E NE RGI E ME T AB OL I SME
H F D S T 6
INLEIDING
Chemische energie Bruikbare energie (ATP)
De SI-eenheid van energie = Joule (J)
•Arbeid verricht wanneer het aangrijpingspunt van 1 Newton zich in de richting van de kracht verplaatst over 1 m
•1 Newton is kracht die aan een lichaam met een massa van 1 kg een versnelling van 1 m per seconde2 geeft
In voedingsdomein vaak nog calorie
•Hoeveelheid energie die nodig is om 1 g zuiver water van 14,5 ° C tot 15,5 ° C te doen stijgen
1 ste wet van de thermodynamica = wet van behoud van energie 2 de wet van de thermodynamica = bij omzetting van voeding
- ATP gevormd
ENERGIE INNAME - ENERGIE VERBRUIK = ENERGIEVOORRAAD - warmte
- uitscheiding onvolledig verbrande producten
ENERGIE IN VOEDING
BRUTOVERBRANDINGSENERGIE = energiegehalte VS gemeten door bomcalorimeter
Deze waarde is groter naarmate de Gemiddelde brutoverbrandingswaarden zijn:
verhouding van de hoeveelheid koolstof plus •koolhydraten = 4,15 kcal/g
waterstof tot de hoeveelheid zuurstof in de •lipiden = 9,40 kcal/g
•proteïnen = 5,65 kcal/g
voedingsstof hoger is ( C + H / O )
•alcohol = 7,10 kcal/g
VERTEERBARE ENERGIE = houdt rekening met de verteerbaarheidscoëfficiënt (mate waarin een voedingsstof wordt
verteerd en geabsorbeerd in de darm)
•voor koolhydraten 97%
•voor lipiden 95%
•voor proteïnen 93%
•voor alcohol 100%
METABOLISEERBARE ENERGIE = ATWATERFACTOREN (kcal/g of kJ/g) =de hoeveel energie die voor het lichaam
beschikbaar is
Atwaterfactoren zijn gebaseerd op de gemiddelde •voor koolhydraten 4 kcal
•voor lipiden 9 kcal •voor OZ 3 kcal
voedingssamenstelling en houden rekening met
•voor proteïnen 4 kcal •voor polyolen 2,4 kcal
de energie van het voedsel die in stoelgang en
•voor alcohol 7 kcal
urine verloren gaat.
NUTTIGE ENERGIE = hoeveelheid energie die in de energierijke fosfaatverbindingen (vooral ATP) in de cellen wordt
opgeslagen en beschikbaar is voor de verschillende functies van het lichaam.
Nuttige energie is lager dan metaboliseerbare energie
•Een deel gaat verloren ovv warmte
•Een deel van de energie wordt gebruikt voor de vertering van VS, absorptie
van VS, verwerking of opstapeling = specifiek dynamische effect van de
voeding of voedingsgeïnduceerde thermogenese genoemd
+/- 40% van de energie in lipiden en koolhydraten omzetting in ATP
33% van de energie van proteïnen
H F D S T 6
INLEIDING
Chemische energie Bruikbare energie (ATP)
De SI-eenheid van energie = Joule (J)
•Arbeid verricht wanneer het aangrijpingspunt van 1 Newton zich in de richting van de kracht verplaatst over 1 m
•1 Newton is kracht die aan een lichaam met een massa van 1 kg een versnelling van 1 m per seconde2 geeft
In voedingsdomein vaak nog calorie
•Hoeveelheid energie die nodig is om 1 g zuiver water van 14,5 ° C tot 15,5 ° C te doen stijgen
1 ste wet van de thermodynamica = wet van behoud van energie 2 de wet van de thermodynamica = bij omzetting van voeding
- ATP gevormd
ENERGIE INNAME - ENERGIE VERBRUIK = ENERGIEVOORRAAD - warmte
- uitscheiding onvolledig verbrande producten
ENERGIE IN VOEDING
BRUTOVERBRANDINGSENERGIE = energiegehalte VS gemeten door bomcalorimeter
Deze waarde is groter naarmate de Gemiddelde brutoverbrandingswaarden zijn:
verhouding van de hoeveelheid koolstof plus •koolhydraten = 4,15 kcal/g
waterstof tot de hoeveelheid zuurstof in de •lipiden = 9,40 kcal/g
•proteïnen = 5,65 kcal/g
voedingsstof hoger is ( C + H / O )
•alcohol = 7,10 kcal/g
VERTEERBARE ENERGIE = houdt rekening met de verteerbaarheidscoëfficiënt (mate waarin een voedingsstof wordt
verteerd en geabsorbeerd in de darm)
•voor koolhydraten 97%
•voor lipiden 95%
•voor proteïnen 93%
•voor alcohol 100%
METABOLISEERBARE ENERGIE = ATWATERFACTOREN (kcal/g of kJ/g) =de hoeveel energie die voor het lichaam
beschikbaar is
Atwaterfactoren zijn gebaseerd op de gemiddelde •voor koolhydraten 4 kcal
•voor lipiden 9 kcal •voor OZ 3 kcal
voedingssamenstelling en houden rekening met
•voor proteïnen 4 kcal •voor polyolen 2,4 kcal
de energie van het voedsel die in stoelgang en
•voor alcohol 7 kcal
urine verloren gaat.
NUTTIGE ENERGIE = hoeveelheid energie die in de energierijke fosfaatverbindingen (vooral ATP) in de cellen wordt
opgeslagen en beschikbaar is voor de verschillende functies van het lichaam.
Nuttige energie is lager dan metaboliseerbare energie
•Een deel gaat verloren ovv warmte
•Een deel van de energie wordt gebruikt voor de vertering van VS, absorptie
van VS, verwerking of opstapeling = specifiek dynamische effect van de
voeding of voedingsgeïnduceerde thermogenese genoemd
+/- 40% van de energie in lipiden en koolhydraten omzetting in ATP
33% van de energie van proteïnen