Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 2 out of 7 pages
Summary

Samenvatting probleem 6: Emoticons

Document preview thumbnail
Preview 2 out of 7 pages

Uitgebreide samenvatting van alle verplichte literatuur voor probleem 6.

Content preview

Probleem 6: Emoties

LD 1: Wat zijn emoties?
Emoties omvatten cognitieve evaluaties, subjectieve veranderingen, autonome en neurale opwinding en
impulsen tot actie.

Elke emotie gaat gepaard met een subjectieve bewuste ervaring (‘ervaringsfactor’). Er is een kenmerkend
gevoel van angst en dit is heel anders dan dat van vreugde of verlegenheid. Emoties worden gekenmerkt
door plezier en pijn, ook wel 'affect' genoemd

Er zijn universele emoties, maar leren past zowel wat ze triggert als hun precieze vorm van expressie aan.

Karakteristieken van emoties (Toates)
- Ze lijken qua structuur en functie sterk op verschillende gewervelde soorten.
- Ze worden grotendeels bepaald door genetische informatie en lijken daarom erg op elkaar tussen
leden van een bepaalde soort.
- Wanneer verschillende soorten worden vergeleken, is het duidelijk dat een bepaalde emotie wordt
geassocieerd met vergelijkbare, zo niet identieke, fysiologische (bijvoorbeeld hormonale)
veranderingen.
- Verschillende soorten bezitten een aantal zeer verschillende hersenstructuren buiten de regio's die
zich specifiek bezighouden met emotie (bijvoorbeeld nieuw ontwikkelde corticale structuren). Er
zijn ook enorm verschillende instanties en ecologische niches. Dit betekent verschillende triggers
voor emoties en verschillende manieren van emotionele expressie.
- Het potentieel voor affectieve ervaring wordt vastgesteld door basale hersengebieden, maar hoe
dat potentieel wordt gekanaliseerd, hangt af van individuele ervaring.

Psychologen zijn het er in het algemeen over eens dat emotie drie componenten heeft; cognities,
gevoelens en handelingen. Hiervan staan gevoelens het meest centraal in ons concept van emotie.

6 basisemoties
1. Verbazing
2. Woede
3. Verdriet
4. Walging
5. Angst
6. Blijdschap

Theorieën
Commonsense theorie: je voelt eerst een emotie, wat daarna je hartslag verandert en roept andere
reacties op.

James-Lange theorie: Emotie-inducerende zintuiglijke prikkels worden ontvangen en geïnterpreteerd door
de cortex, die veranderingen in de viscerale organen veroorzaakt via het autonome zenuwstelsel en in de
skeletspieren via het somatische zenuwstelsel. Vervolgens activeren de autonome en somatische reacties
de ervaring van emotie in de hersenen.
De autonome opwinding en skeletale acties komen eerst. Wat je als emotie ervaart, is het label dat je aan
je reacties geeft.
 Je voelt je bang omdat je wegrent; je voelt je boos omdat je aanvalt.

Toen William James zei dat opwinding en acties tot emoties leidden, bedoelde hij het gevoelsaspect van
een emotie.

, Volgens de James-Lange-theorie komt het gevoelsaspect van een emotie voort uit feedback van acties van
de spieren en organen.

2 voorspellingen James-Lange theorie
1. Mensen met zwakke autonomische en skeletale reacties zouden minder emoties moeten voelen.
 Klopt, mensen met puur autonoom falen ervaren dezelfde emoties, alleen voelen ze die emoties
minder intens dan voor het puur autonoom falen.
2. Iemands reacties veroorzaken of versterken zou een emotie moeten versterken.




 James-Lang theorie klopt niet.

Cannon-Bard-theorie: emotionele stimuli hebben twee
onafhankelijke prikkelende effecten. Ze prikkelen zowel
het gevoel van emotie in de hersenen als de expressie
van emotie in het autonome en somatische
zenuwstelsel. De Cannon-Bard-theorie beschouwt
emotionele ervaring en emotionele expressie als
parallelle processen die geen direct causaal verband
hebben.
 Deze theorie klopt niet.

Moderne bio-psychologie theorie: elk van de drie
belangrijkste factoren, de perceptie van de emotie-
inducerende stimulus, de autonome en somatische
reacties op de stimulus, en de ervaring van emotie, kan
de andere twee beïnvloeden.

Cognitieve-fysiologische theorie - Schatcher & Singer
In deze theorie is feedback niet bepalend voor het type
emotie.
Het type emotie, of het nu vreugde, angst of woede is,
wordt bepaald door een cognitieve interpretatie.
 Volgens deze theorie is cognitie op zichzelf niet in
staat om emotie te bepalen. Integendeel, de combinatie
van cognitie en viscerale respons bepaalt het.
 Zonder cognitie is viscerale opwinding diffuus en
ongedifferentieerd, maar gegeven cognitie kan het
individu het interpreteren. De hersenen zoeken naar
betekenis en labelen viscerale opwinding in termen van
cognities.

Document information

Study
Uploaded on
December 2, 2021
Number of pages
7
Written in
2021/2022
Type
Summary
$8.32

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
kayleesnayer
2.9
(7)
Sold
14
Followers
10
Items
46
Last sold
3 year ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions