H3 Spellen
Teksten behorend bij dit hoofdstuk:
Henneman, K. (1994). Problemen van gevorderde spellers. Signalering, diagnostiek en
begeleiding. Bussum: Dick Coutinho.
o Hoofdstuk 1: Spellingsysteem en spellingproces (p. 15-28)
Ghesquière, P. & Van der Leij, A. (2016). Technisch lezen en spellen. In: K. Verschueren en H.
Koomen (red.). Handboek diagnostiek in de leerlingenbegeleiding. Kind en context (pp. 71-
91). Antwerpen: Garant
Inhoudsopgave
1 De spelling van het Nederlands...........................................................................................................2
1.1 Fonologisch/fonemisch principe...................................................................................................2
1.2 Morfologisch principe...................................................................................................................4
1.3 Etymologisch principe...................................................................................................................5
2 Spellingmodellen.................................................................................................................................7
2.1 Taakanalytisch spellingmodel.......................................................................................................7
2.2 Procesmodel voor spelling............................................................................................................9
3 Spelling in de leerplannen.................................................................................................................12
4 Diagnostiek spellen............................................................................................................................13
4.1 Niveaubepaling via dictee...........................................................................................................13
4.1.1 Vormen van dictees.............................................................................................................13
4.1.2 Normtoetsen.......................................................................................................................13
4.1.3 Leerlingvolgsystemen (LVS).................................................................................................14
4.2 Foutenclassificatie......................................................................................................................15
4.2.1 Vuistregels/criteria voor een goed systeem........................................................................15
4.2.2 Verkort Utrechts Classificatiesysteem voor Spelfouten (V-UCS)..........................................15
4.3 Kwalitatieve analyse...................................................................................................................17
5 Taakgerichte leerhulp: spellen (orthodidactisch niveau)...................................................................19
5.1 Opbouwmethodiek.....................................................................................................................20
5.2 Strategiemethodiek....................................................................................................................20
5.3 Inprentingsmethodiek................................................................................................................23
Eerst voorbeeld: TASK (spellingtest) uitvoeren zie practicum
1
,1 De spelling van het Nederlands
PAS OP: niet zo dat elk taalkundig principe wordt uitgelegd in het onderwijs
Hoe zit onze Nederlandse taal taalkundig in elkaar
Hoe wordt die onderwezen in eerste jaren lager onderwijs
Orthografie = systeem van regels waarmee gesproken taal in geschreven taal kan worden omgezet
=> Orthografie van Nederlandse taal volgt 3 principes:
1) Fonologisch/ fonemisch principe
o ‘fonos’ – geluid, klank (telefoon etc)
2) Morfologisch principe
o ‘morfè’ – vorm
3) Etymologisch principe
o Étymos – werkelijk, echt
Ingaan op elk principe in detail
1.1 Fonologisch/fonemisch principe
Basisregel: 1 foneem/klank = 1 grafeem/letter
=> zoveel mogelijk (indien mogelijk alle) klanken door 1 beeld representeren
Nederlands is redelijk klankzuiver
NL = transparante taal: door goed luisteren naar klanken, zelf weten welke grafemen erbij horen
MAAR geen perfecte 1 op 1 relatie
Been niet perfect zuiver: b -ee - n
School niet perfect zuiver: sch -oo-l
Helmgras perfect zuiver: h-e-l-m-g-r-a-s
=> klankbeeld blijft in al deze gevallen wel een houvast
=> hoe transparanter taal en als je goed bent in auditieve discriminatie, dan gemakkelijker spellen
Andere talen:
nog transparantere talen: Spaans, sommige Scandinavische talen
veel minder transparante talen: Engels (heel veel klanken die je op verschillende manieren
kan schrijven – niet vasthouden aan gesproken taal alleen)
MAAR Nederlands kent uitzonderingen op het fonologisch principe:
1) Digrafen
o = 1 foneem wordt door vaste combinatie van twee letters (grafemen) voorgesteld
2
, o 1) Homogeen: zelfde letters
Aa ee oo uu
o 2)heterogeen: verschillende letters
Oe ie ui eu ch ng
PAS OP: ‘ng’ is niet combinatie van n en g, spreek je nog anders uit
2) 1 grafeem gekoppeld aan meerdere verschillende fonemen
o E bvb: wet – benen- de
o Ook omgekeerd: 1 foneem gekoppeld aan meerdere verschillende grafemen
Is leesprobleem, niet spelprobleem
Eg ‘e’: de – lelijk
PAS OP: is niet digrafe, gaat hier om 1 zelfde uitspraak die gekoppeld wordt
aan verschillende lettertekens
3) Abstractie van verbindingsklanken
o > fonologie: in sommige woorden zitten bepaalde uitgesproken klanken niet in het
schriftbeeld
=> er zitten klanken in die je wel schrijft en klanken in die je niet schrijft
=> klanken die je niet schrijft zijn verbindingsklanken die de uitspraak
vergemakkelijken: woorden zijn 1 geheel in betekenis, maar ook in klank, dus
geen auditieve pauze tussen moeilijke overgangen
o Eg melk: m-e-l-e?-k
o Eg janu-w?-ari
o Eg twee-j?-ën
4) Invloed van klankpositie binnen woord
o Eg slaap – slapen – slappe => 1e keer met lange klinker, tweede keer met korte
klinker, derde keer met dubbele medeklinker
o = wat wij nu gebruiken als spellingregel: verenkelen en verdubbelen
Met ‘korte klinker verdubbel’ = regel gesloten lettergreep – korte klinker => VERDUBBELEN
UITZ: ‘Open onbeklemtoonde lettergreep’
Met ‘lange klinker ‘verenkel’ = regel open lettegreep – lange klinker => VERENKELEN
UITZ: als lange klank op einde van een woord: enkele letter
Eg nu, sla
3
Teksten behorend bij dit hoofdstuk:
Henneman, K. (1994). Problemen van gevorderde spellers. Signalering, diagnostiek en
begeleiding. Bussum: Dick Coutinho.
o Hoofdstuk 1: Spellingsysteem en spellingproces (p. 15-28)
Ghesquière, P. & Van der Leij, A. (2016). Technisch lezen en spellen. In: K. Verschueren en H.
Koomen (red.). Handboek diagnostiek in de leerlingenbegeleiding. Kind en context (pp. 71-
91). Antwerpen: Garant
Inhoudsopgave
1 De spelling van het Nederlands...........................................................................................................2
1.1 Fonologisch/fonemisch principe...................................................................................................2
1.2 Morfologisch principe...................................................................................................................4
1.3 Etymologisch principe...................................................................................................................5
2 Spellingmodellen.................................................................................................................................7
2.1 Taakanalytisch spellingmodel.......................................................................................................7
2.2 Procesmodel voor spelling............................................................................................................9
3 Spelling in de leerplannen.................................................................................................................12
4 Diagnostiek spellen............................................................................................................................13
4.1 Niveaubepaling via dictee...........................................................................................................13
4.1.1 Vormen van dictees.............................................................................................................13
4.1.2 Normtoetsen.......................................................................................................................13
4.1.3 Leerlingvolgsystemen (LVS).................................................................................................14
4.2 Foutenclassificatie......................................................................................................................15
4.2.1 Vuistregels/criteria voor een goed systeem........................................................................15
4.2.2 Verkort Utrechts Classificatiesysteem voor Spelfouten (V-UCS)..........................................15
4.3 Kwalitatieve analyse...................................................................................................................17
5 Taakgerichte leerhulp: spellen (orthodidactisch niveau)...................................................................19
5.1 Opbouwmethodiek.....................................................................................................................20
5.2 Strategiemethodiek....................................................................................................................20
5.3 Inprentingsmethodiek................................................................................................................23
Eerst voorbeeld: TASK (spellingtest) uitvoeren zie practicum
1
,1 De spelling van het Nederlands
PAS OP: niet zo dat elk taalkundig principe wordt uitgelegd in het onderwijs
Hoe zit onze Nederlandse taal taalkundig in elkaar
Hoe wordt die onderwezen in eerste jaren lager onderwijs
Orthografie = systeem van regels waarmee gesproken taal in geschreven taal kan worden omgezet
=> Orthografie van Nederlandse taal volgt 3 principes:
1) Fonologisch/ fonemisch principe
o ‘fonos’ – geluid, klank (telefoon etc)
2) Morfologisch principe
o ‘morfè’ – vorm
3) Etymologisch principe
o Étymos – werkelijk, echt
Ingaan op elk principe in detail
1.1 Fonologisch/fonemisch principe
Basisregel: 1 foneem/klank = 1 grafeem/letter
=> zoveel mogelijk (indien mogelijk alle) klanken door 1 beeld representeren
Nederlands is redelijk klankzuiver
NL = transparante taal: door goed luisteren naar klanken, zelf weten welke grafemen erbij horen
MAAR geen perfecte 1 op 1 relatie
Been niet perfect zuiver: b -ee - n
School niet perfect zuiver: sch -oo-l
Helmgras perfect zuiver: h-e-l-m-g-r-a-s
=> klankbeeld blijft in al deze gevallen wel een houvast
=> hoe transparanter taal en als je goed bent in auditieve discriminatie, dan gemakkelijker spellen
Andere talen:
nog transparantere talen: Spaans, sommige Scandinavische talen
veel minder transparante talen: Engels (heel veel klanken die je op verschillende manieren
kan schrijven – niet vasthouden aan gesproken taal alleen)
MAAR Nederlands kent uitzonderingen op het fonologisch principe:
1) Digrafen
o = 1 foneem wordt door vaste combinatie van twee letters (grafemen) voorgesteld
2
, o 1) Homogeen: zelfde letters
Aa ee oo uu
o 2)heterogeen: verschillende letters
Oe ie ui eu ch ng
PAS OP: ‘ng’ is niet combinatie van n en g, spreek je nog anders uit
2) 1 grafeem gekoppeld aan meerdere verschillende fonemen
o E bvb: wet – benen- de
o Ook omgekeerd: 1 foneem gekoppeld aan meerdere verschillende grafemen
Is leesprobleem, niet spelprobleem
Eg ‘e’: de – lelijk
PAS OP: is niet digrafe, gaat hier om 1 zelfde uitspraak die gekoppeld wordt
aan verschillende lettertekens
3) Abstractie van verbindingsklanken
o > fonologie: in sommige woorden zitten bepaalde uitgesproken klanken niet in het
schriftbeeld
=> er zitten klanken in die je wel schrijft en klanken in die je niet schrijft
=> klanken die je niet schrijft zijn verbindingsklanken die de uitspraak
vergemakkelijken: woorden zijn 1 geheel in betekenis, maar ook in klank, dus
geen auditieve pauze tussen moeilijke overgangen
o Eg melk: m-e-l-e?-k
o Eg janu-w?-ari
o Eg twee-j?-ën
4) Invloed van klankpositie binnen woord
o Eg slaap – slapen – slappe => 1e keer met lange klinker, tweede keer met korte
klinker, derde keer met dubbele medeklinker
o = wat wij nu gebruiken als spellingregel: verenkelen en verdubbelen
Met ‘korte klinker verdubbel’ = regel gesloten lettergreep – korte klinker => VERDUBBELEN
UITZ: ‘Open onbeklemtoonde lettergreep’
Met ‘lange klinker ‘verenkel’ = regel open lettegreep – lange klinker => VERENKELEN
UITZ: als lange klank op einde van een woord: enkele letter
Eg nu, sla
3