HOOFDSTUK 3: bovenste gordel en extremiteit
1. de bovenste gordel
onderzoek bovenste gordel = complex! twee redenen
- spieren overbruggen halswervelzuil en bovenste gordel → op beide geledingen werking
- bovenste gordel bestaat uit twee beenderen: sleutelbeen (clavicula) + schouderblad (scapula)
beide beenderen komen in beweging bij gebruik van arm, gebruik van twee andere gewrichten
- scapula
- clavicula
→ palpabel door huid
lokaliseer ligging bij proefpersoon
- voorrand van schoudergordel (glooiend)
- achterzijde van schoudergordel: beenderige punten en randen
volgens welke klassieke assen kan het eindelijke schoudergewrich bewegen
- latero laterale as
- dorsoverntrale as
- langte as
hoe beweegt laterale zijde van sleutelbeen?
hoe beweegt onderste punt van scapula?
daalt laterale zijde van sleutelbeen, hoeveel?
, 1.1 de gewrichten van de bovenste gordel
SCAPULOTHORACAAL SYSTEEM: scapulothoracaal gewricht
tweede element: beenverbindingen
STERNOCLAVICULAIRE GEWRICHTEN
articulatio sternoclavicularis = discontinue beenverbindingen (sesam 113)
→ gewrichtsvlakken = slecht congruerend + bedekt met vezelkraakbeen
tussen clavicula:
extremitas sternalis (verbreding clavicula dat verbinding maakt met sternum) = verticaal vlak
en sternum:
incisurae clavicularis (twee schuine gewruchtskommetjes sternum) + kraakbeen dat doorloopt op eerste ribkraakbeen,
dus vergroot de pan
onderdelen:
+ discus articularis (kom = hol uiteinde van sternum, kop = extremitas sternalis van clavicula)
→ zorgt voor aanpassing (sluit rond kapsel aan)
→ verdeeld gewricht in twee holten met elks eigen synovia (= vloeistof over kraakbeen)
+ gewrichtskapsel: capsula articularis
→ wijd + stevig bevestigd door ligamenten
+ versterking: lig. sternoclavicularia anterius / posterius
→ anterius: vezels staan loodrecht op gewrichtskapsel
→ posterius: overeenkomstige ligging achter gewricht, maar veel sterker
+ verbinding beide clavicula: lig. interclaviculare
→ talrijke bundels, verbonden door talrijke boogvormige vezels + sterk ligament
+ drie bewegingsmogelijkheden (kogelgewricht)
+ verbinding eerste rib en clavicula: lig. costoclaviculare
werking: belet een daling van laterale clavicula met meer dan één centimeter (scheuring!!)
lig. costoclaviculare = continu (naast kapsel gespannen)
tussen eerste rib: grens kraakbeen - rib
en onderzijde extremitas sternalis (tuberositas costalis)
werking: kogelgewricht, drie bewegingsmogelijkheden
extremitas acromialis, clavicula → bewegingsmogelijkheden
- rotatie, om as van 20°
- cranio-caudale verplaatsingen (9 cm omhoog, 1 cm omlaag)
- dorsoventrale verplaatsing (6 cm naar voor en 6 cm naar achter)
ACROMIOCLAVICULAIRE GEWRICHTEN
articulatio acromioclavicularis = discontinue beenverbindingen
→ gewrichtsvlakken: twee ovalen, schuin boven elkaar (clavicula rust op acromion) + vezelkraakbeen + discus
,onderdelen:
+ gewrichtskapsel: capsula articularis: normale insertie (zelden volledig verdeeld in twee)
+ bovenvlak: versterkingsband: lig. acromioclaviculare
→ zwakkere band: onderzijde van kapsel
lig. coracoclaviculare = continu (tussen processus coracoideus + clavicula)
= extra-articulair
bestaat uit twee delen:
- lateraal voorste deel: lig. trapezoideum
- vierhoekig + parasagittaal gericht
- van bovenste mediale rand van processus coracoideus
- naar linea trapezoidea van tuberositas coracoclavicularis
- mediaal achterste deel: lig. conoideum
- driehoekig + frontaal gericht
- van basis van processus coracoideus
- naar tuberculum conoideum (waaiervormig)
werking: beperken verplaatsing van scapula tov clavicula (kogelgewricht)
- scapula: stevig tegen borstkas gedrukt door luchtdruk en spieren
- clavicula: beperkt in beweeglijkheid door sternoclaviculair gewricht
werking totale gordel: art. sternoclavicularis
→ verschillende standen van pas schoudergewricht
→ glijbeweging van schouderblad tow thoraxwand (hoek scapula en clavicula variëert)
banden aan schouderblad:
- lig. coraco-arcomiale
- overbrugd schoudergewricht
- van processus coracoideus
- naar schoudertop
- lig. transversum scapulae superius
- overbrugd incisura scapulae
derde element: spieren
→ omwille van insertie en oorsprong: drie spiergroepen beschrijven
samenvatting: p90-102
Mm. thoracales dorsales (verbinden schouder met romp)
● Mm. rhomboidei minor en major (N dorsalis scapulae, C5)
○ vormt spierketen M. serratus anterior
● M. levator scapulae (N. dorsalis scapulae, C5)
● M. serratus anterior (N. thoracicus longus, C5-C7)
● (M. pectoralis minor en major)
Mm. thoracales ventrales (verbinden scapula met wervels)
● (M. omohyoideus)
● (M. sternohyoideus)
, ● M. subclavius (N. subclavius, C5-C6)
Mm. craniothoracales (verbinden schedel met sternum, clavicula, scapula)
→ belangrijke taak bij rotatie en retroflexie van halswervelzuil
● M. trapezius (N. accessorius over M. levator scapulae of N. XI C2-C4)
○ meest oppervlakkig rugspier
● M. sternocleidomastoideus (N. accessorius of N. XI)
○ overdekt alle halsspieren
extra: trapezius:
langs diepe zijde, in betrekking met (van craniaal naar caudaal)
- Mm. splenius capitis en cervicis
- M. semispinalis capitis
- M. levator scapulae
- Mm. rhomboidei
- Mm. supra- en infraspinatus
- M. deltoideus
- M/ latissimus dorsi
voorrand van pars descendens (laterale ⅓ van achterbovenrand van clavicula): boven naar onder:
- M. splenius cervicis
- M. levator scapulae
- M. scalenus posterior
- M. omohyoideus
laterale van pars ascendens (onderrand van mediale ⅓ van spina scapulae): boven naar onder:
- M. deltoideus
- M. infraspinatus
- M. rhomboideus maior
- M. latissimus dorsi
werking:
- 1 op schoudercomplex: partiële contractie:
- pars transversa: trekt scapula naar mediaal
- pars descendens: trekt scapula naar mediaal en craniaal: ondersteund de werking
van M. serratus anterior door de pan van scapula naar boven te roteren
- pars ascendens: trekt de scapula naar mediaal en caudaal
- globale contractie: bijeen brengen en heffen van schouders
- 2 op hoofd: bij een gefixeerde scapula:
- unilateraal: lateroflexie + contralaterale rotatie + retroversie
- bilateraal: retroversie (naar boven kijken)
extra sternocleidomastoideus
haar achterrand: van craniaal naar caudaal:
- M. splenius capitis
- M. levator scapulae
- M. scalenus posterior en medius
- M. omohyoideus
haar voorrand: van craniaal naar caudaal:
- M. digastricus, venter posterior
- M. omohyoideus, venter superior
- M. sternohyoideus
- M. sternothyroideus (lager)
- grote bloedvaten in hals
1. de bovenste gordel
onderzoek bovenste gordel = complex! twee redenen
- spieren overbruggen halswervelzuil en bovenste gordel → op beide geledingen werking
- bovenste gordel bestaat uit twee beenderen: sleutelbeen (clavicula) + schouderblad (scapula)
beide beenderen komen in beweging bij gebruik van arm, gebruik van twee andere gewrichten
- scapula
- clavicula
→ palpabel door huid
lokaliseer ligging bij proefpersoon
- voorrand van schoudergordel (glooiend)
- achterzijde van schoudergordel: beenderige punten en randen
volgens welke klassieke assen kan het eindelijke schoudergewrich bewegen
- latero laterale as
- dorsoverntrale as
- langte as
hoe beweegt laterale zijde van sleutelbeen?
hoe beweegt onderste punt van scapula?
daalt laterale zijde van sleutelbeen, hoeveel?
, 1.1 de gewrichten van de bovenste gordel
SCAPULOTHORACAAL SYSTEEM: scapulothoracaal gewricht
tweede element: beenverbindingen
STERNOCLAVICULAIRE GEWRICHTEN
articulatio sternoclavicularis = discontinue beenverbindingen (sesam 113)
→ gewrichtsvlakken = slecht congruerend + bedekt met vezelkraakbeen
tussen clavicula:
extremitas sternalis (verbreding clavicula dat verbinding maakt met sternum) = verticaal vlak
en sternum:
incisurae clavicularis (twee schuine gewruchtskommetjes sternum) + kraakbeen dat doorloopt op eerste ribkraakbeen,
dus vergroot de pan
onderdelen:
+ discus articularis (kom = hol uiteinde van sternum, kop = extremitas sternalis van clavicula)
→ zorgt voor aanpassing (sluit rond kapsel aan)
→ verdeeld gewricht in twee holten met elks eigen synovia (= vloeistof over kraakbeen)
+ gewrichtskapsel: capsula articularis
→ wijd + stevig bevestigd door ligamenten
+ versterking: lig. sternoclavicularia anterius / posterius
→ anterius: vezels staan loodrecht op gewrichtskapsel
→ posterius: overeenkomstige ligging achter gewricht, maar veel sterker
+ verbinding beide clavicula: lig. interclaviculare
→ talrijke bundels, verbonden door talrijke boogvormige vezels + sterk ligament
+ drie bewegingsmogelijkheden (kogelgewricht)
+ verbinding eerste rib en clavicula: lig. costoclaviculare
werking: belet een daling van laterale clavicula met meer dan één centimeter (scheuring!!)
lig. costoclaviculare = continu (naast kapsel gespannen)
tussen eerste rib: grens kraakbeen - rib
en onderzijde extremitas sternalis (tuberositas costalis)
werking: kogelgewricht, drie bewegingsmogelijkheden
extremitas acromialis, clavicula → bewegingsmogelijkheden
- rotatie, om as van 20°
- cranio-caudale verplaatsingen (9 cm omhoog, 1 cm omlaag)
- dorsoventrale verplaatsing (6 cm naar voor en 6 cm naar achter)
ACROMIOCLAVICULAIRE GEWRICHTEN
articulatio acromioclavicularis = discontinue beenverbindingen
→ gewrichtsvlakken: twee ovalen, schuin boven elkaar (clavicula rust op acromion) + vezelkraakbeen + discus
,onderdelen:
+ gewrichtskapsel: capsula articularis: normale insertie (zelden volledig verdeeld in twee)
+ bovenvlak: versterkingsband: lig. acromioclaviculare
→ zwakkere band: onderzijde van kapsel
lig. coracoclaviculare = continu (tussen processus coracoideus + clavicula)
= extra-articulair
bestaat uit twee delen:
- lateraal voorste deel: lig. trapezoideum
- vierhoekig + parasagittaal gericht
- van bovenste mediale rand van processus coracoideus
- naar linea trapezoidea van tuberositas coracoclavicularis
- mediaal achterste deel: lig. conoideum
- driehoekig + frontaal gericht
- van basis van processus coracoideus
- naar tuberculum conoideum (waaiervormig)
werking: beperken verplaatsing van scapula tov clavicula (kogelgewricht)
- scapula: stevig tegen borstkas gedrukt door luchtdruk en spieren
- clavicula: beperkt in beweeglijkheid door sternoclaviculair gewricht
werking totale gordel: art. sternoclavicularis
→ verschillende standen van pas schoudergewricht
→ glijbeweging van schouderblad tow thoraxwand (hoek scapula en clavicula variëert)
banden aan schouderblad:
- lig. coraco-arcomiale
- overbrugd schoudergewricht
- van processus coracoideus
- naar schoudertop
- lig. transversum scapulae superius
- overbrugd incisura scapulae
derde element: spieren
→ omwille van insertie en oorsprong: drie spiergroepen beschrijven
samenvatting: p90-102
Mm. thoracales dorsales (verbinden schouder met romp)
● Mm. rhomboidei minor en major (N dorsalis scapulae, C5)
○ vormt spierketen M. serratus anterior
● M. levator scapulae (N. dorsalis scapulae, C5)
● M. serratus anterior (N. thoracicus longus, C5-C7)
● (M. pectoralis minor en major)
Mm. thoracales ventrales (verbinden scapula met wervels)
● (M. omohyoideus)
● (M. sternohyoideus)
, ● M. subclavius (N. subclavius, C5-C6)
Mm. craniothoracales (verbinden schedel met sternum, clavicula, scapula)
→ belangrijke taak bij rotatie en retroflexie van halswervelzuil
● M. trapezius (N. accessorius over M. levator scapulae of N. XI C2-C4)
○ meest oppervlakkig rugspier
● M. sternocleidomastoideus (N. accessorius of N. XI)
○ overdekt alle halsspieren
extra: trapezius:
langs diepe zijde, in betrekking met (van craniaal naar caudaal)
- Mm. splenius capitis en cervicis
- M. semispinalis capitis
- M. levator scapulae
- Mm. rhomboidei
- Mm. supra- en infraspinatus
- M. deltoideus
- M/ latissimus dorsi
voorrand van pars descendens (laterale ⅓ van achterbovenrand van clavicula): boven naar onder:
- M. splenius cervicis
- M. levator scapulae
- M. scalenus posterior
- M. omohyoideus
laterale van pars ascendens (onderrand van mediale ⅓ van spina scapulae): boven naar onder:
- M. deltoideus
- M. infraspinatus
- M. rhomboideus maior
- M. latissimus dorsi
werking:
- 1 op schoudercomplex: partiële contractie:
- pars transversa: trekt scapula naar mediaal
- pars descendens: trekt scapula naar mediaal en craniaal: ondersteund de werking
van M. serratus anterior door de pan van scapula naar boven te roteren
- pars ascendens: trekt de scapula naar mediaal en caudaal
- globale contractie: bijeen brengen en heffen van schouders
- 2 op hoofd: bij een gefixeerde scapula:
- unilateraal: lateroflexie + contralaterale rotatie + retroversie
- bilateraal: retroversie (naar boven kijken)
extra sternocleidomastoideus
haar achterrand: van craniaal naar caudaal:
- M. splenius capitis
- M. levator scapulae
- M. scalenus posterior en medius
- M. omohyoideus
haar voorrand: van craniaal naar caudaal:
- M. digastricus, venter posterior
- M. omohyoideus, venter superior
- M. sternohyoideus
- M. sternothyroideus (lager)
- grote bloedvaten in hals