Burgerlijk recht
Hoofdstuk 1: algemene inleiding
1. Wat is recht
Geheel ṽ gedragsregels en normen
Doel: maatschappelijk leven ordenen anders chaos
Regels opgelegd door de overheid
Regels zijn afdwingbaar-> men dwingt u de gerechtsregels te volgen
Vb: contract met afbetaling
Enkel de juridische regels
2. Indeling vh recht: recht heeft ≠ indelingen
2.1. Privaatrecht – publiekrecht
Privaat: tss burgers onderling
Burgerlijk: familiale verhoudingen, zakelijk, contracten tss burgers
Publiek: regelt algemene belangen
Betrekking op inrichting werking en onderlinge verhouding vd overheidsorganen
Verhouding overheid burger
Staatsrecht: regels ṽ inrichting en werking vd staat
Verhouding tss organen vd staat
Administratiefrecht: regels voor werking overheidsinstanties
Manier burger richten tot overheid
Strafrecht: opsporen/ vaststellen ṽ misdrijven/ procedure om beklaagde te vervolgen
Fiscaalrecht: problematiek vd belastingen
2.2. Andere indelingen:
Objectieve: regelt menselijke activiteit/ verhouding tss mensen/ verhouding persoon gemeenschap
Subjectieve: aanspraken persoon t.o.v. ṽ andere
Gebaseerd op objectieve recht
Geldig vr iedereen-> opeisbaar
Materieel: rechten toekennen en plichten opleggen
Formeel: naleving verzekeren ṽ materiële recht
3. Bronnen vh recht: waar komt het recht vandaan
Bindende: wetgeving (1)/ gewoonterecht (2)
Ter inspiratie: rechtspraak (3)/ rechtsleer (4)
3.1. Wetgeving sensu lato-> onderverdeeld in:
3.1.1. Internationale verdragen/ beslissingen ṽ supranationale organisaties: vooral EU mee bedoeld
Richtlijnen: regels die verplicht ingevoerd moeten ẅ in diverse lidstaten
Harmoniseren ṽ wetgeving tss lidstaten
Verordeningen: reglementering rechtstreeks ṽ toepassing in alle lidstaten
Besluiten: regels ṽ toepassing op aangeduide bestemming
Internationale verdragen tss 2 staten: regelingen ṽ welk recht dan past etc.
3.1.2. Grondwet: meest fundamentele (Belgische) wet
Inrichting machten binnen de staat
Fundamentele rechten/ vrijheden vd burgers-> vb recht ṽ meningsuiting
Wetgevende/uitvoerende/ rechterlijke macht vastleggen
Moeilijk te wijzigen-> speciale procedure voor nodig
Meer dan 2/3 kamer leden moeten aanwezig zijn
Meerderheid moet akkoord zijn
Vb: recht op sociale zekerheid/ recht op gelijkheid/ recht op leven/ recht op vrije meningsuiting
3.1.3. Wet sense stricto: wet in strikte vh woord
Door kamer ṽ volksvertegenwoordigers tot stand gebracht
3.1.4. Decreten: niveau vd gemeenschappen en gewesten
Zelfde niveau als federale wet
Sport= deelstaat bevoegdheden= decreten
Niet in Brussels hoofdstedelijk gewest-> ordonnanties
3.1.5. Koninklijk besluit: federale regering
Nodig vr uitvoering ṽ bepaalde wetten
Mag wet zelf niet schorsen of vrijstellen
3.1.6. Besluit vd gemeenschap en gewestregering: op regionaal niveau
, 3.1.7. Schema
Grondwet
Wet Decreet
Koninklijk Besluit Besluit gemeenschap en gewestregering
Ministerieel Besluit Besluit lid ṽ gemeenschap en gewestregering
Federaal Regionaal
3.2. Rechtspraak: wet kan nooit oplossing voorzien op alle gevallen-> algemene bewoording
Interpreteren: wet moet gekneed en aangepast ẅ
3.3. Rechtsleer: geheel ṽ wetenschappelijke publicaties over Juridische aangelegenheden
Niet bindend bron ṽ recht
3.4. Gewoonte/ billijkheid: 2% vd wetten
Beschouwd als bindend geen wetgevende maatregel
2 elementen nodig
Subjectieve overtuiging vereist
Hoofdstuk 4: enkele algemene begrippen ṽ burgerlijk recht
1. Indeling wet artikels: onderscheid tss gebiedende en aanvullende rechtsregels
1.1. Gebiedende rechtsregels: mag nooit ẅ afgeweken
1.1.1. Regels openbare orde: krijg je een gevangstraf bij het overtreden?
Fundamenteel -> anders = chaos
Te belangrijk om van af te wijken
Artikel 2 BW
1.1.2. Goede zeden: vooral lichamelijkheid en seksualiteit
Zich op een normale manier gedragen
1.1.3. Dwingend recht: beschermen ṽ een bepaalde maatschappelijke groep
Belangrijk vr bepaalde categorieën mensen-> niet heel de maatschappij
Vr kwetsbare groepen
Mogelijk om af te wijken-> moet vrijwillig gebeuren
1.2. Regels ṽ aanvullend recht Regels openbare orde: eender welke regel-> enkel zodat er een regel is
Afwijken kan bij contract
Deel 2-> Hoofdstuk 1: personenrecht
1. Het begrip persoon: onderverdeling in natuurlijke en rechtspersonen
Natuurlijke personen: personen ṽ vlees en bloed
Alleen levende mensen
Dieren hebben geen persoonlijkheid in recht-> bijzonder statuut in goederenrecht
Doden-> geen persoonlijk recht, wel bescherming-> niet zomaar als zaak beschouwd
Aanvang op moment ṽ geboorte-> verwekte/ niet geboren baby’s wel beschermd door rechten
2. Staat vd persoon: bepalen de juridische plaats in familie en maatschappij ṽ een persoon
Raakt de openbare orde-> aspect ṽ staat niet zomaar wijzigen
Niet vatbaar voor verjaring
2.1. Naam: bepaalde personen onderscheiden ṽ anderen
Onderscheid tss voornaam en familienaam-> arttn 370/1-370/4 BW
2.1.1. Voornaam: ẅ vrij gekozen met 3 beperkingen
Geen aanleiding geven tot verwarring
Kind/ derden niet kunnen schaden
Ambtenaar ṽ burgerlijke stand mag weigeren-> ouders mogen uitleggen bij burgerlijk rechtbank
Recht behoort aan ouders-> geen overeenkomst-> familierechtbank
Wijzing kan altijd verkregen ẅ-> geen wettig belang nodig
Lokale overheid kan weigeren-> verzoekschrift neergelegd bij familierechtbank
2.1.2. Familienaam: ouders kunnen kiezen vr naam ṽ moeder/ vader/ beiden in gewilde volgorde
Geen akkoord-> kind draagt naam ṽ ouders naast elkaar in alfabetische volgorde-> vanaf 1 januari 2017
Enkel 1 naam ṽ elk-> ouders kiezen-> geen akkoord-> bepaald op basis ṽ alfabetische volgorde
Alle kinderen ṽ zelfde familie = naam
Huwelijk wijzigt niks aan familienaam-> gewoonte familienaam ṽ andere te aanvaarden en gebruiken
Bijzondere regel in beroepsbetrekking-> naam ṽ echtgenoot gebruiken vr beroepsdoeleinde
Instemming nodig
Wijzing enkel bij ernstige reden-> zelfde 3 beperkingen als voornaam
2.2. Het geslacht: behoren tot mannelijk/ vrouwelijke sekse
Adhv fysiek/ sociaal/ psychologische criteria bepaald
, Inter/transseksuelen -> fysieke of psychologische moeilijkheden bij het bepalen
Transgenderwet België-> geslacht aanpassen zonder medische vereiste -> eigen overtuiging volstaat
2.3. Woonplaats: belangrijk in sommige domeinen vh recht bvb proceshandelingen en fiscale redenen
Onderscheidene betekenissen in ≠ rechtstakken
Burgerlijk recht: plaats ṽ centrum ṽ zijn belangen
Verplicht vrijwillig centrum ṽ belangen daar te hebben
Niet noodzakelijk plaats ingeschreven in bevolkingsregister
Gerechtelijk recht: woonplaats-> plaats waar ingeschreven is bij bevolkingsregister als hoofdverblijfplaats
Woonplaats en verblijfplaats ≠ betekenis
Verblijfplaats: plaats op grondgebied waar men vertoeft op meer dan toevallige wijze
Ook al niet de bedoeling op die plaats rechten en plichten uit te oefenen
2.4. Nationaliteit: band ṽ persoon met bepaald land-> ẅ onderdaan ṽ land-> krijgt plichten en rechten
Op basis ṽ 2 ≠ systemen
Ius soli: basis ṽ geboorte
Ius sanguinis: basis ṽ nationaliteit ṽ ouders-> in België toegepast
3. Bekwaamheid vd persoon: onderscheid gemaakt op 3 niveaus
Feitelijke bekwaamheid: geen juridisch begrip-> in staat zijn om bepaalde dingen te doen
Rechtsbekwaamheid: hebben ṽ rechten en plichten-> nagenoeg iedereen in België
Handelingsbekwaamheid: rechten en plichten zelfstandig uit te oefenen
Uitzonderingen zijn minderjarigen art 388 BW/ geestgestoorden: minderjarige in 2 groepen onderverdeeld
3.1. Niet ontvoogde minderjarige: volledig en algemeen handelingsonbekwaam-> moet vertegenwoordigd ẅ
Art 371 BW/ art 372 BW/ 395 BW/art 389 BW
3.1.1. Vertegenwoordiging: onderscheid volgens # levende ouders
3.1.1.1. Niet ontvoogde minderjarige met 2 ouders-> art 376 BW
Wie vertegenwoordigt: beide ouders zijn titularis ṽ ouderlijk gezag
Samenlevende ouders: oefenen gezamenlijk gezag uit -> art 373 BW
Vermoeden dat ouder die alleen optreedt handelt met instemming ṽ andere
Bij weigering samen gezamenlijk op treden-> zaak aanhangig ẅ gemaakt bij familierechtbank
Rechter kan toestemming geven alleen op te trede voor 1/+ handelingen
Niet samenlevend: eveneens gezamenlijk gezag-> art 374§1 BW
Zelfde vermoeden/ zelfde mogelijkheid bij weigering
Gezamenlijke uitoefening niet altijd mogelijk
Ouders oneens/ overeenstemming strijdig met belang kind-> zaak aanhangig bij familierechtbank
Kan gezag aan 1 vd ouders toevertrouwen/ bepalen dat beslissingen instemming nodig hebben ṽ beide ouders
Ouderlijk gezag= rechten en plichten: gezag over de persoon vd minderjarige
Recht goederen te beheren
Verplichting opvoeden ṽ kind
Aansprakelijkheid vr daden vd minderjarige
≠ Rechtshandelingen en vereiste formaliteiten: gezag uitoefenen= minderjarige vertegenwoordigen vr rechtshandelingen
Voor bepaalde handelingen-> machtiging vd vredesrechter nodig-> art 410 BW
Vertegenwoordigen gerechtelijke procedure
Vervreemden ṽ souvenirs/ persoonlijke voorwerpen
Verzoekschrift indienen bij vredegerecht-> ondertekend door beide ouders of advocaat
Belangstelling tss ouders en kind-> vrederechter wijst voogd ad hoc aan
Niet naleven ṽ formaliteiten-> handeling nietig verklaard
3.1.1.2. Niet ontvoogde minderjarig met 1 ouder: voogdij valt niet open-> levende ouder neemt over
Art 375 BW
In bepaalde gevallen machtiging nodig ṽ vrederechter-> art 410 BW
3.1.1.3. Niet ontvoogde minderjarige zonder ouders: voogdij valt open
Wie vertegenwoordigt: Vrederechter beveelt maatregelen bescherming ṽ minderjarigen/ beheer ṽ goederen-> art 391 BW
Wie ẅ voogd: afhankelijk of voogd is aangewezen door de ouders-> via testament of verklaring vr notaris-> art 392 BW
Aangewezen persoon aanvaardt-> vrederechter homologeert aanwijzing
Behalve redenen in belang ṽ kind om zich te verzetten
Geen aangewezen persoon-> vrederechter benoemt voogd-> naaste familielid-> art 393 BW
Niet verplicht voogdij te aanvaarden-> art 396 BW
Bij wettige redenen kan voogd ontlast ẅ in loop ṽ voogdij
Kinderen ṽ 12+/ andere familieleden ẅ gehoord bij kiezen/ homologeren voogd-> art 394 BW
Rechter stelt toeziende voogd aan-> uit andere familietak -> toezicht uit oefenen op voogd-> art 402-404 BW
Werking vd voogdij: voogd voedt op/ vertegenwoordigt/ beheert goederen-> art 405 BW
Hoofdstuk 1: algemene inleiding
1. Wat is recht
Geheel ṽ gedragsregels en normen
Doel: maatschappelijk leven ordenen anders chaos
Regels opgelegd door de overheid
Regels zijn afdwingbaar-> men dwingt u de gerechtsregels te volgen
Vb: contract met afbetaling
Enkel de juridische regels
2. Indeling vh recht: recht heeft ≠ indelingen
2.1. Privaatrecht – publiekrecht
Privaat: tss burgers onderling
Burgerlijk: familiale verhoudingen, zakelijk, contracten tss burgers
Publiek: regelt algemene belangen
Betrekking op inrichting werking en onderlinge verhouding vd overheidsorganen
Verhouding overheid burger
Staatsrecht: regels ṽ inrichting en werking vd staat
Verhouding tss organen vd staat
Administratiefrecht: regels voor werking overheidsinstanties
Manier burger richten tot overheid
Strafrecht: opsporen/ vaststellen ṽ misdrijven/ procedure om beklaagde te vervolgen
Fiscaalrecht: problematiek vd belastingen
2.2. Andere indelingen:
Objectieve: regelt menselijke activiteit/ verhouding tss mensen/ verhouding persoon gemeenschap
Subjectieve: aanspraken persoon t.o.v. ṽ andere
Gebaseerd op objectieve recht
Geldig vr iedereen-> opeisbaar
Materieel: rechten toekennen en plichten opleggen
Formeel: naleving verzekeren ṽ materiële recht
3. Bronnen vh recht: waar komt het recht vandaan
Bindende: wetgeving (1)/ gewoonterecht (2)
Ter inspiratie: rechtspraak (3)/ rechtsleer (4)
3.1. Wetgeving sensu lato-> onderverdeeld in:
3.1.1. Internationale verdragen/ beslissingen ṽ supranationale organisaties: vooral EU mee bedoeld
Richtlijnen: regels die verplicht ingevoerd moeten ẅ in diverse lidstaten
Harmoniseren ṽ wetgeving tss lidstaten
Verordeningen: reglementering rechtstreeks ṽ toepassing in alle lidstaten
Besluiten: regels ṽ toepassing op aangeduide bestemming
Internationale verdragen tss 2 staten: regelingen ṽ welk recht dan past etc.
3.1.2. Grondwet: meest fundamentele (Belgische) wet
Inrichting machten binnen de staat
Fundamentele rechten/ vrijheden vd burgers-> vb recht ṽ meningsuiting
Wetgevende/uitvoerende/ rechterlijke macht vastleggen
Moeilijk te wijzigen-> speciale procedure voor nodig
Meer dan 2/3 kamer leden moeten aanwezig zijn
Meerderheid moet akkoord zijn
Vb: recht op sociale zekerheid/ recht op gelijkheid/ recht op leven/ recht op vrije meningsuiting
3.1.3. Wet sense stricto: wet in strikte vh woord
Door kamer ṽ volksvertegenwoordigers tot stand gebracht
3.1.4. Decreten: niveau vd gemeenschappen en gewesten
Zelfde niveau als federale wet
Sport= deelstaat bevoegdheden= decreten
Niet in Brussels hoofdstedelijk gewest-> ordonnanties
3.1.5. Koninklijk besluit: federale regering
Nodig vr uitvoering ṽ bepaalde wetten
Mag wet zelf niet schorsen of vrijstellen
3.1.6. Besluit vd gemeenschap en gewestregering: op regionaal niveau
, 3.1.7. Schema
Grondwet
Wet Decreet
Koninklijk Besluit Besluit gemeenschap en gewestregering
Ministerieel Besluit Besluit lid ṽ gemeenschap en gewestregering
Federaal Regionaal
3.2. Rechtspraak: wet kan nooit oplossing voorzien op alle gevallen-> algemene bewoording
Interpreteren: wet moet gekneed en aangepast ẅ
3.3. Rechtsleer: geheel ṽ wetenschappelijke publicaties over Juridische aangelegenheden
Niet bindend bron ṽ recht
3.4. Gewoonte/ billijkheid: 2% vd wetten
Beschouwd als bindend geen wetgevende maatregel
2 elementen nodig
Subjectieve overtuiging vereist
Hoofdstuk 4: enkele algemene begrippen ṽ burgerlijk recht
1. Indeling wet artikels: onderscheid tss gebiedende en aanvullende rechtsregels
1.1. Gebiedende rechtsregels: mag nooit ẅ afgeweken
1.1.1. Regels openbare orde: krijg je een gevangstraf bij het overtreden?
Fundamenteel -> anders = chaos
Te belangrijk om van af te wijken
Artikel 2 BW
1.1.2. Goede zeden: vooral lichamelijkheid en seksualiteit
Zich op een normale manier gedragen
1.1.3. Dwingend recht: beschermen ṽ een bepaalde maatschappelijke groep
Belangrijk vr bepaalde categorieën mensen-> niet heel de maatschappij
Vr kwetsbare groepen
Mogelijk om af te wijken-> moet vrijwillig gebeuren
1.2. Regels ṽ aanvullend recht Regels openbare orde: eender welke regel-> enkel zodat er een regel is
Afwijken kan bij contract
Deel 2-> Hoofdstuk 1: personenrecht
1. Het begrip persoon: onderverdeling in natuurlijke en rechtspersonen
Natuurlijke personen: personen ṽ vlees en bloed
Alleen levende mensen
Dieren hebben geen persoonlijkheid in recht-> bijzonder statuut in goederenrecht
Doden-> geen persoonlijk recht, wel bescherming-> niet zomaar als zaak beschouwd
Aanvang op moment ṽ geboorte-> verwekte/ niet geboren baby’s wel beschermd door rechten
2. Staat vd persoon: bepalen de juridische plaats in familie en maatschappij ṽ een persoon
Raakt de openbare orde-> aspect ṽ staat niet zomaar wijzigen
Niet vatbaar voor verjaring
2.1. Naam: bepaalde personen onderscheiden ṽ anderen
Onderscheid tss voornaam en familienaam-> arttn 370/1-370/4 BW
2.1.1. Voornaam: ẅ vrij gekozen met 3 beperkingen
Geen aanleiding geven tot verwarring
Kind/ derden niet kunnen schaden
Ambtenaar ṽ burgerlijke stand mag weigeren-> ouders mogen uitleggen bij burgerlijk rechtbank
Recht behoort aan ouders-> geen overeenkomst-> familierechtbank
Wijzing kan altijd verkregen ẅ-> geen wettig belang nodig
Lokale overheid kan weigeren-> verzoekschrift neergelegd bij familierechtbank
2.1.2. Familienaam: ouders kunnen kiezen vr naam ṽ moeder/ vader/ beiden in gewilde volgorde
Geen akkoord-> kind draagt naam ṽ ouders naast elkaar in alfabetische volgorde-> vanaf 1 januari 2017
Enkel 1 naam ṽ elk-> ouders kiezen-> geen akkoord-> bepaald op basis ṽ alfabetische volgorde
Alle kinderen ṽ zelfde familie = naam
Huwelijk wijzigt niks aan familienaam-> gewoonte familienaam ṽ andere te aanvaarden en gebruiken
Bijzondere regel in beroepsbetrekking-> naam ṽ echtgenoot gebruiken vr beroepsdoeleinde
Instemming nodig
Wijzing enkel bij ernstige reden-> zelfde 3 beperkingen als voornaam
2.2. Het geslacht: behoren tot mannelijk/ vrouwelijke sekse
Adhv fysiek/ sociaal/ psychologische criteria bepaald
, Inter/transseksuelen -> fysieke of psychologische moeilijkheden bij het bepalen
Transgenderwet België-> geslacht aanpassen zonder medische vereiste -> eigen overtuiging volstaat
2.3. Woonplaats: belangrijk in sommige domeinen vh recht bvb proceshandelingen en fiscale redenen
Onderscheidene betekenissen in ≠ rechtstakken
Burgerlijk recht: plaats ṽ centrum ṽ zijn belangen
Verplicht vrijwillig centrum ṽ belangen daar te hebben
Niet noodzakelijk plaats ingeschreven in bevolkingsregister
Gerechtelijk recht: woonplaats-> plaats waar ingeschreven is bij bevolkingsregister als hoofdverblijfplaats
Woonplaats en verblijfplaats ≠ betekenis
Verblijfplaats: plaats op grondgebied waar men vertoeft op meer dan toevallige wijze
Ook al niet de bedoeling op die plaats rechten en plichten uit te oefenen
2.4. Nationaliteit: band ṽ persoon met bepaald land-> ẅ onderdaan ṽ land-> krijgt plichten en rechten
Op basis ṽ 2 ≠ systemen
Ius soli: basis ṽ geboorte
Ius sanguinis: basis ṽ nationaliteit ṽ ouders-> in België toegepast
3. Bekwaamheid vd persoon: onderscheid gemaakt op 3 niveaus
Feitelijke bekwaamheid: geen juridisch begrip-> in staat zijn om bepaalde dingen te doen
Rechtsbekwaamheid: hebben ṽ rechten en plichten-> nagenoeg iedereen in België
Handelingsbekwaamheid: rechten en plichten zelfstandig uit te oefenen
Uitzonderingen zijn minderjarigen art 388 BW/ geestgestoorden: minderjarige in 2 groepen onderverdeeld
3.1. Niet ontvoogde minderjarige: volledig en algemeen handelingsonbekwaam-> moet vertegenwoordigd ẅ
Art 371 BW/ art 372 BW/ 395 BW/art 389 BW
3.1.1. Vertegenwoordiging: onderscheid volgens # levende ouders
3.1.1.1. Niet ontvoogde minderjarige met 2 ouders-> art 376 BW
Wie vertegenwoordigt: beide ouders zijn titularis ṽ ouderlijk gezag
Samenlevende ouders: oefenen gezamenlijk gezag uit -> art 373 BW
Vermoeden dat ouder die alleen optreedt handelt met instemming ṽ andere
Bij weigering samen gezamenlijk op treden-> zaak aanhangig ẅ gemaakt bij familierechtbank
Rechter kan toestemming geven alleen op te trede voor 1/+ handelingen
Niet samenlevend: eveneens gezamenlijk gezag-> art 374§1 BW
Zelfde vermoeden/ zelfde mogelijkheid bij weigering
Gezamenlijke uitoefening niet altijd mogelijk
Ouders oneens/ overeenstemming strijdig met belang kind-> zaak aanhangig bij familierechtbank
Kan gezag aan 1 vd ouders toevertrouwen/ bepalen dat beslissingen instemming nodig hebben ṽ beide ouders
Ouderlijk gezag= rechten en plichten: gezag over de persoon vd minderjarige
Recht goederen te beheren
Verplichting opvoeden ṽ kind
Aansprakelijkheid vr daden vd minderjarige
≠ Rechtshandelingen en vereiste formaliteiten: gezag uitoefenen= minderjarige vertegenwoordigen vr rechtshandelingen
Voor bepaalde handelingen-> machtiging vd vredesrechter nodig-> art 410 BW
Vertegenwoordigen gerechtelijke procedure
Vervreemden ṽ souvenirs/ persoonlijke voorwerpen
Verzoekschrift indienen bij vredegerecht-> ondertekend door beide ouders of advocaat
Belangstelling tss ouders en kind-> vrederechter wijst voogd ad hoc aan
Niet naleven ṽ formaliteiten-> handeling nietig verklaard
3.1.1.2. Niet ontvoogde minderjarig met 1 ouder: voogdij valt niet open-> levende ouder neemt over
Art 375 BW
In bepaalde gevallen machtiging nodig ṽ vrederechter-> art 410 BW
3.1.1.3. Niet ontvoogde minderjarige zonder ouders: voogdij valt open
Wie vertegenwoordigt: Vrederechter beveelt maatregelen bescherming ṽ minderjarigen/ beheer ṽ goederen-> art 391 BW
Wie ẅ voogd: afhankelijk of voogd is aangewezen door de ouders-> via testament of verklaring vr notaris-> art 392 BW
Aangewezen persoon aanvaardt-> vrederechter homologeert aanwijzing
Behalve redenen in belang ṽ kind om zich te verzetten
Geen aangewezen persoon-> vrederechter benoemt voogd-> naaste familielid-> art 393 BW
Niet verplicht voogdij te aanvaarden-> art 396 BW
Bij wettige redenen kan voogd ontlast ẅ in loop ṽ voogdij
Kinderen ṽ 12+/ andere familieleden ẅ gehoord bij kiezen/ homologeren voogd-> art 394 BW
Rechter stelt toeziende voogd aan-> uit andere familietak -> toezicht uit oefenen op voogd-> art 402-404 BW
Werking vd voogdij: voogd voedt op/ vertegenwoordigt/ beheert goederen-> art 405 BW