Alleenstaande vrouwen zijn meer geïnteresseerd in het versieren van
mannen die al een relatie hebben, dan het versieren van mannen die geen
relatie hebben.
Vrouwen vinden mannen met een relatie niet perse fysiek
aantrekkelijker; wel zouden ze deze man graag willen versieren.
Waarschijnlijk vinden ze deze mannen aantrekkelijker omdat deze mannen
al hebben laten zien dat ze zich durven te binden aan een vrouw (hier ging
het onderzoek niet over). Dit is overigens geen bewust proces. Vrouwen
geven zelf aan geen voorkeur te hebben voor mannen die al bezet zijn.
Bezette mannen zijn meer aantrekkelijk voor vrouwen die geen relatie
hebben. Bij mannen maakt het niks uit.
Bij bezette mannen is er weinig verschil of ze al dan niet bezette of single
vrouwen aantrekkelijker vinden.
Bezette vrouwen vinden single mannen iets meer aantrekkelijk dan
bezette mannen.
Bij single mannen is er weinig verschil of ze al dan niet bezette of single
vrouwen aantrekkelijker vinden.
Single vrouwen zijn veel meer geïnteresseerd in bezette mannen dan
single mannen.
,Artikelen week 2
1) The Evolution of Human Intrasexual Competition: Tactics of
Mate Attraction
David M. Buss (1988)
De methode die hier gebruikt is: aan 113 studenten (mannen 57, vrouwen
56) is gevraagd om drie vrienden en drie vriendinnen in gedachten te
nemen en te noteren welke tactieken zij gebruiken tijdens het flirten. Alle
101 resultaten zijn samengesteld tot 23 tactieken. De drie meest gebruikte
flirttactieken zijn:
- display resources: He flashed a lot of money to impress her. She drove an
expensive car.
- brag about resources: He told people how important he was at work. She
bragged about her accomplishments (prestaties).
- wear sexy clothes: He wore sexy clothes. She wore skimpy clothes to
impress guys.
Resultaten: Mannen lijken meer gebruik te maken van het tonen van
materiële middelen dan vrouwen. Mannen gebruiken tevens ook meer
tactieken dan vrouwen. Vrouwen zullen eerder hun best doen om hun
uiterlijk zo aantrekkelijk mogelijk te maken. De uitkomsten sluiten aan bij
de theorie van Darwin. Het bevestigt de hypothese dat interseksuele
verschillen invloed hebben op de tactieken die gebruikt worden tijdens
intraseksuele competitie. Toch zijn er meer overeenkomsten dan
verschillen tussen tactieken van mannen en vrouwen. De strategieën die
door de respondenten als succesvol werden beoordeeld werden volgens de
respondenten uit de andere study’s ook het meeste gebruikt. Mannen en
vrouwen zijn het met elkaar eens over hoe succes-vol een bepaalde
tactiek zal zijn. De tactieken die voor beide geslachten even interessant
zijn, zijn: sympathie, vriendelijkheid, goede manieren, behulpzaamheid en
humor.
Provocatief gedrag (grr.. jij bent van mij vanavond) is effectief in het
versieren van mannen op de korte termijn. Dit wordt echter matig gebruikt
in de praktijk.
Er zijn vier componenten van intra-seksuele concurrentie onder mensen:
- Vaardigheden.
- Partner “ naar je toe trekken”.
, - Ontdekken van eigenschappen die wenselijk zijn bij leden van de andere
sekse.
- Verandering in verschijning.
Darwin onderscheidt twee processen:
1. Interseksuele selectie: Het kiezen van een ander geslacht. De
voorkeurskeuze van een partner van het andere geslacht met zekere
kwaliteiten. Vrouwen zullen eerder kiezen voor
een man met materiële zekerheid.
2. Intraseksueel: Concurreren met hetzelfde
geslacht. De competitie tussen twee van
hetzelfde geslacht om te kunnen paren met iemand van het
andere geslacht.
Deze twee processen gaan vaak samen bij het
kiezen van een partner.
2) Do we know the first impressions we make?
Carlson, Furr & Vazire (2010)
“Kunnen we er op vertrouwen dat de indruk die wij op anderen denken achter te
laten juist is?”= onderzoeksvraag
De eerste indruk die wij van anderen hebben klopt verbazingwekkend
vaak. Maar weten we ook wat voor indruk wij zelf op mensen achterlaten?
En komt de indruk die we achterlaten ook daadwerkelijk overeen met wat
we denken?
Er zijn in het verleden veel onderzoeken uitgevoerd over meta accuracy.
Bij deze onderzoeken werd onderzocht of de proefpersonen in staat waren
in te schatten wat voor scores anderen aan bepaalde
persoonlijkheidstrekken van die proefpersonen hadden toegeschreven.
Ook werd er gemeten of de proefpersoon kon inschatten wat de groep
over het algemeen voor persoonlijkheidstrekken aan de proefpersoon had
toegeschreven. Uit deze onderzoeken over meta accuracy blijkt dat de
meta-perceptie van mensen niet altijd accuraat is.
Dit artikel doet een aanvulling op de voorgaande traditionele onderzoeken.
Bij dit onderzoek kijken ze namelijk ook naar het feit of een proefpersoon
kan ontdekken welke karaktertrekken juist als meer of minder
karakteristiek voor de proefpersoon worden aangewezen door een ander.
Voor dit onderzoek werden studenten van het tegenovergestelde geslacht aan
elkaar gekoppeld om gesprekken van 5 minuten mee te voeren. Direct na het
gesprek werden de studenten gevraagd om aan te geven wat hun mening was