MEERKEUZE VRAGEN WERKGROEP 6, KALENDERWEEK 11
PERSONEN- EN FAMILIERECHT BA 2/3 2015
HUWELIJKSVERMOGENSRECHT (I)
Deze toets is een oefentoets, de resultaten hebben geen invloed op uw eindcijfer. Gebruik
uitsluitend uw wettenbundel.
U heeft ongeveer 25 minuten om de vragen te beantwoorden.
Lees de vragen aandachtig en kruis per vraag ÉÉN antwoord aan, en wel het antwoord
dat het meest correct is.
1. Titel 6 van boek 1 BW, rechten en verplichtingen van echtgenoten is van toepassing
op:
o (a) X echtgenoten en geregistreerd partners, ongeacht het vermogensrechtelijke regime
dat voor hen geldt
o (b) echtgenoten, ongeacht het vermogensrechtelijke regime dat voor hen geldt
o (c) echtgenoten en geregistreerd partners, die in algehele gemeenschap van goederen
zijn gehuwd c.q. geregistreerd
o (d) echtgenoten, geregistreerd partners en van tafel en bed gescheiden echtgenoten, die
in algehele gemeenschap van goederen zijn gehuwd c.q. geregistreerd
Motivatie:
Zie art. 1:80b BW waarin bepaald wordt dat titel 6 ook geld voor diegenen die een GP zijn
aangegaan. Onder welke huwelijksvermogensregime dat is geweest doet daar niet toe, zie §
7.1 boek.
2. Welke uitspraak is onjuist. Art. 1:82 BW:
o (a) betreft een verplichting tussen echtgenoten, hun kinderen kunnen zich daarop niet
beroepen.
o (b) X ziet uitsluitend op eigen juridische kinderen jonger dan 18 jaar.
o (c) ziet op eigen juridische kinderen, pleegkinderen en stiefkinderen tot 18 jaar
o (d) is van toepassing op alle tot het gezin behorende kinderen tot 18 jaar
Motivatie:
Onder 1:82 vallen niet alleen de eigen kinderen van de echtgenoten samen, maar ook de
kinderen van een der echtgenoten en eventuele pleegkinderen. Deze bepaling dient ruim te
worden opgevat, aldus dat ook indien de kinderen niet tezamen met de echtgenoten
samenwonen, deze verplichting toch van toepassing blijft.
3. Peter en Els zijn twee jaar met elkaar gehuwd. Buiten medeweten van Peter, schaft Els
een tv aan. Ten laste van welke inkomsten komen deze kosten?
o (a) volledig ten laste van de privé-inkomsten van Els
o (b) ten laste van hun gemeenschappelijke inkomsten en als deze ontoereikend zijn ten
laste van ieders privé-inkomsten waarbij ieder de helft moet betalen.
1
, o (c) X ten laste van hun gemeenschappelijke inkomsten en als deze ontoereikend zijn
ten laste van ieders privé-inkomsten waarbij ieder naar rato betaalt
o (d) ten laste van hun gemeenschappelijke inkomsten en als deze ontoereikend zijn ten
laste van de privé-inkomsten van Els
Motivatie:
Zie art. 1:84 lid 2 en § 7.6.3 boek.
TV is kosten van huishouding. Ten laste van welk inkomen (draagplicht)? Interne
aansprakelijkheid, 1:84. Subjectief criterium: wat vinden partijen dat zelf bij hun levenswijze
past.
4. Het huis van de gehuwde Edward en Sophie dat eigendom is van Sophie, wordt
geschilderd door schildersbedrijf Kwastje. Het gaat om een reguliere schilderbeurt en
voor het onderhoud van het huis zeer gewenst. Edward heeft het schildersbedrijf
ingehuurd, maar weigert te betalen.
Het schildersbedrijf kan:
o (a) X zowel Edward als Sophie voor de volledige kosten aansprakelijk stellen
o (b) uitsluitend Edward voor de volledige kosten aansprakelijk stellen.
o (c) uitsluitend Edward voor de volledige kosten aansprakelijk stellen en als verhaal op
hem niet mogelijk is Sophie aansprakelijk stellen.
o (d) Edward aansprakelijk stellen voor de helft van de kosten en Sophie aansprakelijk
stellen voor de andere helft van de kosten.
Motivatie:
Zie art. 1:85 BW en § 7.6.3 boek.
Beide echtgenoten zijn aansprakelijk voor de gewone gang van huishouding. Dit is objectief.
Want dat kan je echt zien als er moet geschilderd. Omdat het tot gewone gang van
huishouding hoort zijn ze beide aansprakelijk ogv 85. Indien het niet tot gewone gang van
huishouding zou horen dan is degene die de ovk heeft gesloten aansprakelijk, dan zou het
antwoord b het juiste antwoord zijn. Dit artikel ziet dus op de extern.
5. Welke uitspraak is juist:
o (a) de niet-bestuursbevoegde echtgenoot mag goederen die onder bestuur van de
andere echtgenoot staan niet gebruiken.
o (b) de niet-bestuursbevoegde echtgenoot mag goederen die onder bestuur van de
andere echtgenoot staan verkopen en leveren.
o (c) X de bestuursbevoegdheid over goederen kan door de rechter van de ene op de
andere echtgenoot worden overgedragen.
o (d) bestuursbevoegdheid houdt in dat degene met die bevoegdheid exclusief kan
beschikken over het goed, maar geen feitelijke handelingen ten aanzien daarvan kan
verrichten en toelaten.
Motivatie:
Zie art. 1:91 BW en § 7.8.2 boek.
2
PERSONEN- EN FAMILIERECHT BA 2/3 2015
HUWELIJKSVERMOGENSRECHT (I)
Deze toets is een oefentoets, de resultaten hebben geen invloed op uw eindcijfer. Gebruik
uitsluitend uw wettenbundel.
U heeft ongeveer 25 minuten om de vragen te beantwoorden.
Lees de vragen aandachtig en kruis per vraag ÉÉN antwoord aan, en wel het antwoord
dat het meest correct is.
1. Titel 6 van boek 1 BW, rechten en verplichtingen van echtgenoten is van toepassing
op:
o (a) X echtgenoten en geregistreerd partners, ongeacht het vermogensrechtelijke regime
dat voor hen geldt
o (b) echtgenoten, ongeacht het vermogensrechtelijke regime dat voor hen geldt
o (c) echtgenoten en geregistreerd partners, die in algehele gemeenschap van goederen
zijn gehuwd c.q. geregistreerd
o (d) echtgenoten, geregistreerd partners en van tafel en bed gescheiden echtgenoten, die
in algehele gemeenschap van goederen zijn gehuwd c.q. geregistreerd
Motivatie:
Zie art. 1:80b BW waarin bepaald wordt dat titel 6 ook geld voor diegenen die een GP zijn
aangegaan. Onder welke huwelijksvermogensregime dat is geweest doet daar niet toe, zie §
7.1 boek.
2. Welke uitspraak is onjuist. Art. 1:82 BW:
o (a) betreft een verplichting tussen echtgenoten, hun kinderen kunnen zich daarop niet
beroepen.
o (b) X ziet uitsluitend op eigen juridische kinderen jonger dan 18 jaar.
o (c) ziet op eigen juridische kinderen, pleegkinderen en stiefkinderen tot 18 jaar
o (d) is van toepassing op alle tot het gezin behorende kinderen tot 18 jaar
Motivatie:
Onder 1:82 vallen niet alleen de eigen kinderen van de echtgenoten samen, maar ook de
kinderen van een der echtgenoten en eventuele pleegkinderen. Deze bepaling dient ruim te
worden opgevat, aldus dat ook indien de kinderen niet tezamen met de echtgenoten
samenwonen, deze verplichting toch van toepassing blijft.
3. Peter en Els zijn twee jaar met elkaar gehuwd. Buiten medeweten van Peter, schaft Els
een tv aan. Ten laste van welke inkomsten komen deze kosten?
o (a) volledig ten laste van de privé-inkomsten van Els
o (b) ten laste van hun gemeenschappelijke inkomsten en als deze ontoereikend zijn ten
laste van ieders privé-inkomsten waarbij ieder de helft moet betalen.
1
, o (c) X ten laste van hun gemeenschappelijke inkomsten en als deze ontoereikend zijn
ten laste van ieders privé-inkomsten waarbij ieder naar rato betaalt
o (d) ten laste van hun gemeenschappelijke inkomsten en als deze ontoereikend zijn ten
laste van de privé-inkomsten van Els
Motivatie:
Zie art. 1:84 lid 2 en § 7.6.3 boek.
TV is kosten van huishouding. Ten laste van welk inkomen (draagplicht)? Interne
aansprakelijkheid, 1:84. Subjectief criterium: wat vinden partijen dat zelf bij hun levenswijze
past.
4. Het huis van de gehuwde Edward en Sophie dat eigendom is van Sophie, wordt
geschilderd door schildersbedrijf Kwastje. Het gaat om een reguliere schilderbeurt en
voor het onderhoud van het huis zeer gewenst. Edward heeft het schildersbedrijf
ingehuurd, maar weigert te betalen.
Het schildersbedrijf kan:
o (a) X zowel Edward als Sophie voor de volledige kosten aansprakelijk stellen
o (b) uitsluitend Edward voor de volledige kosten aansprakelijk stellen.
o (c) uitsluitend Edward voor de volledige kosten aansprakelijk stellen en als verhaal op
hem niet mogelijk is Sophie aansprakelijk stellen.
o (d) Edward aansprakelijk stellen voor de helft van de kosten en Sophie aansprakelijk
stellen voor de andere helft van de kosten.
Motivatie:
Zie art. 1:85 BW en § 7.6.3 boek.
Beide echtgenoten zijn aansprakelijk voor de gewone gang van huishouding. Dit is objectief.
Want dat kan je echt zien als er moet geschilderd. Omdat het tot gewone gang van
huishouding hoort zijn ze beide aansprakelijk ogv 85. Indien het niet tot gewone gang van
huishouding zou horen dan is degene die de ovk heeft gesloten aansprakelijk, dan zou het
antwoord b het juiste antwoord zijn. Dit artikel ziet dus op de extern.
5. Welke uitspraak is juist:
o (a) de niet-bestuursbevoegde echtgenoot mag goederen die onder bestuur van de
andere echtgenoot staan niet gebruiken.
o (b) de niet-bestuursbevoegde echtgenoot mag goederen die onder bestuur van de
andere echtgenoot staan verkopen en leveren.
o (c) X de bestuursbevoegdheid over goederen kan door de rechter van de ene op de
andere echtgenoot worden overgedragen.
o (d) bestuursbevoegdheid houdt in dat degene met die bevoegdheid exclusief kan
beschikken over het goed, maar geen feitelijke handelingen ten aanzien daarvan kan
verrichten en toelaten.
Motivatie:
Zie art. 1:91 BW en § 7.8.2 boek.
2