Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 63 pages
Summary

Samenvatting literatuur - B&C 3: cognitive neuropsychology (Gazzaniga, 5e editie)

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 63 pages

Ik heb dit vak afgerond met een 9 (alleen uit mijn eigen samenvattingen geleerd). Dit is een complete, uitgebreide samenvatting van de literatuur van 'Cognitive Neuroscience: The Biology of the Mind' van Gazzaniga (hoofdstukken relevant voor Radboud Universiteit).

Content preview

Samenvatting B&C 3: Cognitive neuroscience – Alle literatuur


1 Introductie & tools van cognitieve neuropsychologie…………………………………1
- Hoofdstuk 3 – Methodes van cognitieve neurowetenschap……………………1
2 Perceptie & aandacht…………………………………………………………………………………..8
- Hoofdstuk 5 (vanaf 5.6) – Sensatie en perceptie……………………………………..8
- Hoofdstuk 6 – Objectherkenning……………………………………………………………12
- Hoofdstuk 7 - Aandacht………………………………………………………………………….17
3 Geheugen…………………………………………………………………………………………………….23
- Hoofdstuk 9 (zonder 9.7) - Geheugen…………………………………………………….23
4 Cognitieve controle……………………………………………………………………………………..30

- Hoofdstuk 12 – Cognitieve controle……………………………………………………….30

5 Emotie………………………………………………………………………………………………………….40
- Hoofdstuk 10 – Emotie……………………………………………………………………………40

6 Sociale cognitie…………………………………………………………………………………………….49

- Hoofdstuk 13 – Sociale cognitie……………………………………………………………….49

7 Taal……………………………………………………………………………………………………………….56

- Hoofdstuk 11 – Taal…………………………………………………………………………………56

,Hoofdstuk 3 – Methodes van Cognitieve Neurowetenschap
Delen van bepaalde bacteriën worden paars door een interactie van lichtgevoelige
proteïnen. Vervolgens werd ontdekt dat genen van die proteïnen specifieke hersencellen
kunnen activeren (optogenetica). Later werd dit gedaan met een beter gen.
- Zo’n methode wordt gevormd door observatie, hypothese, voorspelling en testen.


3.1 - Cognitieve psychologie en gedragsmethodes
Cognitieve psychologie: studie van mentale activiteit als informatieverwerkingsprobleem
(verkrijgen, opslag en gebruik van info).
- Mentale operaties worden onderzocht door te kijken wat het brein ingaat en er weer
uitkomt (bv. tekst kunnen lezen van gehusselde woorden).
- 2 kernconcepten van de cognitieve benadering:
o Informatieverwerking hangt af van mentale representaties (bij ‘bal’ kun je bv.
denken aan een plaatje, beschrijving of formule).
o Deze representaties ondergaan interne transformaties (bv. herinnering door
geur).
▪ Geheugen kan ook perceptie veranderen (bv. hoe je een hond ziet op
basis van je ervaring ermee).


Mensen zien sneller of twee letters in dezelfde categorie horen (klinker/medeklinker) als de
letters identiek zijn (vooral bij beide hoofdletter). Over het algemeen werd dit ook eerder
herkend bij klinkers dan bij medeklinkers.
- Verschillende representaties zijn dus gebaseerd op verschillende aspecten.
- Dit soort experimenten wekken vaak nieuwe vragen op (waarom?).


In Sternbergs taak onthoud je steeds een set letters en bepaal je vervolgens of een
specifieke letter ertussen stond.
- Hier zijn 4 mentale operaties voor nodig: encoding (target identificeren), vergelijken
(representatie van target vs. geheugen), beslissen en reageren.
- Als vergelijking van items gelijktijdig gebeurt (parallel), zou de reactietijd
onafhankelijk zijn van het aantal items in de set.
o Het bleek hier wel vanaf te hangen, dus dat steunt de seriële hypothese
(vergelijking met elk item opeenvolgend).
- Word superiority effect: target letters worden het meest accuraat herkend als de
stimulus een woord is (dus letters hoeven niet eerst los herkend te worden).
o Bij het lezen van een woordenlijst herkennen we letters en woorden parallel.


De Stroop taak laat zien dat er meerdere mentale representaties zijn (in dit geval ten minste
twee). Het Stroop-effect wordt wel zwakker bij een handmatige reactie i.p.v. verbaal.


1

,3.2 - Het beschadigde brein onderzoeken
Cerebrale vasculaire ongelukken (beroertes): plotselinge verstoring van bloedtoevoer naar
het brein (bv. door een propje).
- Het brein gebruikt 20% van alle zuurstof die we inademen en heeft dit continu nodig.
- Na een tijdje te weinig bloedtoevoer ontstaat een infarct (klein gebied dode cellen).
- Ischemie is een inadequate bloedtoevoer (bv. door veel bloedverlies).


Tumor / neoplasma: stuk weefsel dat abnormaal groeit en geen functie heeft (in het brein
vooral bij witte stof). Kwaadaardige tumoren komen vaak terug.

Degeneratieve stoornissen kunnen door genen komen (bv. Huntington) en/of door de
omgeving. Deze worden vaak bevestigd door MRI scans van specifieke gebieden.

HIV kan axonale vezels in de witte stof vernietigen, waardoor dementie ontstaat. Wellicht
zou MS ook een virus-aspect hebben (komt meer voor in warme gebieden en ontstaat soms
pas nadat buitenlanders in een gebied geweest zijn).

Traumatic brain injury (TBI) komt het meeste voor (bv. schade door een ongeluk).
- Dit kan leiden tot zwelling (edema) bij de laesie, waardoor de druk groter wordt en
ischemie kan ontstaan (of soms secundaire laesies).
- Mild TBI (mTBI) is een hersenschudding (kan ook neurodegeneratief zijn).
- TBI (en ook mTBI) kan zorgen voor diffuse axonal injury (DAI): scheuren van lang
verbindende axonen.


Bij epilepsie heeft iemand excessieve en abnormale breinactiviteit.

Single dissociatie: wanneer een laesie één taak beïnvloed (bv. praten), maar een andere
taak niet (bv. taalbegrip).
- Dit bevestigt nog niet met zekerheid dat verschillende breingebieden nodig zijn.
- Double dissociatie: wanneer laesie X taak A beperkt, maar niet taak B, en laesie Y
taak B beperkt, maar niet taak A.


Laesie-onderzoek biedt inzichten in de relatie tussen brein en gedrag. Veel aspecten worden
hierbij getest (als lezen verstoord is, kan dit bv. aan veel dingen liggen), vaak in vergelijking
met controlecondities.
- Laesies kunnen leiden tot compenserende processen.
o Apen gebruiken een arm bijvoorbeeld niet meer als de feedback hiervan is
weggehaald. Maar toen de feedback bij beide armen weg was, gebruikten ze
weer beide armen.
▪ Dat ging dus om voorkeur, niet onmogelijkheid.


2

, 3.3 - Methodes om neurale functie te verstoren
Farmacologische onderzoeken kunnen antagonisten bevatten (doen zich voor als
neurotransmitter) of agonisten (blokkeren/dempen neurotransmitters).
- Bij toediening van dopamine werd bijvoorbeeld meer geld gewonnen dan bij
demping hiervan (alleen bij win-trials, dus het gaat om de beloning).
- Bij ratten zorgde alleen blokkade van D1-receptoren voor lui gedrag, terwijl ze bij D2-
receptoren alsnog moeite deden voor een beloning (dubbele dissociatie).


Tegenwoordig helpt kennis over genen ook (bv. om te kijken of kinderen van dragers de
ziekte van Huntington krijgen).

- Om genetische componenten uit te sluiten van de omgeving worden vaak vliegen en
muizen gebruikt.
o Bepaalde genen worden gemanipuleerd zodat ze niet tot uiting komen. Het
gevolg hiervan onderzoeken heet een knockout procedure.


Door tweeling-onderzoek bleek dat kleine hippocampi een risicofactor is voor het
ontwikkelen van PTSD (hiermee werd uitgesloten dat het een gevolg zou zijn).


Deep brain stimulation (DBS): neurale activiteit moduleren door implantatie van elektrodes
in het brein (bv. basale ganglia bij Parkinson).

Optogenetica is eerder besproken (brein activeren door licht en een bepaald gen). Zo
konden bv. de snorharen van een muis bewogen worden. Dit wordt nog niet toegepast bij
mensen, maar zou voor Parkinson bepaalde interacties kunnen veranderen.

Transcranial magnetic stimulation (TMS): focale breinstimulatie vanaf de buitenzijde.

- Een magnetisch veld verandert de elektrische activiteit in neuronen.
- Soms is het effect zichtbaar (bv. handbeweging), maar soms is vergelijking met een
controleconditie nodig.1
- Repetitive TMS (rTMS) gebeurt op een lage frequentie voor 10-15 minuten (bv.
gebruikt wanneer behandeling voor depressie niet werkt).
o Continuous theta burst stimulation (cTBS) gebeurt in erg hoge frequentie
voor 40 seconden (maar onderdrukt activiteit tot wel een uur).

Transcranial direct current stimulation (tDCS): constante, lage stroom naar hersenen via
elektroden op het hoofd (werkt slechts tot een uur na stimulatie).

- Neuronen onder de anode worden gedepolariseerd (leidt eerder tot activatie).
- Onder de kathode gaat het om hyperpolarisatie (vuurt minder snel).



3

Connected book
 image
Michael Gazzaniga, Richard B. Ivry Cognitive Neuroscience
Publisher: Unknown ISBN: 9780393667813 Edition: Unknown

Document information

Study
Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
Hoofdstukken relevant voor radboud: 3, 5, 6, 7, 9, 12, 10, 13 en 11
Uploaded on
October 25, 2021
File latest updated on
October 26, 2021
Number of pages
63
Written in
2021/2022
Type
Summary
$6.56
Purchased by 22 students

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
saschaderks
4.1
(57)
Sold
379
Followers
168
Items
47
Last sold
1 week ago


Reviews from verified buyers




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions