• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 3 out of 22 pages
Summary

Samenvatting literatuur én colleges - B&C 3: Cognitive Neuropsychologie

Document preview thumbnail
Preview 3 out of 22 pages

Ik heb dit vak afgerond met een 9 (vooral deze verkorte samenvatting goed geleerd). Dit is een verkorte samenvatting van alle literatuur (uit het boek van Gazzaniga, 5e editie) en de 13 hoorcollege van de Radboud Universiteit. Ik heb ook een uitgebreide literatuur-samenvatting en uitgebreide college-aantekeningen op mijn account. :)

Content preview

Verkorte Samenvatting – B&C 3: Cognitive Neuropsychology

Literatuur & College – Introductie (week 1)
Cognitieve psychologie: gedragsexperimenten over mentale representaties (bv. kleur en
woord bij Stroop) en interne transformaties (bv. herinnering door geur).
- Sternbergs taak: herkennen of bepaalde letter tussen reeks staat.
o Reactietijd is langer bij langere reeks (steunt seriële verwerking).
- Word superiority effect: target letters worden sneller herkend in een bestaand
woord (parallelle verwerking van woorden en letters).


Breinproblemen:
- Cerebro Vasculair Accident: verstoring van bloedtoevoer naar hersenen.
o Infarct: klein gebied dode cellen door te weinig bloed.
o Ischemie: te weinig bloed naar organen of hersenen.
- Neoplasma (tumor): weefsel zonder functie met abnormale groei.
- Traumatic brain injury: bv. breinschade na ongeluk (mild = hersenschudding).
o Kan leiden tot diffuse axonal injury (scheuren in axonen) en zwelling.


Single dissociatie: als een laesie één taak beïnvloed, maar andere niet.
Double dissociatie: als laesie X taak A beperkt, maar niet taak B, en laesie Y taak B beperkt,
maar niet taak A (bevestigt dat breingebieden nodig zijn).

Neurale functie verstoren:
- Optogenetica → hersencellen activeren met genen van lichtgevoelige proteïnen.
- Knockout procedure → genen permanent uitzetten.
- Agonisten en antagonisten (neurotransmitter versterken of dempen met drugs).
- DBS → implantatie van elektrodes in brein (bv. Parkinson).
- TMS → neuronen activeren door magnetisch veld (tijdelijke cognitieve verstoring).
o rTMS = lage frequentie, cTBS = hoge frequentie (kort, maar effect tot 1 uur).
o Wel spatiaal non-specifiek.
o Door TMS over de visuele cortex verslechterde herkenning door aanraking.
- tDCS → constante, lage stroom naar hersenen door elektroden op hoofd.
o Depolarisatie bij anode (eerder activatie) en hyperpolarisatie bij kathode.
- tACS → geen constante stroom, maar schommelend.
- tSMS → zelfde idee als TMS, maar goedkoop en zonder hoofdpijn.
- tFUS → echografie om actiepotentialen te triggeren (hoge spatiale resolutie).


Bij PTSD is de hippocampus vaak kleiner (bleek geen gevolg, maar een risicofactor).

Polymorphism: variatie door uiting van gen (bv. eerder agressief voor MAOA).

,Brein-analyse methoden:
- CT → 3D-beeld door 2D-plakjes.
- MRI → 3D-beeld door aanpassen van magnetisch veld van draaiende protonen in
waterstof (signalen hiervan worden opgepikt).
o DTI → beeld van axonverbindingen met MRI (in axonen is richting van
waterdiffusie namelijk afhankelijk, ofwel an-isotropisch).
- fMRI → breinactivatie meten via blood oxygen level-dependent / BOLD (ratio tussen
zuurstofrijke en zuurstofarme hemoglobine). Temporaal slecht, maar spatiaal goed.
- MRS: MRI voor chemische samenstelling.
- Single-cell recording → injectie van elektrode op één cel (meerdere = multi-unit).
- Elektro-corticografie (ECoG) → activiteit van neurongroep meten door elektrodes op
breinoppervlakte (goede spatiale en temporale resolutie).
- EEG → zwakker dan ECoG, maar non-invasief.
o ERP → gemiddeld EEG-signaal door stimulus of beweging (tijdsgebonden).
- MEG → meet magnetische velden door elektrische breinactiviteit (duur).
o ERF → gemiddelde MEG-sporen over trials (spatiaal beter dan ERP).
- PET → breinactivatie meten via hemodynamische reacties (veranderingen in
regional cerebral blood flow / rCBF). Slechte temporale resolutie.
o Dit gebeurt met een radioactieve tracer. PET kijkt naar voxels (3D-pixels).


Additieve logica: bv. breinscan van kijken naar zwart-wit plaatje afhalen van hetzelfde bij
een gekleurd plaatje.

Block design: breinactiviteit van meerdere trials over een ‘blok’ (bv. bij PET).
Event-related design: gelinkt aan gebeurtenis (bv. BOLD bij fMRI); kan random, dus beter.
- Door fMRI bleek bv. dat het vergeten van een net geleerd woord waarschijnlijk komt
door encoding, en niet retrieval (vanwege ander patroon dan bij herkend woord).


Multivoxel patroon analyse: classificatie-algoritme voor activatiepatronen (bv. andere
patronen voor encoderen van gezichten en objecten).

Connectome: visualisatie van structurele/functionele verbindingen in het brein (bv. uit
combi van meer methodes). Breingebieden zijn dan nodes en verbindingen zijn edges.
- Bij rs-fMRI (in rust) bleek activiteit stabiel per individu; connectome fingerprint.
- Deep learning models: gesimuleerde neurale netwerken van meerdere lagen
(herkennen complexe patronen, bv. schaken). ‘Laesies’ kunnen hierbij inzicht geven.


Binocular rivalry: 2 verschillende plaatjes aangeboden aan linker en rechter oog (neurale
input vecht voor dominantie).
- Bij autisme switchen kinderen langzamer (en dit was niet gelinkt met GABA).

, Literatuur & College – Perceptie (week 2)
Exteroceptive perception (remote sensing): stimulus kunnen verweken zonder contact.

In fotoreceptoren (in de retina) vallen fotopigmenten uiteen, waardoor het
membraanpotentiaal verandert (dus niet actiepotentiaal in fotoreceptor zelf).
- Rods bevatten rhodopsin (voor in het donker).
- Cones (in de fovea) bevatten pohotopsin (overdag) en zijn gevoelig voor kleuren.
- De output van de retina gaat via ganglion cellen (vormen ook de optische zenuw).
o Rods kunnen output optellen, waardoor ze ganglion cellen ook activeren bij
weinig licht.
o Ganglioncellen zijn verbonden met weinig cones (geeft wel scherp beeld).


Optic chiasm: kruist info van de nasale retina naar tegengestelde breinhelften.
- Retinogeniculate pathway: projecteert van retina naar LGN (van thalamus).
o LGN-cellen hebben een on- en off-gedeelte.
- Geniculocorticale pathway: gaat van LGN naar primaire visuele cortex (V1).
o Een V1-cel vuurt bij verandering (vaak hoekjes/outlines).
- Receptieve velden van visuele neuronen vormen een retinotopische map.


Specialisatie hypothese: dat er veel corticale visuele gebieden zijn vanwege specialisaties
voor type info (gesteund door MT voor beweging/richting en V4 voor kleur).

Flicker fusion: schijf die 25x van kleur wisselt zien als één kleur (vroege breingebieden
maken nog verschil, maar latere niet).

Dichromat: iemand met 2 fotopigmenten (bv. rood-groen kleurenblind).
Anomalous trichromat: iemand met 3 fotopigmenten, maar één is abnormaal gevoelig.
Achromatopsia: corticale kleurenblindheid; compleet zwart-wit (bv. V4-laesie). Dit kan ook
leiden tot moeite met complexe vormen herkennen (vooral contouren)!

Akinetopsia: geen beweging zien, maar snapshots (bv. MT-laesie).

Hemianopia: alleen links of rechts blind.
- Blindsight: naar bewegende objecten kunnen wijzen, ondanks blindheid.
- De superieure colliculus integreert visuele, auditieve en tactiele input als het
samenvalt in plaats en tijd.
o Hierdoor konden mensen met blindsight alsnog emoties herkennen (gemeten
met pupilgrootte).
o Auditory driving: illusie waarbij stimulatie van een zintuig het oordeel over
een ander zintuig beïnvloedt (bv. lichtflits dubbel zien door 2 piepjes).
o Auditieve en visuele stimuli versterken elkaar.

Connected book
 image
Michael Gazzaniga, Richard B. Ivry Cognitive Neuroscience
Publisher: Unknown ISBN: 9780393667813 Edition: Unknown

Document information

Study
Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
Hoofdstukken relevant voor radboud
Uploaded on
October 28, 2021
Number of pages
22
Written in
2021/2022
Type
Summary
$5.78

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
saschaderks
4.1
(57)
Sold
385
Followers
168
Items
47
Last sold
2 weeks ago


Reviews from verified buyers




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions