• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 34 pages
Summary

Samenvatting omgevingspsychologie 1BA Interieurarchitectuur

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 34 pages

Een uitgebreide samenvatting en leerstofoverzicht van het vak Omgevingspsychologie uit het eerste jaar van de bachelor Interieurarchitectuur. Alle lessen zijn samengevat, aangevuld met eigen notities.

Content preview

1e BA IA M3 Mens en Ruimte



Omgevingspsychologie
Hoorcollege 1: ALGEMEEN
De kennis is dynamisch, niet de absolute waarheid

Toneelstukken <-> echte leven
Van een foto van een toneelstuk kan je veel informatie halen over waarover het gaat. Bijvoorbeeld
het tijdperk en de situatie.
De omgeving bepaalt wat we kunnen. Bij ontwerpen bepaal je wat de gebruiker zal gaan doen. Hoe
hij het zal gebruiken ligt eraan hoe hij de ruimte interpreteert.
Gewoontes spelen hierbij ook mee. (bijv. Comfort geven door meer tafels neer te zetten dan nodig).

Zonder de omgeving zijn de acties van een acteur moeilijk te begrijpen:

〉 De scene verschaft de context;
〉 De scene verschaft betekenis.
o Wat gebeurt er? Wat laat de omgeving toe en wat niet?
 bij een gymzaal doen mensen hun schoenen uit.
 In een collegezaal zitten de stoelen vast

Vergelijk dit met het echte leven:

〉 Er is een voortdurende/constante interactie (wisselwerking) tussen mens en omgeving: (in
geuren, kleuren, muziek) (Harde muziek kan een invasie zijn voor een ander)
o De omgeving bepaalt de mogelijkheden die mensen hebben om dingen te doen,
o De mensen wijzigen hun omgeving om handelingen te kunnen verrichten
 Wijzigen om aan hun noden te voorzien. Als ontwerper moet je ervoor zorgen dat
die al aanwezig zijn.

Dus: omgeving = context

〉 Omgeving bepaalt de mogelijkheden
〉 Omgeving geeft informatie over handelingen
〉 Omgeving inspireert

Definitie OPSY
De studie van de wisselwerking tussen de interactie van (groep) mensen en zijn fysieke omgeving
‘Mens’: individuen of (kleine) groepen
‘fysieke omgeving’: bebouwde artificiële en natuurlijke omgeving

Doel OPSY
Via onderzoek wil OPSY de omgeving, in het bijzondere gebouwen en interieurs, humaniseren, d.i.
optimaliseren met het oog op een beter functioneren van mensen, overeenkomstig hun psychische
mogelijkheden: de omgeving afstellen op de gebruiker gegeven zijn natuurlijke, cognitieve
beperkingen.
Humaniseren: comfort geven, welzijn bevorderen.
Blijkbaar zijn er dus ook niet-humane omgevingen
Mensen presteren bijvoorbeeld beter in een comfortabele omgeving

,1e BA IA M3 Mens en Ruimte


Geschiedenis OPSY
〉 OPSY: gerespecteerde wetenschappelijke discipline, een vijftigtal jaar oud.
〉 Jaren zeventig: massaal veel artikels + honderden boeken
o Milieuproblematiek (autovrije zondag)
o Dagelijkse gedrag van mensen
 Waar gaat men zitten in een aula en waarom? En heeft dat invloed op de
studieresultaten?
〉 Jaren tachtig: kleine terugval
〉 Jaren negentig: weer een groei
〉 Wordt aan weinig universiteiten onderwezen
〉 Bedenkingen:
o Vreemd dat deze interessante wetenschap zo jong is gezien de enorme sommen geld
die geïnvesteerd worden in het veranderen van onze leefwereld,
o Tragisch dat ze zo laat impact kreeg gezien alle verspillingen in tussentijd.

Onderwerpen OPSY
〉 De kranten staan bol van OPSY onderwerpen:
 Examen: krantenartikel waar je relevante zaken uit moet halen.
o Ongezonde gebouwen (asbest), overbevolkte gevangenissen, fijn stof in de steden,
lawaaihinder, pubers en privacy, arbeidstevredenheid, oorlogen(territorium), ...
〉 OPSY is gericht op het begrijpen van de interactie tussen de mens en zijn omgeving en het
oplossen van problemen:
o Hoe kan je mensen privacy geven? Hoe kan je ervoor zorgen dat ze zich goed voelen?
Hoe bekom je samenwerking? hoe kan je communicatie vergroten? hoe voorkom je
inbraken?
〉 OPSY beschouwt elk gedragsprobleem als een uitdaging om de omgeving te wijzigen.
Problemen oplossen maar vooral voorzien.

OPSY als wetenschap
〉 Vorming van theoretische kaders:
o Vanuit vaststellingen verklarende theorieën bedenken
o Die vervolgens getoetst worden door onderzoek;
o Opletten: er zijn meerdere theoretische kaders!
〉 Binnen het theoretisch kader oplossingen vinden voor problemen.
〉 De ene theorie werkt al beter dan een andere voor een bepaald probleem.
〉 Onderzoek om theorieën te …
o Confirmeren (bevestigen), verfijnen, falsifiëren (weerleggen).
〉 Onderzoek om fenomenen te verklaren door een theorie te ontwikkelen.

〉 Voorbeelden van onderzoek
o Vergelijkend onderzoek: wat is het verschil tussen mannen en vrouwen met
betrekking tot territorialiteit?
o Beschrijvend onderzoek: wat is de invloed van vertrouwdheid op de oriëntatie in een
omgeving?
o Verklarend onderzoek: wat maakt dat we een kamer als groot ervaren?

,1e BA IA M3 Mens en Ruimte


Beperkingen van OPSY
〉 Het onderzoek leidt niet noodzakelijk tot eenduidige beschrijvingen, verklaringen,
vergelijkingen, ... theorieën: vandaar diverse theoretische kaders.
〉 Soms levert een onderzoek ook helemaal niets op (nulresultaat) of krijgen we een negatieve
score (weerlegging), ook al voelen we intuïtief aan dat het wel zo zou moeten zijn … Dat is
uiteraard interessant:
o We weten dan dat die denkpiste alvast niet meer moet gevolgd worden.
o Onze intuïtie wordt weerlegd:
 Het gevoel van overbevolking is slechts in beperkte mate afhankelijk van het
aantal mensen om je heen (bewezen);
 Territorialiteit is niet hoofdzakelijk gerelateerd aan agressie (bewezen).
〉 Soms blijken vroegere vaststellingen niet houdbaar:
o Onderzoek uit 1998 waaruit bleek dat ‘als je aan een professor dacht bij een quiz je
beter scoorde dan wanneer je een hooligan voor ogen had,’ kon niet bevestigd
worden door negen nieuwe experimenten.
〉 Soms is het onderzoek gebaseerd op fraude:
o Dirk Stapel (psycholoog NL): ‘Rommel leidt tot discriminatie’
 ‘Mensen gaan verder van een zwarte medemens zitten door rommel
omgeven dan van een blanke door rommel omgeven, maar zonder rommel is
er geen verschil.

Verschil met algemene psychologie




Binnen (O)PSY
〉 Veel theorieën en benaderingen
o Stimulatietheorieën
o Controletheorieën
o Behaviour setting theories
o Integrale theorieën
o Operante benadering
o Environment centered approach
〉 Ze zijn accuraat, maar geven slechts een gedeeltelijke verklaring

, 1e BA IA M3 Mens en Ruimte


Aangeleerde hulpeloosheid
= een controletheorie

Studie over vermijdingsleren in een labo met een pendelkooi:
〉 Beweegbare deur, dier aan één kant
o Signaal + openen deur + elektrische schok (gaas)
 Dier springt naar de andere kant na schok
o Signaal + openen deur + elektrische schok (gaas)
 Dier springt onmiddellijk naar de andere kant
 d.i. vermijdingsleren
o Signaal + openen deur
 Dier blijft naar andere kant springen
〉 Vermijdingsleren geeft een verklaring voor hardnekkige gedragsstoornissen zoals
dwangmatig handenwassen:
o Vroeger had je er een reden voor, nu blijf je overmatig schrobben.
〉 In 1967: onbedoeld bleef het deurtje gesloten
o De hond kon niet weg, maar bleef voortaan altijd zitten
〉 Later bevestiging:
o Eerste fase: onvermijdbare schokken (deur gesloten)
o Tweede fase: geen poging om schokken te vermijden (open deur)
o Effect = aangeleerde hulpeloosheid
‘het onvermogen om te leren hoe aan een aversieve stimulus ontsnapt kan worden.

Verklaring voor het fenomeen: Indien men aan oncontroleerbare stimuli wordt blootgesteld dan is de
verwachting dat die stimuli onafhankelijk zijn van het eigen gedrag en dat daarom vermijding
onmogelijk is.
Die verwachting is zeer sterk:
Vermindert de motivatie om te ontsnappen in hoge mate
Vermindert het vermogen in te zien dat het eigen gedrag toch effectief kan zijn

Studie bij mensen: schokken vervangen door lawaai
Experiment met drie condities

〉 Groep A krijgt lawaai te horen en hen wordt gezegd dat ze geen enkele controle hebben over
het geluid
〉 Groep B krijgt lawaai te horen en hen wordt gezegd dat ze controle kunnen verkrijgen over
het geluid (dat is ook zo)
〉 Groep C krijgt lawaai te horen en hen wordt gezegd dat ze controle kunnen verkrijgen over
het geluid (dat is niet zo)

Resultaat:

〉 Groep A: aangeleerde hulpeloosheid (ze ondergaan)
〉 Groep B: proberen ‘van alles’ en het lukt
〉 Groep C: proberen ‘van alles’ (lukt niet) maar blijven proberen en geloven dat ze controle
hebben


Dus
〉 Mensen ontwikkelen bijgelovig gedrag

Document information

Study
Uploaded on
November 10, 2021
Number of pages
34
Written in
2018/2019
Type
Summary
$8.79

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
Sold
52
Followers
35
Items
18
Last sold
1 year ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions