Fysiopathologie en ziekteleer
Groep 1 (6 januari) (enkel schakelstudenten dus geen casus maar 3 theorievragen
mondeling):
1. Hoe ontstaat nefrolithiase? Bespreek de klinische symptomatologie en de
belangrijkste klinische complicaties.
2. Bespreek de normale motiliteit van de slokdarm en de afwijkingen die optreden bij
achalasia en bij tertiaire slokdarmspasmen.
3. Beschrijf de etiologie, fysiopathologie en kliniek van mitralisklepstenose.
4. Schets de grote behandelingsprincipes bij osteoporose. (schriftelijk)
7 januari (groep 1) voormiddag
1. Ca, P, VitD bij chronische nierinsufficientie (bijvraag: is renale osteodystrofie
hetzelfde als osteoporose?)
2. restrictieve myopathie
3. casus geïnfecteerde galsteen (had ook een acute nierinsufficiëntie volgens het
bloedonderzoek)
4. pathologische kenmerken luchtweg van astmapatiënt (schriftelijk)
13 januari namiddag
1. Hoe gaat een atheroomplaque over van een stabiele fase naar een vulnerabele fase,
en wat zijn hiervan de mogelijke klinische gevolgen?
2. Bespreek het ontstaan en de mogelijke complicaties van slokdarmvarices.
3. Addison
4. casus: acute nierinsufficiëntie
14 januari (groep3) voormiddag
1. Wat is de fysiopathologische basis van varices, en bespreek de belangrijkste
complicaties.
2. Beschrijf de klinische symptomatologie en de voornaamste complicaties van een
maagulcus en duodenumulcus.
3. Casus: globale hartfalen + acute nierinsufficientie + leverschade
4. Beschrijf de pathologische consequenties van obesitas op minstens 3
orgaansystemen
17 januari voormiddag
Groep 1 (6 januari) (enkel schakelstudenten dus geen casus maar 3 theorievragen
mondeling):
1. Hoe ontstaat nefrolithiase? Bespreek de klinische symptomatologie en de
belangrijkste klinische complicaties.
2. Bespreek de normale motiliteit van de slokdarm en de afwijkingen die optreden bij
achalasia en bij tertiaire slokdarmspasmen.
3. Beschrijf de etiologie, fysiopathologie en kliniek van mitralisklepstenose.
4. Schets de grote behandelingsprincipes bij osteoporose. (schriftelijk)
7 januari (groep 1) voormiddag
1. Ca, P, VitD bij chronische nierinsufficientie (bijvraag: is renale osteodystrofie
hetzelfde als osteoporose?)
2. restrictieve myopathie
3. casus geïnfecteerde galsteen (had ook een acute nierinsufficiëntie volgens het
bloedonderzoek)
4. pathologische kenmerken luchtweg van astmapatiënt (schriftelijk)
13 januari namiddag
1. Hoe gaat een atheroomplaque over van een stabiele fase naar een vulnerabele fase,
en wat zijn hiervan de mogelijke klinische gevolgen?
2. Bespreek het ontstaan en de mogelijke complicaties van slokdarmvarices.
3. Addison
4. casus: acute nierinsufficiëntie
14 januari (groep3) voormiddag
1. Wat is de fysiopathologische basis van varices, en bespreek de belangrijkste
complicaties.
2. Beschrijf de klinische symptomatologie en de voornaamste complicaties van een
maagulcus en duodenumulcus.
3. Casus: globale hartfalen + acute nierinsufficientie + leverschade
4. Beschrijf de pathologische consequenties van obesitas op minstens 3
orgaansystemen
17 januari voormiddag