SAMENVATTING
SPORTFUNCTIONARIS
HOOFDSTUK 1: DE SPORTCLUB VAN VANDAAG
Deel 1: Inleiding
-veel verschillende sportclubs: verschillen op niveau, structuur, begeleiding en doelpubliek
ondanks diversiteit toch heel wat problemen/knelpunten die gelijkaardig zijn
-Sportfunctionaris moet: -kennis hebben over de werking van sportclubs
-kunnen helpen met het beleid bij te sturen
-de club ondersteunen bij de uitvoering van het beleid
door zelf initiatief te nemen
moet de externe instanties kennen voor opleiding en bijscholing
-4 beleidsprioriteiten:
1.Ondersteunen kwalitatieve uitbouw verenigingen via doelgericht subsidiebeleid
2.Stimuleren tot professionalisering (jeugdsport)
3.Levenslange sportparticipatie
4.Beweeg en sportbeleid met aandacht voor samenwerking zodat kansengroepen gelijke
kansen krijgen
Deel 2: Organisatie van de sportclub
Inleiding
-19de eeuw: ontstaan van sportclubs door balspelen (Engeland) en turnen (Duitsland)
georganiseerde sporten op universiteiten
-20ste eeuw: verenigingsleven groeit
-jaren ’60-’70: campagnes zoals ‘sport voor allen’ zetten in op breedtesport/gezondheidsbeleid
-profit organisaties: sporter is een klant, daardoor verhoogt de kwaliteit!
-overheid neemt veel initiatieven ter bevordering van het verenigingsleven (week van de sportclub)
Participatie in de clubsport
Sportclub in Europese context
Eurobarometer (EB)
Europese commissie peilt op regelmatige tijdstippen naar de sportbeoefening in de lidstaten
Sportclub in Vlaanderen
1.Meer Vlamingen gaan sporten maar niet altijd in clubverband (loop- en fietssport)
2.Meer aandacht voor specifieke groepen (jeugd, senioren, personen met beperking)
geslacht: 30% mannen/20% vrouwen sporten in clubverband
leeftijd: ½ sportclubs heeft een jeugdwerking (vooral unisportverenigingen en clubs met
groot aantal leden)
initiatief voor jeugd: multisport (algemene motorische ontwikkeling)
senioren (55+): grote verschillen in fysieke fitheid, kennis en motivatie
=> gevarieerde aanbod nodig (sportelen), trainers moeten kennis hebben
SPORTFUNCTIONARIS
HOOFDSTUK 1: DE SPORTCLUB VAN VANDAAG
Deel 1: Inleiding
-veel verschillende sportclubs: verschillen op niveau, structuur, begeleiding en doelpubliek
ondanks diversiteit toch heel wat problemen/knelpunten die gelijkaardig zijn
-Sportfunctionaris moet: -kennis hebben over de werking van sportclubs
-kunnen helpen met het beleid bij te sturen
-de club ondersteunen bij de uitvoering van het beleid
door zelf initiatief te nemen
moet de externe instanties kennen voor opleiding en bijscholing
-4 beleidsprioriteiten:
1.Ondersteunen kwalitatieve uitbouw verenigingen via doelgericht subsidiebeleid
2.Stimuleren tot professionalisering (jeugdsport)
3.Levenslange sportparticipatie
4.Beweeg en sportbeleid met aandacht voor samenwerking zodat kansengroepen gelijke
kansen krijgen
Deel 2: Organisatie van de sportclub
Inleiding
-19de eeuw: ontstaan van sportclubs door balspelen (Engeland) en turnen (Duitsland)
georganiseerde sporten op universiteiten
-20ste eeuw: verenigingsleven groeit
-jaren ’60-’70: campagnes zoals ‘sport voor allen’ zetten in op breedtesport/gezondheidsbeleid
-profit organisaties: sporter is een klant, daardoor verhoogt de kwaliteit!
-overheid neemt veel initiatieven ter bevordering van het verenigingsleven (week van de sportclub)
Participatie in de clubsport
Sportclub in Europese context
Eurobarometer (EB)
Europese commissie peilt op regelmatige tijdstippen naar de sportbeoefening in de lidstaten
Sportclub in Vlaanderen
1.Meer Vlamingen gaan sporten maar niet altijd in clubverband (loop- en fietssport)
2.Meer aandacht voor specifieke groepen (jeugd, senioren, personen met beperking)
geslacht: 30% mannen/20% vrouwen sporten in clubverband
leeftijd: ½ sportclubs heeft een jeugdwerking (vooral unisportverenigingen en clubs met
groot aantal leden)
initiatief voor jeugd: multisport (algemene motorische ontwikkeling)
senioren (55+): grote verschillen in fysieke fitheid, kennis en motivatie
=> gevarieerde aanbod nodig (sportelen), trainers moeten kennis hebben