Samenvatting anatomie
Hoofdstuk 1 Lichaam en uiterlijk
Cel: de kleinste levende zelfstandige eenheid.
Soorten cellen:
o Spiercel: zorgt voor beweging.
o Zenuwcel: dient voor het doorseinen van berichten in de vorm van stroompjes.
o Botcel: zorgt voor stevigheid.
Weefsel: groep cellen met dezelfde vorm en functie.
Orgaan: groep verschillende, maar samenwerkende weefsel. Elk orgaan heeft een of meer functies.
Orgaanstelsel: groep samenwerkende organen die belast is met het uitvoeren van een bepaalde
functie.
Organisme: het menselijk lichaam bestaat uit verschillende samenwerkende orgaanstelsels.
Kenmerken van het leven:
o Stofwisseling
o Groei
o Prikkelbaarheid en prikkelverwerking
o Beweging en voortbeweging
o Voortplanting
Hoofdgroepen weefsels:
o Dekweefsel (epitheel)
o Steunweefsel (bindweefsel, kraakbeen, been)
o Spierweefsel
o Zenuwweefsel
o Transportweefsel (bloed)
Lagen huid:
o Opperhuid (dermis)
o Lederhuid
o Onderhuids bindweefsel
Functies huid:
o Bescherming: geldt tegen mechanisch geweld en tegen het binnendringen van bacteriën,
virussen en andere schadelijke stoffen. De pigmentvorming biedt enigszins bescherming
tegen straling. De huid beschermt ook tegen uitdroging.
o Temperatuurregeling: zowel de huiddoorbloeding als de zweetklieren zijn hierbij betrokken.
o Zintuigfunctie: koude- en warmtezintuigen, tast-, druk- en pijnzintuigen.
o Vorming van vitamine D: onder invloed van het zonlicht wordt er in de huid vitamine D
gevormd. Dit is van belang voor botvorming.
1
,Hoofdstuk 2 Houding en beweging
3 typen kraakbeen:
1. Glasachtig kraakbeen
2. Elastisch kraakbeen
3. Vezelig kraakbeen
Functies kraakbeen:
o Het zorgt voor een soepel verloop van de bewegingen in de
gewrichten door de bekleding van de gewrichtsvlakken. Zonder dit,
worden de bewegingen erg moeilijk en pijnlijk.
o Het speelt een belangrijke rol bij de vorming van vele botstukken.
o Het vormt een soepele verbinding tussen sommige botstukken
o Het geeft vorm aan bepaalde lichaamsdelen (oor, neus)
3 soorten beenderen:
1. Platte beenderen
2. Pijpbeenderen
3. Onregelmatige (korte) beenderen
Functies skelet:
o Geeft steun en vorm
o Biedt bescherming aan organen
o Aanhechtingsplaats voor spieren
o Geeft samen met het spierstelsel bewegingsmogelijkheden
o Vorming van bloedcellen in het rode beenmerg
Bewegingsmogelijkheden skelet:
o Onbeweeglijke beenverbindingen
o Beweeglijke beenverbindingen
Soorten gewrichten:
o Straf gewricht
o Rolgewricht
o Scharniergewricht
o Zadelgewricht
o Kogelgewricht
Onderdelen skelet
Hoofd
- Schedel
Hersenschedel
Aangezichtsschedel
Romp
- Wervelkolom
- Borstkas
- Schoudergordel
- Bekkengordel
Ledematen
- Armen
- Benen
2
, Wervelkolom:
o 7 halswervels
o 12 borstwervels
o 5 lendenwervels
o 5 heiligbeenwervels
o 4 staartbeenwervels
Onderdelen wervels:
o Wervellichaam: buikzijde
o Wervelboog: rugzijde
o Wervelgat: tussen wervellichaam en wervelboog
3 typen spierweefsel:
1. Dwarsgestreept spierweefsel
2. Glad spierweefsel
3. Hartspierweefsel
3
Hoofdstuk 1 Lichaam en uiterlijk
Cel: de kleinste levende zelfstandige eenheid.
Soorten cellen:
o Spiercel: zorgt voor beweging.
o Zenuwcel: dient voor het doorseinen van berichten in de vorm van stroompjes.
o Botcel: zorgt voor stevigheid.
Weefsel: groep cellen met dezelfde vorm en functie.
Orgaan: groep verschillende, maar samenwerkende weefsel. Elk orgaan heeft een of meer functies.
Orgaanstelsel: groep samenwerkende organen die belast is met het uitvoeren van een bepaalde
functie.
Organisme: het menselijk lichaam bestaat uit verschillende samenwerkende orgaanstelsels.
Kenmerken van het leven:
o Stofwisseling
o Groei
o Prikkelbaarheid en prikkelverwerking
o Beweging en voortbeweging
o Voortplanting
Hoofdgroepen weefsels:
o Dekweefsel (epitheel)
o Steunweefsel (bindweefsel, kraakbeen, been)
o Spierweefsel
o Zenuwweefsel
o Transportweefsel (bloed)
Lagen huid:
o Opperhuid (dermis)
o Lederhuid
o Onderhuids bindweefsel
Functies huid:
o Bescherming: geldt tegen mechanisch geweld en tegen het binnendringen van bacteriën,
virussen en andere schadelijke stoffen. De pigmentvorming biedt enigszins bescherming
tegen straling. De huid beschermt ook tegen uitdroging.
o Temperatuurregeling: zowel de huiddoorbloeding als de zweetklieren zijn hierbij betrokken.
o Zintuigfunctie: koude- en warmtezintuigen, tast-, druk- en pijnzintuigen.
o Vorming van vitamine D: onder invloed van het zonlicht wordt er in de huid vitamine D
gevormd. Dit is van belang voor botvorming.
1
,Hoofdstuk 2 Houding en beweging
3 typen kraakbeen:
1. Glasachtig kraakbeen
2. Elastisch kraakbeen
3. Vezelig kraakbeen
Functies kraakbeen:
o Het zorgt voor een soepel verloop van de bewegingen in de
gewrichten door de bekleding van de gewrichtsvlakken. Zonder dit,
worden de bewegingen erg moeilijk en pijnlijk.
o Het speelt een belangrijke rol bij de vorming van vele botstukken.
o Het vormt een soepele verbinding tussen sommige botstukken
o Het geeft vorm aan bepaalde lichaamsdelen (oor, neus)
3 soorten beenderen:
1. Platte beenderen
2. Pijpbeenderen
3. Onregelmatige (korte) beenderen
Functies skelet:
o Geeft steun en vorm
o Biedt bescherming aan organen
o Aanhechtingsplaats voor spieren
o Geeft samen met het spierstelsel bewegingsmogelijkheden
o Vorming van bloedcellen in het rode beenmerg
Bewegingsmogelijkheden skelet:
o Onbeweeglijke beenverbindingen
o Beweeglijke beenverbindingen
Soorten gewrichten:
o Straf gewricht
o Rolgewricht
o Scharniergewricht
o Zadelgewricht
o Kogelgewricht
Onderdelen skelet
Hoofd
- Schedel
Hersenschedel
Aangezichtsschedel
Romp
- Wervelkolom
- Borstkas
- Schoudergordel
- Bekkengordel
Ledematen
- Armen
- Benen
2
, Wervelkolom:
o 7 halswervels
o 12 borstwervels
o 5 lendenwervels
o 5 heiligbeenwervels
o 4 staartbeenwervels
Onderdelen wervels:
o Wervellichaam: buikzijde
o Wervelboog: rugzijde
o Wervelgat: tussen wervellichaam en wervelboog
3 typen spierweefsel:
1. Dwarsgestreept spierweefsel
2. Glad spierweefsel
3. Hartspierweefsel
3