aardkorst: de buitenste laag van de aarde, daar leven wij op en is dus vast.
mantel: dikke laag onder de aardkorst dat bestaat uit vloeibaar gesteente.
magma: heet, vloeibaar gesteende in de mantel.
lava: vloeibaar gesteente als het uit de aarde komt.
kern: binnenste van de aarde, bestaat uit compacte zware metalen.
platen: stukken aardkorst waarop de continenten en oceanen liggen.
platentektoniek: proces van het bewegen van de platen.
convectiestroom: de stroming van de magma in de mantel, waardoor de platen gaan
bewegen en er lava uit vulkanen spuwt.
SAMENVATTING:
De buitenste laag van de aarde is de aardkorst. Stukken van
de aardkorst noem je platen, die platen bewegen van het
elkaar af, naar elkaar of van boven naar beneden, dat
bewegen noem je de platentektoniek. De platen bewegen
door de convectiestroom, dat gebeurt in de mantel. In de
mantel zit magma. Als de magma warm wordt gaat het naar
boven, daar koelt het af en gaat het weer naar beneden, dat is
de convectiestroom. Maar als de magma uit een vulkaan gaat
noem je het lava. Het binnenste van de aarde is de kern.
2.2 plaatranden
convergente plaatbeweging: is als 2 platen naar elkaar toe bewegen.
divergente plaatbeweging: als 2 platen van elkaar af bewegen.
transforme plaatbeweging: de 2 platen schuren langs elkaar.
mid oceanische rug: bergketen midden in de oceaan, dat is ontstaan doordat 2 oceanische
platen uit elkaar schuiven (divergent).
plooiingsgebergte: gebergte ontstaan doordat 2 platen op elkaar botsten (convergent).
SAMENVATTING:
Platen kunnen op 3 manieren bewegen: van elkaar af (divergent), naar elkaar toe
(convergent) en langs elkaar heen (transform). Een plooiingsgebergte ontstaan door de
convergente beweging. Als 2 oceanische platen uit elkaar bewegen krijg je een mid
oceanische rug.
2.3 subductie en vulkanisme
subductie: proces waarbij een zware plaat onder een lichte plaat duikt, hierbij ontstaan
vulkanisme.
trog: een kloof in de zee die ontstaat bij subductie.
explosief vulkanisme: als de vulkaan de druk lang opbouwt en er veel lava, stenen en as
hoog naar boven worden gespoten.
stratovulkaan: explosieve vulkaan, dat ontstaan is door een subductie. Er komt gesteente,
giftige gaswolken en lava uit.
schildvulkaan: effusieve vulkaan, ontstaan door een divergente zone. Er komt vloeibare
lava en giftige gassen vrij.