Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 2 out of 7 pages
Summary

Biologie samenvatting HO10 Nectar - evolutie

Document preview thumbnail
Preview 2 out of 7 pages

Samenvatting Biologie, methode Nectar. Hoofdstuk 10 over evolutie

Content preview

Samenvatting Biologie HO10
Evolutie

 10.1 Fossielen
Ontstaan van fossielen
Fossielen: resten en sporen van dode organismen uit het verleden.

Als een organisme doodgaat  breken schimmels en bacteriën de resten in de bodem af.
Daarvoor hebben ze zuurstof en vocht nodig. Een dood organisme in een droge omgeving
kan goed geconserveerd blijven. Ook als afdruk in gesteente of gevangen in barnsteen
kunnen overblijfselen van organismen bewaard blijven.

De vorming van een fossiel  fossilisatie  begint vaak met een aardverschuiving. De
bodemlaag dekt het dode organisme dan af. De reducenten (bacteriën + schimmels)
verteren de zachte delen van het organisme het snelst.

Fossielen die miljoenen jaren geleden gestorven zijn, zijn meestal versteende fossielen 
mineralen uit de bodem hebben dan de plaats ingenomen van de organische stoffen in de
botresten.

Paleontologen halen veel informatie uit fossielen.
Fossielen geven paleontologen veel informatie over uitgestorven soorten. Sommige fossielen zijn afdrukken, andere
zijn (versteende) harde delen of complete organismen.

Relatieve ouderdomsbepaling
Gidsfossiel: bepaalde fossiele soorten, waarvan paleontogen de ouderdom hebben kunnen
vaststellen.  komt er een gidsfossiel voor in een bepaalde aardlaag, dan heeft de aardlaag
de ouderdom van de gidsfossiel.

Relatieve ouderdomsbepaling: de ouderdom van een aardlaag bepalen d.m.v. gidsfossielen.

Een soort is alleen bruikbaar als gidsfossiel als:
- Hij maar kort op aarde voorkwam
- De fossielen over de hele aarde terug te vinden zijn

De precieze ouderdom van een aardlaag of fossiel bepalen onderzoekers met natuurkundige
technieken  absolute ouderdomsbepaling.

Absolute ouderdomsbepaling
De absolute ouderdomsbepaling wordt bepaalt m.b.v. radioactieve stoffen. De hoeveelheid
radioactieve atomen in een fossiel is bij deze methode een maat voor de ouderdom.

Van veel atoomsoorten zijn meerdere isotopen bekend.
Isotopen: verschillende vormen van een element, elk met een ander atoommassa.

, Sommige isotopen zijn radioactief. Radioactieve isotopen vallen na verloop van tijd uit
elkaar, waarbij straling ontstaat. Het overgebleven deeltje is niet meer radioactief. 
radioactief verval.

Elk organisme krijgt met zijn voeding telkens kleine hoeveelheden radioactieve
koolstofisotopen binnen. Blijft een organisme na zijn dood als fossiel bewaard, dan neemt
het aantal radioactieve deeltjes in het fossiel met de tijd steeds verder af.

Halveringstijd: tijd die het kost om uit elkaar te vallen voor de helft van de radioactieve
isotopen.

Van alle radioactieve isotopen is de halveringstijd bekend. Door van een fossiel de
hoeveelheid radioactieve koolstofisotopen te meten, kun je m.b.v. de halveringstijd
uitrekenen hoe lang geleden het organisme gestorven is.

Radioactief koolstof vervalt zo snel dat fossielen ouder dan 60.000 jaar onvoldoende
radioactief koolstof bevatten om de leeftijd te bepalen. Bevatten oudere bodemlagen ook
isotopen van bijv. uranium en kalium, dan kan een onderzoeker de leeftijd van die laag en de
erin voorkomende fossielen wel bepalen. Die isotopen vervallen veel langzamer dan
koolstof.

Relatieve ouderdomsbepaling gebeurt d.m.v. gidsfossielen, absolute ouderdomsbepaling m.b.v. isotopen.

 10.2 Het veranderen van soorten
Nieuwe soorten
Biologen gaan ervan uit dat nieuwe soorten ontstaan uit al bestaande soorten. Wat de
nieuwe soorten anders maakt dan hun voorouders zijn hun erfelijke eigenschappen.

Een nieuwe eigenschap begint met een verandering in een gen op het DNA, een mutatie.
Van het gen ontstaat een nieuwe variant, een allel. Dat allel levert een ander eiwit op en het
fenotype verandert.
Het kan ook zijn dat een mutatie in het DNA leidt tot het ontstaan van een nieuw gen: er
komt een hele nieuwe eigenschap bij.

Allelfrequentie: het aandeel van elk allel in de genenpool van de populatie (getal om aan te
geven hoe vaak een allel binnen een populatie voorkomt). De allelfrequentie verandert
steeds.

Bij grote veranderingen zijn meerdere mutaties betrokken. De veranderingen kunnen
uiteindelijk zo groot zijn dat dit een nieuwe soort oplevert die zich niet meer voortplant met
de oorspronkelijke soort. Het kost veel pogingen en tijd voordat zo’n succesvolle nieuwe
combinatie is ontstaan  evolutie.

Evolutie: de geleidelijke ontwikkeling van soorten.


Allelfrequenties binnen populaties veranderen. Langdurige veranderingen in allelfrequenties en mutaties in het
DNA leiden tot nieuwe combinaties van allelen. Dit kan leiden tot het ontstaan van nieuwe soorten: evolutie.

Connected book
 image
Publisher: Unknown ISBN: 9789001789350 Edition: 3

Document information

Level
School year
4
Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
December 7, 2021
Number of pages
7
Written in
2019/2020
Type
Summary
$8.40

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
3
Followers
3
Items
54
Last sold
3 year ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions