Biochemie blok 4
Werkcollege 1
Bruin vet: een baby heeft voornamelijk bruin vet, een opslag van warmte en
verbruikt zelf calorieën.
Wit vet: naarmate je ouder wordt komt er meer wit vet, het is een opslag van
energie (ATP).
Betapol: Het product is een vervanging van moedermelk. Het vet lijkt op het vet
in moedermelk, hierdoor krijgt een baby voldoende energie en calcium.
Vetstofwisseling: vetzuren worden geactiveerd door co-enzym A => vetzuren zijn
gekoppeld met CoA => heet acyl CoA. Dit gebeurt buiten het mitochondriën, nu
kunnen de vetzuren het
mitochondriële membraan
passeren.
In het mitochondriën; β-oxidatie
=> vetzuren kleiner maken, in
stukjes van 2 koolstofatomen
geknipt. Hieraan wordt co-enzym A
aan gekoppeld => acetyl CoA
(C-C-CoA) => citroenzuucyclus =>
ademhalingsketen/oxidatieve
fosforylering.
B-vitamines: B2, B3 en B7
Lipolyse: lipasen zetten
triglyceriden om in glycerol en
vetzuren, vetafbraak. Hormonen
die dit stimuleren; (nor)adrenaline,
glucagon, groeihormonen
(corticosteroiden). Geremd door
insuline.
Lipogenese: enkelvoudige suikers worden omgezet in vetzuren, vetopbouw.
Gestimuleerd door insuline, geremd door adrenaline.
Hormonen die invloed hebben op de vetstofwisseling:
Leptine: geproduceerd door vetcellen, onderhoud de homeostase door een
verminderde eetlust en meer energieverbruik. Leptine level stijgt als het
BMI stijgt. Hoge fructose inname kan leiden tot leptine resistentie en
vetopslag versnellen.
Adiponectine: in het vetweefsel, beschermt tegen insulineresistentie.
Ghrelin: in de maagcellen, het stimuleert gewichtstoename door honger te
stimuleren en efficiënte energie opslag.
PYY: geproduceerd door de darmcellen (ileum/colon) na de maaltijd,
onderdrukt de eetlust.
Insuline: stimuleert de lipogenese, remt de lipolyse.
Adrenaline: stimuleert de lipolyse, remt de lipogenese.
Cyclisch AMP: adrenaline en glucagon activeren het enzym adenylaatcyclase.
Deze zet ATP om in cyclisch AMP => activeert proteinekinase (PKA) => activeert
lipase, vetafbraak.
1
Werkcollege 1
Bruin vet: een baby heeft voornamelijk bruin vet, een opslag van warmte en
verbruikt zelf calorieën.
Wit vet: naarmate je ouder wordt komt er meer wit vet, het is een opslag van
energie (ATP).
Betapol: Het product is een vervanging van moedermelk. Het vet lijkt op het vet
in moedermelk, hierdoor krijgt een baby voldoende energie en calcium.
Vetstofwisseling: vetzuren worden geactiveerd door co-enzym A => vetzuren zijn
gekoppeld met CoA => heet acyl CoA. Dit gebeurt buiten het mitochondriën, nu
kunnen de vetzuren het
mitochondriële membraan
passeren.
In het mitochondriën; β-oxidatie
=> vetzuren kleiner maken, in
stukjes van 2 koolstofatomen
geknipt. Hieraan wordt co-enzym A
aan gekoppeld => acetyl CoA
(C-C-CoA) => citroenzuucyclus =>
ademhalingsketen/oxidatieve
fosforylering.
B-vitamines: B2, B3 en B7
Lipolyse: lipasen zetten
triglyceriden om in glycerol en
vetzuren, vetafbraak. Hormonen
die dit stimuleren; (nor)adrenaline,
glucagon, groeihormonen
(corticosteroiden). Geremd door
insuline.
Lipogenese: enkelvoudige suikers worden omgezet in vetzuren, vetopbouw.
Gestimuleerd door insuline, geremd door adrenaline.
Hormonen die invloed hebben op de vetstofwisseling:
Leptine: geproduceerd door vetcellen, onderhoud de homeostase door een
verminderde eetlust en meer energieverbruik. Leptine level stijgt als het
BMI stijgt. Hoge fructose inname kan leiden tot leptine resistentie en
vetopslag versnellen.
Adiponectine: in het vetweefsel, beschermt tegen insulineresistentie.
Ghrelin: in de maagcellen, het stimuleert gewichtstoename door honger te
stimuleren en efficiënte energie opslag.
PYY: geproduceerd door de darmcellen (ileum/colon) na de maaltijd,
onderdrukt de eetlust.
Insuline: stimuleert de lipogenese, remt de lipolyse.
Adrenaline: stimuleert de lipolyse, remt de lipogenese.
Cyclisch AMP: adrenaline en glucagon activeren het enzym adenylaatcyclase.
Deze zet ATP om in cyclisch AMP => activeert proteinekinase (PKA) => activeert
lipase, vetafbraak.
1