Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Wetenschapsfilosofie Literatuur - Samenvatting

Rating
-
Sold
-
Pages
9
Uploaded on
06-12-2021
Written in
2021/2022

Dit is een samenvatting op basis van het boek van wetenschapsfilosofie. Alle literatuur van alle weken is hierin opgenomen.

Institution
Course

Content preview

Wetenschapsfilosofie
Literatuur
Week 1: Introductie Wetenschapsfilosofie
Vijf kenmerken van wetenschappelijke kennis:
1. Generaliseerbaarheid = fenomenen uitleggen en begrijpen
2. Controleerbaarheid = het onderzoek moet herhaalbaar en transparant zijn
3. Mag niet afhankelijk zijn van externe invloeden
4. Erkende methode, om geloofwaardig resultaat te realiseren
= Wetenschappers zijn verplicht om verschillende methoden te gebruiken om de voor-
en nadelen van de individuele methoden tegen elkaar af te wegen.
5. Spaarzaamheid = de eenvoudigste verklaring die het grootste aantal
waarnemingen verklaart, heeft de voorkeur boven een meer complexe verklaring.
—> Aanwezig = geldigheid te vertrouwen

Misvattingen over de methoden in managementwetenschap:
5. Alleen empirisch onderzoek telt als wetenschappelijk onderzoek
Conceptuele analyse is net zo belangrijk als het verzamelen van gegevens en de
evaluatie. Zonder een grondige conceptuele analyse is er geen grondig
wetenschappelijk onderzoek. Theoretische concepten, die een grondige filosofische
denkwijze en logica vereisen om hun betekenis te begrijpen. Filosoof Norwood Russell
Hanson stelt dat concepten het mogelijk maken om fenomenen te observeren, om ze
te zien als zijnde van een bepaalde soort.
- Positivisten stellen dat de empirische methode de enige geldige positie is, maar
moderne wetenschapsfilosofen beweren dat dit diep tekortschiet.

2. Wetenschappelijk onderzoek is beschrijvend niet prescriptief of normatief
In de managementwetenschap is kennis echter ook normatief. Wat het beste is, wordt
vaak beschouwd als de meest succesvolle manier. Het doel van een discussie is niet
dat een discussiant wint, maar dat de waarheid wint. In feite zijn er normen over wat
telt als een goede reden. Daarnaast moet het redeneringsproces transparant en
reproduceerbaar zijn, om fouten aan het licht te brengen,

Het goede reden model van de waarheid
Volgens het model van de goede reden van de waarheid is een claim alleen waar, als
deze wordt ondersteund door een balans van motivaties. De claim is waar als de
argumenten voor de claim zwaarder wegen dan de argumenten tegen de claim. Enkel
wegen tegenargumenten niet op tegen de doorslaggevende reden.

• Argumentum ad ignorantiam = Het feit dat iets niet bewezen kan worden,
suggereert niet dat het tegenovergestelde het geval is.
• Cirkelredeneringen (petitio principii) = Het geval waarin de bewering die men
moet bewijzen in het geheim als vanzelfsprekend wordt beschouwd in een van de
premissen.
• Valse dilemma fout = Wanneer een argument een valse reeks van keuzes biedt
om uit te kiezen. Andere keuzes worden weggelaten, omdat ze de oorspronkelijke
claim kunnen ondermijnen. Om dit te vermijden, moeten de argumenten die
gebruikt worden in de afweging van de redenen duidelijk zij en erkend worden.
• Denkfouten (fallacies) = Gebreken in een argument die ervoor zorgen dat het
ongeldig of zwak is.
De vraag ‘Wat is redelijk?’ wordt in wetenschapsfilosofie op drie
verschillende manier opgevat:

, 1. Als het een methodologische vraag is: een vraag over de juiste methoden van
argumentatie en onderzoek.
De meeste mensen redeneren door middel vaan een representatieve heuristiek
(snelkoppeling). Zij gaan ervan uit dat hoe meer een persoon of situatie representatief
lijkt voor de kenmerken van een bepaald type, hoe groter de kans is dat de persoon of
situatie inderdaad dat type is, zonder te kijken naar de statistische verdelingen.

2. Als het een epistemologische vraag is: een vraag over de staat van de verworden
kennis.
Wanneer sommige fenomenen met elkaar verbonden zijn, is het duidelijk dat ze een
oorzaak-gevolgrelatie hebben. De redelijkheid van de theoretische aannames die
gedaan worden, is een belangrijk punt in de epistemologie. Verder is de rationaliteit
van de argumenten die gebaseerd zijn op aannames van belang.

3. Als het een ontologische vraag is: een vraag over de aard van de (sociale)
werkelijkheid.
Volgen socioloog Emile Durkheim hebben sociale instellingen een reëel eigen bestaan
en kunnen ze niet herleid worden tot de individuen binnen de entiteit. Max Weber is
het daar niet mee eens, omdat hij gelooft dat organisaties als organismen kunnen
worden gezien en dat organisaties niet onverschillig kunnen zijn voor individuen. De
sociale realiteit is anders dan de realiteit die in de natuurwetenschappen wordt
bestudeerd.

• Methodologie = De wetenschap is op zoek naar de beste onderzoeksmethode in
elke discipline.
• Epistemologie = De status van verworven kennis
• Ontologie = Veronderstellingen worden gemaakt over de aard van de
werkelijkheid.

Realisme versus idealisme
Idealisme is een standpunt dat ervan uitgaat dat geheel natuurlijke fenomenen niets
anders zijn dan ideeën of mentale voorspellingen, die we in de werkelijkheid
projecteren. De werkelijkheid zou bestaan uit meerder beelden. Idealisten geloven dat
fenomenen en objecten alleen bestaan als ze worden geobserveerd of ervaren. Zo
ging George Berkeley er bijvoorbeeld van uit dat geluiden alleen bestaan, als er
iemand is die de geluiden kan ervaren.

Het realisme gaat ervan uit dat objecten en fenomenen onafhankelijk van ons
bestaan, maar dat onze waarnemingen van de werkelijkheid voorgevormd zijn.

Kantiaans realisme en onze voorgevormde waarneming
Immanuel Kant kwam in de Critique of Pure Reason (1781) tot de conclusie dat
objectieve kennis alleen mogelijk is, omdat de hersenen observaties op een bepaalde
manier orderen en vormen. De waarnemingen zijn gebaseerd op coordinaten van
ruimte en tijd om grip te krijgen op de werkelijkheid.
Kennis komt niet passief tot stand door middel van observaties. Observatie is een
voorgevormde activiteit. Kant’s positie was daarom van epistemologische aard.
Hoewel hij dacht dat ons verstand de werkelijkheid actief construeert, was Kant tegen
idealistische standpunten.

• Causaliteit = oorzaak-gevolgrelatie
Wat men ziet in het bestuderen van de werkelijkheid is afhankelijk van de mentale
categorieen, waarmee men de werkelijkheid probeert te vatten. Wat in de
werkelijkheid wordt gezien, hangt echter ook af van de categorieen die men gebruikt
om de werkelijkheid te benaderen.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
December 6, 2021
Number of pages
9
Written in
2021/2022
Type
SUMMARY

Subjects

$7.64
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
sterrederoos

Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
sterrederoos Avans Hogeschool
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
4
Member since
5 year
Number of followers
4
Documents
0
Last sold
1 year ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions