• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 3 out of 23 pages
Class notes

College aantekeningen Ontwikkelingspsychologie

Document preview thumbnail
Preview 3 out of 23 pages

Dit document bevat een zeer uitgebreide samenvatting van de colleges van het vak Inleiding in de Ontwikkelingspsychologie dat wordt gegeven aan de Universiteit Leiden. Het is een eerstejaars vak van de Bachelor Pedagogische Wetenschappen. Zelf heb ik een 10 gehaald voor dit vak (wel ook in combinatie met mijn samenvatting van het boek "Developmental Psychology" 2e druk van Patrick Leman)

Content preview

Ontwikkelingspsychologie hoorcolleges
College 1: Inleiding
Kernbegrippen:
Ontwikkelingspsychologie gaat om de ontwikkeling van mensen. Bij ontwikkeling gaat het om
verandering. Ook willen we weten hoe vroege gebeurtenissen samen hangen met latere uitkomsten.
Je wil weten hoe je deze inzicht kan toepassen en op tijd kan ingrijpen om ontwikkeling goed te laten
verlopen.

Nature & nurture:
Een kernbegrip in dit vak is nature (nativisme) hier hangt ontwikkeling af van aangeboren processen
en nurture (empiricism) , hier gaat het om leerprocessen. Behaviouristen dachten vooral dat
ontwikkeling door nurture werd bepaald. In de tijd van nu zijn we er meer van overtuigd dat zowel
nature en nurture een rol spelen en dus elkaar beïnvloeden en samenhangen met elkaar. Om een
voorbeeld te geven, kijken we naar pesten. We weten dat neiging om te pesten deels een genetische
aanleg heeft, maar leerprocessen spelen hier ook een rol bij. Denk maar aan positive reinforcement
door meelopers. Je moet dus bij alles beschouwen wat is de nature en nurture kant. Je kijkt dus altijd
naar genen en omgeving

Modellen van ontwikkeling
Bij modellen van ontwikkeling heb je continu en discontinu. Met de modellen proberen we
ontwikkeling af te beelden. Continu is dat hoe langer je iets doet hoe meer je ontwikkeld. Het gaat
dus eigenlijk in een soort schuine lijn naar boven in de grafiek, een voorbeeld hiervan is studietijd en
woordkennis. Discontinu is dat iets ineens plaats vind en dus niet geleidelijk toeneemt, een
voorbeeld is het leren staan als kind. In het model is dit weergegeven als een horizontale lijn als er
niks gebeurt en als het ineens plaats vind gaat de lijn verticaal recht omhoog. Het laatste model is
overlapping waves, dat is dat we een strategie gebruiken tot we een nieuwe strategie geleerd
hebben. Dan gaan we daar op over en gebruiken we de eerste strategie steeds minder. Die keuze om
een nieuwe strategie te gebruiken is ontwikkeling. In het model is dit te zien als overlappende
parabolen.

Critical & sensitive periods:
Een critical period is een periode of leeftijd waarbinnen een gebeurtenis/gebeurtenissen
noodzakelijk zijn voor een typische ontwikkeling. Een sensitive period is een periode of leedtijd
waarbinnen een gebeurtenis/gebeurtenissen belangrijk zijn voor een typische ontwikkeling. Zonder
de gebeurtenissen kan de typische ontwikkeling nog wel gebeuren, maar dat verloopt dan moeilijker
of langzamer.

Individu & omgeving:
In het boek word er vaak over individu en omgeving gepraat. Met individu wordt bedoeld: genetica,
persoonlijkheid, intelligentie en psychopathologie. Met omgeving wordt bedoeld: ouders, vrienden,
thuisomgeving en samenleving. Belangrijk is om te onthouden dat individu en omgeving elkaar
beïnvloeden en met elkaar interacteren.

