Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 2 out of 9 pages
Summary

Samenvatting Verbintenissenrecht

Document preview thumbnail
Preview 2 out of 9 pages

Dit is een uitgebreide samenvatting van het boek 'verbintenissenrecht & ondernemingsrecht (12e druk)'. In deze samenvatting word hoofdstuk 1 t/m 12 duidelijk begrijpbaar samengevat met alle benodigde informatie voor je tentamen. ook staan er foto's in van verschillende figuren uit het boek.

Content preview

Verwijzen naar een wet
Art. 3 : 17 BW

Verbintenisrecht
3 = nummer van het boek
17 = het artikel nummer
BW = naam boek, Burgerlijk Wetboek

Art. 3 : 17 lid 1 sub c BW
Lid = cijfer van het artikel
1. Inleiding in het recht Sub = letter van het artikel

1.1 Inleiding
Recht: alle regels bij elkaar, het is de taak van de overheid om ‘recht’ te bepalen. Rechtsregels zijn nodig voor het
ordenen van de maatschappij.
Eigenrichting: zelf voor eigen rechter spelen. Dit is niet toegestaan!

1.2 recht en rechtsbronnen
Ons recht bestaat uit rechtsbronnen, dat zijn:
1. Wetten:
2. Verdragen
3. De jurisprudentie
4. De gewoonte
Internationaal recht gaat altijd voor nationaal recht.
1.2.1 wetten
Wet: is een geschreven regel. Rechtsregels zijn nodig voor het ordenen van de maatschappij.
Codificeren: vastleggen van regels en wetten
Wet in materiele zin: wet die voor iedereen geld.
Wet in formele zin: een wet die op het hoogste niveau in Nederland is gemaakt (1 e,2e kamer(state generaal) zodra
het woordje ‘wet’ er in staat is het altijd in formele zin
1.2.2 verdragen
Verdrag: afspraak tussen 2 of meerdere landen. (Vb. verdrag betreffende de status van vluchtelingen.)
Self-executing: als een verdragsbepaling de burger rechtstreeks bindt.
1.2.3 jurisprudentie
Jurisprudentie: uitspraken van een rechter. (De rechter zal omdat de wet niet altijd even duidelijk is, de wet moeten
uitleggen.)
Vonnis: uitspraak van een rechtbank.
Arrest: uitspraak van het gerechtshof of de hoge raad
1.2.4 het gewoonterecht
Gewoonterecht: ongeschreven recht omdat deze regels niet in een wet zijn vastgelegd. Van een gewoonte is sprake
als een bepaald gebruik, waarvan de samenleving vindt dat dat juridisch zo hoort, voor een lange tijd gebruikt wordt.
(Vb. als een minister geen vertrouwen meer heeft van de helft van de tweede kamer moet hij zijn ontslag aanbieden.
Deze regel is niet opgenomen in de wet)

1.3 privaatrecht en publiekrecht
Privaatrecht: alles wat niet publiek recht is. Alles waar wij als gewone burgers recht voor hebben (stel je hebt slechte
oortjes van de mediamarkt, in het privaatrecht vind je regels wat je dan het beste kunt doen).
Publiekrecht: al hetgeen wat de overheid doet en wij als gewone burgers niet kunnen en geen recht op hebben. De
overheid heeft hier extra rechten en bevoegdheden die wij als burgers niet hebben. (Het arresteren van mensen.)


1.4 objectief recht en subjectief recht
Objectiefrecht: het geheel van geschreven en ongeschreven rechtsregels
Subjectiefrecht: individueel recht dat je in het concrete geval aan de objectieve rechtsregels ontleent.
(vb. als je een telefoon hebt gekocht heb je het recht om die te gebruiken ‘objectief recht’ en als je deze hebt
verkocht heb je recht op een geldbedrag ‘subjectief recht’.

