FOUT / BEIDE
Dit is een typisch voorbeeld van de “paradox of tropical luxuriance” (de tegenstelling van
de tropische overdaad).
In het tropisch regenwoud hebben we ideale omgevingsomstandigheden waardoor dat er een
heel hoge primaire productie is, waardoor er heel veel biomassa gemaakt wordt. Daarnaast is
er ook een heel snelle en een heel hevige detrivoren productie, dit zijn de organismen die de
strooisellaag verteren. Omwille van die optimale omstandigheden gaat die vertering ook heel
snel. Het gevolg is dat die mineralen, die vrijgezet worden door die snelle detrivore productie,
heel snel worden opgenomen door de primaire productie, waardoor er nooit iets lang genoeg
blijft liggen om in de bodem in te dringen.
In onze eigen klimaten (het gematigd loofbos) verloopt de primaire productie en de
afbraakproductie trager, doordat de primaire productie, de opname van die mineralen, trager
verloopt, kunnen er meer mineralen in de bodem worden opgenomen. Bijgevolg is er meer
leven in de bodem, er is een grotere biochemische samenstelling in de bodem en zijn dat over
het algemeen rijkere bodems.
Dit is een beetje contradictorisch, want we spreken ervan dat er in de tropische regenwouden
een heel hoge primaire productie is, dat er een heel snelle en veel biologische activiteit is, en
juist daardoor zijn de bodems zeer arm.
Als je de minerale samenstelling van een bodem in de tropische regenwouden en een bodem
in een gematigd loofbos vergelijkt, zit er in een gematigd loofbos veel meer in de bodem dan
in de tropen.
Omdat er zo weinig in de bodems van een tropisch regenwoud zit, kan men maar gedurende
een heel korte periode aan landbouw doen zonder ingrijpende maatregelen (bv. zonder er
extra meststoffen aan toe te voegen).
Stelling 2 (niveau drie stelling)