Belangrijke theorieën:
Freud was een van de eerste die een idee had over de ontwikkeling van de mens, hij bedacht de
ontwikkelingsstadia, die zijn ook benoemd bij “Psychologie”. Problemen en fixaties tijdens die fases
zorgt dat voor fixaties op dat gebied op latere leeftijd.
Erikson heeft een theorie die sterk gebaseerd is op die van Freud, hij maakte ook fases maar dan
anders en liet ontwikkeling in de stadia doorlopen tot na de kindertijd. Hij stelt dat in iedere fase we
een taak hebben op te lossen, als we dat niet goed doen dan is er een risico dat de ontwikkeling

,slecht gaat
Klassiek en operant conditioneren zegt juist weer dat alles aangeleerd is en weer afgeleerd kan
worden, nurture heeft dus de grootste invloed op ontwikkeling. Maar de maturational theory zegt
dat evolutie ons een biologische agenda in ons DNA heeft gegeven en dat door deze agenda
vaardigheden vanzelf tevoorschijn komen in een vaste volgorde, dit is dus vooral nature. Een
voorbeeld zou zijn dat baby’s in een vaste volgorde hun lichaam gaan ontdekken, mond, daarna
ogen, nek, armen etc.
Ethologische theorie van Lorenz, hij zegt dat er zoiets is als imprinting, dat is een biologische en
plotselinge vorm van attachment. Hij kwam er dus achter dat er soms een kritieke periode is om iets
aan te leren. Bij de ethologische methode worden kinderen geobserveerd in hun natuurlijke
omgeving. Meestal kijk je van cultuur tot cultuur, want als iets in alle culturen terug te zien is dan is
er misschien een biologische basis.
Evolutionaire theorie, hier was de vraag welke trekken jagers en verzamelaars hadden om te
overleven en voort te planten. De evolutionaire theorie is wat breder dan die van de ethologie,
omdat deze theorie meer omvat dan gedrag

College 2: Genetica en het brein
Basisbegrippen nature:
Je hebt in je lichaam cellen, in de cel zit een nucleus waar allemaal chromosomen inzitten. Mensen
hebben 23 chromosomen paren en die paren zijn homoloog. Als je inzoomt op de chromosomen dan
vindt je DNA strengen en die kan je in stukjes knippen dat zijn je genen. Zo’n streng is opgebouwd uit
nucleotiden en de nucleotiden zorgen voor aanmaak van proteïnen. De meeste menselijk cellen
bevatten al die chromosomen paren, een uitzondering is een ovum of sperma cel, die hebben 23
chromosomen. Cellen kunnen zich delen en dat gebeurt in het mitose proces. In de geslachtsorganen
kunnen cellen zich ook splitsen, dit is meiose.

Mitose:
Je hebt een cel met 46 chromosomen (2 x 23), in de cel gaan de chromosomen zich eerst
vermenigvuldigen en wordt het dus een cel met 92 chromotiden. De cel gaat zich vervolgens uit
elkaar trekken en de chromotiden gaan een juiste plek vinden zodat de cel goed in 2 cellen met
identieke 46 chromosomen gedeeld wordt. Mitose helpt ons groeien en ook bijvoorbeeld wonden te
herstellen. Het is vooral belangrijk en gaat heel snel bij de groei van een zygote.

[plaatje mitose]

Meiose:
Meiose lijkt op mitose. Je hebt een cel met 46 chromosomen (2 x 23), in de cel gaan de
chromosomen zich eerst vermenigvuldigen en wordt het dus een cel met 92 chromotiden. De
homologe chromotiden zoeken elkaar op en wisselen dan DNA uit dit heet ook wel crossing over. Dit
uitwisselen kan op veel verschillende manieren gebeuren en resulteert uiteindelijk dus ook in 4 hele
andere geslachtscellen qua DNA verdeling. De cel gaat zich vervolgens uit elkaar trekken en de
chromotiden gaan een juiste plek vinden zodat de cel goed in 2 cellen met identieke 46
chromosomen gedeeld wordt. Hierna splitsen de dochtercellen zich nog een keer en dat resulteert in
4 cellen met 23 chromosomen. Dat zijn dus de eicellen en spermacellen elk met de helft van ons
DNA.

Meiose en voortplanting:
Crossing over is dus erg belangrijk voor genetische diversiteit. Ook zorgt het samensmelten of pairing
van de 23 chromosomen van vader en moeder voor genetische diversiteit. Meer diversiteit zorgt

, voor een hogere overlingskans van de soort en is dus erg belangrijk. Deze genetische diversiteit zorgt
er dus voor dat kinderen anders zijn dan de ouders.

DNA en genen:
Zoals eerder gezegd zorgen de nucleotiden voor de aanmaak van proteïnen, ofwel eiwitten.
Proteïnen voeren speciale functies uit in het lichaam zoals: groeien, eten verteren, voelen,
hersenfuncties, emoties en antistoffen. Een alternatieve vorm van een gen noemen we allelen.
Homozygoot zijn dezelfde allelen, heterozygoot is 2 verschillende allelen. Als je twee verschillende
hebt, dus heterozygoot, kan dat leiden tot codominantie. Codominantie kan als gevolg hebben dat
een mix van beide allelen tot uiting komt. Allelen kunnen dominant of recessief zijn. Alleen
dominante allelen kunnen tot uiting komen.

Genotype en ziektes:
Sommige ziektes worden doorgegeven via genen. Soms zitten ze op recessieve genen, als je dan een
dominante erbij hebt die het overruled en dan komt het niet tot uiting, je kan dan wel drager zijn van
het gen. Je hebt dus alleen sikkelcelanemie als je recessief homozygoot bent. Incest is hierom ook
nadelig omdat dan de kans op erfelijke aandoeningen groter is.

Seks chromosomen:
We hebben 22 niet-seks chromosomen, die heten autosomen en 1 seks chromosoompaar, die
bepaalt het geslacht. Een meisje heeft XX en een jongen heeft XY. Een X chromosoom bevat meer
genetische informatie dan een Y chromosoom. Op het seks chromosoom hebben jongens soms maar
1 gen (op X), daardoor overruled X altijd. Omdat er op het Y chromosoom zo weinig informatie staat
maakt dat jongen sneller genetische problemen kunnen krijgen zoals: Duchenne, kleurenblindheid,
doofheid, G6PD deficientie. G6PD deficientie beginnen kinderen hun eigen bloedcellen af te breken.

Chromosomen en atypische ontwikkeling:
Chromosomen kunnen leiden tot een atypische ontwikkeling. Vaak heeft een persoon een extra
chromosoom of ontbreekt er een.

Theorieën over genen en interactie met omgeving:

1. Range of reaction: Als een kind bijvoorbeeld met bepaalde genen opgroeit in een beperkte
omgeving dan zal het kind dus niet even goed ontwikkelen als een kind met dezelfde genen
die in een stimulerende omgeving opgroeit.

Genen veranderen de omgeving:
Wat we dus zien is dat genen de omgeving veranderen. Passive genetic-environmental interaction is
dat genen van ouders de omgeving beïnvloeden die ze voor het kind creëren. Dus als je een
intelligent ouderpaar hebt is het kind waarschijnlijk genetisch ook al bevoordeelt op intelligentie,
maar daarnaast hebben de ouders waarschijnlijk ook intelligentie bevorderende hobby’s en zorgt die
omgeving voor verdere stimulatie van de intelligentie van het kind. Evocative genetic environment
interaction is dat het kind gedrag van ouders uitlokt door bepaalde genen. Van jongs af aan zal het
kind de omgeving veranderen. Als een baby veel lacht nodigt dat de ouders uit om meer te doen in
de omgeving om dat kind nog meer te laten lachen. Active genetic-environmental interaction ofwel
niche picking stelt dat we een omgeving kiezen die past bij onze genen of genetic disposition.

Hersenen:
Veel over de hersenen is nog niet duidelijk, maar onderzoek wordt steeds meer en gaat snel. De
ontwikkeling van de hersenen opereert onder de slogan, hoe verder weg van de ruggengraat hoe
later het zich ontwikkelt. Die ontwikkeling gaat door tot ver in de puberteit en de cortex ontwikkelt

Connected book
 image
Ross Parke, Mary Gauvain Developmental Psychology 2/e
Publisher: Unknown ISBN: 9780077175191 Edition: Unknown

Document information

Study
Uploaded on
January 3, 2022
Number of pages
23
Written in
2020/2021
Type
Class notes
Professor(s)
M. van geel en collega's
Contains
All classes
$7.51

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
jasmijnvdhoff
4.3
(12)
Sold
234
Followers
162
Items
0
Last sold
3 months ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions