Interventionele radiologie: een overzicht
Welke invasieve mogelijkheden biedt radiologie?
Wat is Interventionele Radiologie?
= Initieel was radiologie een middel om het lichaam te onderzoeken onder de vorm van CT,
MR, ECHO
= In de jaren 60 startte men met de angiografie van het hart.
= Gaandeweg takt een relatief nieuw specialisme zich af waarbij beeldvorming wordt
gebruikt om interventies te gaan doen via minimaal invasieve procedures. Bv: plaatsen van
een stent in de aderen.
= Onderscheid interventionele radiologie en chirurgie of subspecialisaties is vaag.
Hier bespreken we een globaal beeld van toepassingen en interventionele technieken.
Er zijn heel veel voordelen aan de IR
- Minimale toegang nodig voor maximaal resultaat.
- 8 op de 10 interventies hebben accespoints kleiner dan 5 mm.
- 9 op de 10 interventies enkel met lokale anesthesie, soms met lichte sedatie. Minder
grote impact op het lichaam.
- Kortere opname mogelijk
- Lagere kosten van de procedure
- Minder pijn voor de patiënt
Er zijn heel weinig nadelen aan de IR
- Het personeel moet heel bedreven
- Het is een dure opstartkost voor het ziekenhuis. Al het materiaal kopen.
- Niet alles is mogelijk.
Enkele basisbegrippen
RX
RX ontstaat door röntgenstralen.
- De geproduceerde beelden bij een gewone radiologische opname zijn statische
schaduwbeelden. (Voor of achterliggende structuur moeilijk te onderscheiden
anatomische kennis is noodzakelijk)
- Alles wat zwart is op een RX is lucht.
- Hoe donkerder grijs, hoe minder dens het weefsel. Bv: spierweefsel
- Hoe witter, hoe dichter de weefselstructuur.
- RX foto/ CT zijn statische opnames.
, CT
- Een toepassing van X- stralen.
- Je hebt een collimator die ronddraait rond de patiënt en die op verschillende niveaus
beelden gaat nemen van de patiënt. (AXIAAL, Coronaal, sagitaal). Hierdoor krijg je
een 3D gerichte weergave.
- Zelfde kleureninterpretatie als RX.
- Het zijn allemaal schijfjes op elkaar schijfschrijven.
Fluoroscopie
- Toepassing van X- stralen.
- Hier gaat men in de interventionele radiologie het meest mee
werken.
- RX opname die continue gebeurt. = foto
- Fluoroscopie gaat continue straling geven = film
- Een real time feedback van interne organen.
- Ruim toepassingsveld:
o Plaatsen van protheses
o Interventies/ diagnose van bloedvat problemen
o Spinale chirurgie
- Om een fluoroscopie te kunnen nemen hebben we een contrastof nodig om iets in
beeld te brengen. (Brarium, Jodium, CO2)
Angiografie
= Fluoroscopie van de bloedvaten.
- Angio= bloedvat.
- Grafie= tekenen/ schrijven
- Wordt vooral toegepast bij bloedvatproblematieken.
- In beeld brengen van:
o AVM
o Aneurysmas
o Bloedingen
o Sclerose/ occlusies
- Er wordt een contrastof toegediend, er wordt Jodium toegediend. Die heeft een
sterke radioactieve werking. Zo worden de bloedvaten mooi in beeld gebracht.
Stralingsbescherming
- Bij fluoroscopie is er continue straling. Hoe verder iemand van een bron staat, hoe
minder straling die ondervindt.
- Iemand die interventionele radiologie doet staat de hele tijd naast die bron. Gelukkig
zijn de toestellen zodanig gemaakt dat ze alleen op de behandelende plaats stralen.
- Tijd is ook belangrijk. Je zit een lange tijd bij de bestraalde patiënt.
- Afscherming is ook belangrijk. Bij interventionele radiologie kan je je patiënt niet van
op afstand gaan behandelen.
Welke invasieve mogelijkheden biedt radiologie?
Wat is Interventionele Radiologie?
= Initieel was radiologie een middel om het lichaam te onderzoeken onder de vorm van CT,
MR, ECHO
= In de jaren 60 startte men met de angiografie van het hart.
= Gaandeweg takt een relatief nieuw specialisme zich af waarbij beeldvorming wordt
gebruikt om interventies te gaan doen via minimaal invasieve procedures. Bv: plaatsen van
een stent in de aderen.
= Onderscheid interventionele radiologie en chirurgie of subspecialisaties is vaag.
Hier bespreken we een globaal beeld van toepassingen en interventionele technieken.
Er zijn heel veel voordelen aan de IR
- Minimale toegang nodig voor maximaal resultaat.
- 8 op de 10 interventies hebben accespoints kleiner dan 5 mm.
- 9 op de 10 interventies enkel met lokale anesthesie, soms met lichte sedatie. Minder
grote impact op het lichaam.
- Kortere opname mogelijk
- Lagere kosten van de procedure
- Minder pijn voor de patiënt
Er zijn heel weinig nadelen aan de IR
- Het personeel moet heel bedreven
- Het is een dure opstartkost voor het ziekenhuis. Al het materiaal kopen.
- Niet alles is mogelijk.
Enkele basisbegrippen
RX
RX ontstaat door röntgenstralen.
- De geproduceerde beelden bij een gewone radiologische opname zijn statische
schaduwbeelden. (Voor of achterliggende structuur moeilijk te onderscheiden
anatomische kennis is noodzakelijk)
- Alles wat zwart is op een RX is lucht.
- Hoe donkerder grijs, hoe minder dens het weefsel. Bv: spierweefsel
- Hoe witter, hoe dichter de weefselstructuur.
- RX foto/ CT zijn statische opnames.
, CT
- Een toepassing van X- stralen.
- Je hebt een collimator die ronddraait rond de patiënt en die op verschillende niveaus
beelden gaat nemen van de patiënt. (AXIAAL, Coronaal, sagitaal). Hierdoor krijg je
een 3D gerichte weergave.
- Zelfde kleureninterpretatie als RX.
- Het zijn allemaal schijfjes op elkaar schijfschrijven.
Fluoroscopie
- Toepassing van X- stralen.
- Hier gaat men in de interventionele radiologie het meest mee
werken.
- RX opname die continue gebeurt. = foto
- Fluoroscopie gaat continue straling geven = film
- Een real time feedback van interne organen.
- Ruim toepassingsveld:
o Plaatsen van protheses
o Interventies/ diagnose van bloedvat problemen
o Spinale chirurgie
- Om een fluoroscopie te kunnen nemen hebben we een contrastof nodig om iets in
beeld te brengen. (Brarium, Jodium, CO2)
Angiografie
= Fluoroscopie van de bloedvaten.
- Angio= bloedvat.
- Grafie= tekenen/ schrijven
- Wordt vooral toegepast bij bloedvatproblematieken.
- In beeld brengen van:
o AVM
o Aneurysmas
o Bloedingen
o Sclerose/ occlusies
- Er wordt een contrastof toegediend, er wordt Jodium toegediend. Die heeft een
sterke radioactieve werking. Zo worden de bloedvaten mooi in beeld gebracht.
Stralingsbescherming
- Bij fluoroscopie is er continue straling. Hoe verder iemand van een bron staat, hoe
minder straling die ondervindt.
- Iemand die interventionele radiologie doet staat de hele tijd naast die bron. Gelukkig
zijn de toestellen zodanig gemaakt dat ze alleen op de behandelende plaats stralen.
- Tijd is ook belangrijk. Je zit een lange tijd bij de bestraalde patiënt.
- Afscherming is ook belangrijk. Bij interventionele radiologie kan je je patiënt niet van
op afstand gaan behandelen.