Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 2 out of 11 pages
Class notes

College aantekeningen Strafprocesrecht Hoorcolleges en casuscolleges strafrecht/strafprocesrecht 2020, ISBN: 9789013153491

Document preview thumbnail
Preview 2 out of 11 pages

Hoorcolleges en casuscolleges

Content preview

Strafprocesrecht hoorcollege week 8

Deze week gaat het over strafrechtelijk bewijsrecht

--

We beginnen met de contouren bewijsstelsel kenmerken en hoofdlijnen

Getuigenbewijs en ondervragingsrecht

Dit zijn blijkbaar moeilijke onderwerpen.

--

Deel 1 de contouren van bewijsstelsel.

Algemeen

Soorten bewijsstelsels ( theorie)

- Vrije : hier bevat de wet geen bepalingen over het bewijs. De rechter mag het helemaal zelf
weten. Een vrij bewijsstelsel waarin de rechter op zijn innerlijke overtuiging afgaat of het feit
bewezen is. Of stelsels waarbij er wel eis is dat de rechter ( de vonnis) wel beredeneerd
waarom het feit bewezen is.
- Wettelijke : zijn bewijsstelsels die door de wet nader worden normeert. De wet bevat regels
over het bewijs. Daar worden weer 2 onderscheidingen gemaakt:



1- Positief wettelijke bewijsstelsels: waarin bij een bepaalde hoeveelheid bewijs tot een
veroordeling / bewijsverklaring moet worden overgegaan.
2- Negatief wettelijk: als de rechter niet overtuigd is dat de verdachte het heeft gedaan. Dat hij
de verdachte moet vrijspreken



Nederland kent een wettelijk negatief bewijsstelsel: wettelijk omdat de rechter is gebonden aan in de
wet opgesomde bewijsmiddelen. Die bespreken we zo. De rechter moet vrijspreken als hij niet
overtuigd is dat de verdachte het tll feit heeft begaan.



Een kern artikel over bewijsrecht is artikel 338 Sv.


Artikel 338
Het bewijs dat de verdachte het telastegelegde feit heeft begaan, kan door den rechter slechts worden
aangenomen, indien hij daarvan uit het onderzoek op de terechtzitting door den inhoud van wettige
bewijsmiddelen de overtuiging heeft bekomen.



We nemen dit door.

Kenmerken bewijsstelsel van dit wet:

1- De rechter bewijst
2- Dat de verdachte het tll feit heeft begaan
3- Limitatieve opsomming van wettige bewijsmiddelen

, 4- Wettelijke bewijsminima
5- Bewijscriterium is de rechterlijke overtuiging
6- Uit het onderzoek op de terechtzitting
7- Vrije selectie en waardering van het bewijs door de rechter.

Deze stappen nemen we door.

A= de rechter bewijs

De bewijslast berust in strikt genomen bij de rechter. Die bepaalt of het bewezen is etc en niet de ovj.
De ovj heeft een aanvoeringslast, een dossier met voldoende bewijs op een zitting.

De strafbeschikking: moet op een schuldvaststelling berusten; verzet = anticipatie op bewijsbeslissing
rechter. De ovj bij het uitvaardigen van de strafbeschikking, anticipeert op de bewijsbeslissing van de
rechter. Als de verdachte verzet doet, dan moet de rechter het feit bewijzen en het onderbouwen.
Dan is het wel zo handig dat aan die strafbeschikking die zelfde bewijsmiddelen ten grondslag liggen.
Dat is een indirect verband.



B= het begaan van het tenlastegelegde feit

Betekent dat het wettelijke bewijsstelsel alleen betrekking heeft op de 1 e materiele vraag van het
rechterlijk beslissingsmodel: kan het tll feit worden bewezen?

Dat er geen sprake is van een strafuitsluitingsgrond, dat behoeft slechts aannemelijk te zijn. daarvoor
gelden alle regels van vandaag niet.

De rechter zoekt alleen naar de ware toedracht van wat er in de tll is gezet.

C= limitatieve opsomming van wettige bewijsmiddelen, artikel 339 lid 1)

Als wettige bewijsmiddelen worden alleen erkend:

- Eigen waarneming rechter 340
- Verklaring verdachte 341
- Verklaring getuige 342
- Verklaring deskundige 343
- Schriftelijke bescheiden algemeen 344, schriftelijke verklaring van anonieme getuigen en
kroongetuigen 344a.

Camera , opnames kunnen die als bewijsmiddel worden gebruikt? Kan vallen onder eigen
waarneming van de rechter. Voorwaarde: beelden moeten dan op de zitting worden afgespeeld.

Een opsporingsambtenaar kan hij opschrijven in een pv wat hij op camera’s heeft gezien. Dat werkt
indirect. Hij gaat er zo meteen verder op in.

Wat er ook in de wet niet tussen staat, is de verklaring van de raadsman. Stel hij verspreekt zich en
zegt mijn cliënt heeft het gedaan. Mag de rechter dit gebruiken volgens deze wet? Nee dat kan niet.
de HR heeft dat verboden: de raadsman is er voor de verdediging van zijn cliënt. Zijn pleidooi is niet
bewijs.

Maar je kon zo zeggen dat het wel kon.

Connected book
 image
Publisher: Unknown ISBN: 9789013153491 Edition: 1

Document information

Study
Uploaded on
November 10, 2021
Number of pages
11
Written in
2019/2020
Type
Class notes
Professor(s)
-
Contains
All classes
$8.40

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
2
Last sold
-



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions