1. Lezen
• Betekenisvolle leesopdracht
o Tekst met doel voor ogen + aansluiten leefwereld/ interesses
o Maakt lezen functioneel & motiverend
o Leerkracht creëert rijke taalleercontext mbv authentiek (= geloofwaardig) materiaal
& reële (=geloofwaardige) ervaringen
o Bv. brieven eenzame personen lezen, tekst over bijen om bijenhotel te maken
• Voor/ na lezen leesstrategieën uitleggen & moduleren (= voortonen in groep)
o Klassikaal nalezen
o Hoofdzaken markeren
o Leraar gaat in interactie over leesproces
o Nadenken over tekststructuur
o Vragen stellen
o Markeren sleutelwoorden
o Samenvatten
o Betekenis overlopen
• Expliciet leren aangevuld met ondersteunings- en reflectiemomenten
o Bijvragen stellen
o Tekst visualiseren
• Proces (inter)actief tss leerkracht-leerling & leerlingen onderling
1. Wat is lezen?
• Ontluikende geletterdheid in verschillende fases
o Kleuters
▪ Verkennen relatie tss mondelinge & schriftelijke communicatie
o Lagere school
▪ Echt leren lezen
▪ Eerste stap: aanvankelijk lezen (= spellend lezen: woord verklanken)
➢ Uiteindelijke doel: begrijpen gelezen tekst
▪ Boodschap in tekst begrijpen & gemotiveerd zijn lezen
• Technisch lezen
o Leren decoderen: woord onmiddellijk herkennen & betekenis in geheugen oproepen
• Leesbegrip
o Betekenis toekennen woordniveau & tekstniveau
o Lezer boodschap tekst achterhalen
o Via doeltreffende leesstrategieën (= manier hoe tekst benaderen) om tot leesbegrip
te komen = begrijpend lezen
• Leesmotivatie
o Cruciale factor: leerlingen plezier & voldoening ervaren bij lezen
o Geen nadruk technisch lezen
▪ Zo leesmotivatie verliezen
▪ Leerlingen lezen iets voor te weten te komen/ plezier te hebben
1
,1. Het leesproces
• Proces waarbij lezer (=ontvanger) boodschap (= schriftelijke code) van schrijver (=zender)
ontcijferd
➔ Geen groot verschil luister- & leesbegrip op dit vlak
• Betekenis tekst afh 2 factoren
o Socioculturele context
o Denkactiviteit tekst te begrijpen/ eisen tekst stelt
De lezer
• Nooit 2 identieke lezers altijd iemand
o Meer/ minder taalvaardig
o Meer/ minder voorkennis onderwerp
o Meer/minder gemotiveerd
o Verschillende interesses
➔ Invloed in welke mate persoon tekst begrijpend kan lezen
• Begrijpend lezen
o Denken terwijl je leest → betekenis toekennen aan tekst
o Moet voldoende voorkennis hiervoor hebben over
▪ Kennis wereld/ interesses
▪ Talige communicatie (woordkennis, luister- en spraakvaardigheden, …)
o Hoe nauwer tekst leefwereld & interesses lezer hoe meer lezer tekst begrijpen &
plezier = autonoom gemotiveerde lezers
▪ Niet verplicht buitenaf
Denkactiviteit
• Tijdens lezen gebruik verschillende mentale processen
o Verweven met elkaar
o Processen trainen → inspanning, oefening & herhaling
• Afh leesdoel op verschillende manieren lezen
• Lezer dus actief met tekst aan slag gaan voor te begrijpen
Lezen met behulp van context
• Bottom – up model
o Idee vroeger: eerst afzonderlijk woorden tekst lezen
o Eerst woorden decoderen → dan betekenis aan geven
o Hierna pas nadenken betekenis tekst
• Top – down lezen
o Gecombineerd met bottom – up model
o Context mee in beschouwing nemen
▪ Tekstopbouw, illustraties, kennis teksttype, voorkennis → anticiperen
(=vooruitlopen) op inhoud
Tekst
• Tekst beïnvloed worden door tekstkenmerken
o Recepten, brieven, vraagstukken, artikels, …
o Deze teksten verschillen qua onderwerp, structuur, vormgeving & tekstverband
• Complexiteit tekst bepaald door
o Woordkeuze, zinsbouw, hoeveelheid info, …
2
, Socioculturele context
• Lezer, tekst & denkactiviteit stimuleren
• Vragen
o Leerling alleen of voldoende ondersteuning?
o Sluit tekst aan bij leefwereld/ interesses?
o Welke leesgewoontes heeft leerling?
o In welke omstandigheden wordt er gelezen?
• Kinderen opgroeien in geletterde thuisomgeving → betere lezers
• Samen lezen met (groot)ouders stimuleert geletterdheid buiten schoolcontext
o = Belangrijke voorspeller voor succesvol begrijpend lezen.
• Samen lezen op school → positief effect op leesbegrip
• Niet alle kinderen groeien thuis op in (voor)leescultuur
o Kansarme en sociaal kwetsbare leerlingen lopen groter risico op leesachterstand
2. Waarom inzetten op lezen?
• Lezen cruciale vaardigheid voor
o Onderwijssucces
o Maatschappelijke participatie
o Levenslang leren
• Dagelijkse leven
o Teksten tegen die doelgericht & kritisch moet benaderen
o Lezen complexer door digitalisering
➔ Onderwijs: zorgen leerlingen leesvaardigheid ontwikkelen nodig in dagdagelijks leven om
volwaardig deel te nemen maatschappij
• Lezen = kennis verwerven
o Gelinkt verschillende domeinen Nederlands
▪ Impliciet kennis maken met woorden
▪ Zinsconstructies
▪ Signaalwoorden
▪ Structuur in verschillende tekstsoorten
o Veel lezen → uitgebreide woordenschat opbouwen
▪ Ook schrijfopdrachten → leesbegrip verbeteren
▪ Bv. samenvatten, notities nemen, …
o Begrijpend luisteren cruciaal begrijpend lezen
▪ Leerlingen komen tot beter begrip door tekst bespreken
o Lezen stimuleert cognitieve & sociaal-emotionele ontwikkeling
▪ Lezen = ideale oefening → denkvermogen aanscherpen
▪ Terwijl lezen: redeneren, probleemoplossend denken, voorkennis verbinden
aan nieuwe info, …
➢ Op impliciete (=onbewuste manier) leesvaardiger
➢ Door inleven → verplaatsen gevoelswereld & denkwijze anderen →
bevorderd empathisch vermogen
➢ Voorstellingsvermogen & creativiteit geprikkeld
3. Hoe leren leerlingen lezen?
1. Hou rekening met beginsituatie
De start van de lagere school
• Kleuteronderwijs: aandacht aan ontluikende geletterdheid
3