, 1.5 dwingend recht en aanvullend recht
Dwingend recht: recht waar je aan MOET houden, je kan hier niet voor afwijken. (Vb. diefstal, stel je mag van je
buurman zijn fiets stelen is het alsnog verboden. Dit wordt dan ‘afspraak ongeldig’ (nietig) genoemd.)
Aanvullend recht: hier kun je andere afspraken over maken, je mag afwijken van dit recht. (vb. je koopt online een
fiets en er is niks over afgesproken moet je hem komen halen volgens de wet. Als er wordt aangegeven dat ze het
kunnen bezorgen dat is dit dus een aanvulling van het recht.)

1.6 formeel recht en materieel recht
Formeelrecht: procedureregels, rechtsregels die aangeven op welke wijze je het materieel recht kunt handhaven.
Materieelrecht: rechtsregels die de rechten en plichten van partijen regelen
(Vb. als je iets koopt bij mediamarkt en je niet wilt betalen schend je het materiele recht. Mediamarkt kan dan met
behulp van het formele recht in beroep gaan.)


2. Inleiding verbintenissenrecht
2.1 inleiding
Als iemand een auto huurt dan heeft de huurder de plicht om de huurprijs te betalen en de verhuurder het recht op
het huurbedrag.
Verbintenis: recht en een plicht samen. Deze hebben een juridische relatie.
Wederkerige overeenkomst: als er meerdere rechten en plichten ontstaan.
Schenkingsrecht: eenzijdig recht, 1 recht en 1 plicht.

2.2 bronnen van verbintenissen (waar verbintenissen uit ontstaan)
1. De wet: (vb. schade bij een ander, wettelijke schadevergoedingsplicht.)
2. Een overeenkomst: (vb. werknemer heeft recht op loon van werkgever.)
3. Rechtelijke uitspraken: (vb. rechter bepaalt dat … iets moet betalen.)

2.3 absolute rechten en relatieve rechten
Relatief recht: recht dat je alleen tegen een bepaald persoon kunt uitoefenen.
(vb. werknemer heeft recht of loon van de werkgever. In dit voorbeeld heeft de werkgever dan de plicht om te
betalen.)
Je ziet dat door het sluiten van een overeenkomst een verbintenis ontstaat. Verbintenis is tussen personen waar de
een recht heeft op een bepaalde prestatie en de andere de plicht heeft die prestatie te leveren. Het nakomen van
een plicht is via de rechter af te dwingen.
Absoluut recht: kom je vooral tegen in het eigendomsrecht. Recht dat je tegenover iedereen kunt uitoefenen. (Vb.
het uitlenen van een boek, dit boek kun je terug opeisen.)

2.5 rechtsfeit en rechtsgevolg
Rechtshandeling: handeling die gericht is om rechtsgevolgen te krijgen. (samir koopt bloemen voor zijn vriendin).
Rijden door rood is geen rechtshandeling omdat het niet de bedoeling was.
Rechtsfeit: feit dat relevant is voor het recht. (Je rijdt per ongeluk iemand aan)
Rechtsgevolg: is het gevolg van een rechtsfeit. (Schadevergoeding betalen)
Bloot rechtsfeit: als er een rechtsgevolg komt zonder dat daarvoor het menselijk handelen van betrokkenen zelf
nodig is. (Vb. meerderjarig worden. Door dat je meerderjarig wordt kun je zonder bevoegdheden van je ouders
overeenkomsten sluiten.
Revindiceren: terugeisen van je spullen.

2.6 de feitelijke handeling
Feitelijke handeling: handeling die niet gericht is op een rechtsgevolg. (Kopen van een kopje koffie)

2.7 de rechtshandeling
Je kunt 2 rechtshandelingen onderscheiden in
1. Eenzijdige rechtshandelingen: komen tot stand door 1
persoon (vb. opzeggen vaan een overeenkomst.
2. Meerzijdige rechtshandelingen: komen tot stand

Connected book
 image
Publisher: Unknown ISBN: 9789462908963 Edition: 12

Document information

Study
Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
1 t/m 12
Uploaded on
January 14, 2022
Number of pages
9
Written in
2021/2022
Type
Summary
$5.88

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
HHy
Sold
1
Followers
1
Items
2
Last sold
3 year ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions