Les 2: basisterminologie en structuur van velden
1. Bio-medisch model versus Bio-Psychosociaal model in de gezondheids- en welzijnszorg
Het biomedische model = het gangbare mensmodel in de medische wetenschap waarin ziekte wordt
gereduceerd tot een probleem in biologische processen. De arts heeft de taak
om de verstoorde processen terug te brengen tot hun oorspronkelijke
evenwicht.
=> ontstaan in 16e-17e eeuw, samen met ontstaan vd moderne wetenschap.
=> Dit model gaat uit van objectieve waarneming en falsifieerbare hypotheses, en is daarmee een
klassiek wetenschappelijk model.
1.1. Wat is het bio-psychosociaal model?
Het biopsychosociaal model= een uitbreiding van een medisch model over het menselijk
functioneren. Binnen dit model is niet alleen aandacht is voor
biomedische aspecten, maar ook voor psychologische en sociale
factoren die mede bepalend zijn voor ziekte en het genezingsproces.
=> vertrekt vanuit het systeemdenken, een geheel van interacterende processen.
2. Basisterminologie
Ambulante hulp (mobiele ondersteuning):
= de professional zoals een arts, psycholoog of verpleegkundige zich voor behandeling of
begeleiding verplaatst naar de patiënt/cliënt In andere situaties gaat de ondersteuning door in een
centrum maar de cliënt verblijft er niet.
Residentiële hulp:
, = de patiënt/cliënt tijdens zijn behandeling wel in het ziekenhuis of de verpleeginstelling
Preventieve behandeling:
= er op gericht om problemen te voorkomen door een vroegtijdige interventie.
Vb. Preventieve maatregelen bij depressie, Zorg voor een gezonde leefwijze, Beweeg voldoende
Curatieve behandeling:
= richt zich op genezing en behandeling van acute en chronische aandoeningen
Vb. Curatieve maatregelen bij depressie-Langdurige psychotherapie, Medicatie (antidepressiva),
Opname in psychiatrisch ziekenhuis
3.Eerste lijn – tweede lijn – derde lijnszorg in GGZ
=> scheiding tussen de lijnen is niet duidelijk te maken en hangt vaak af vd perceptie van de zorg door de
zorgverleners zelf
Nulde lijn: heel laagdrempelige ondersteuning – soms door vrijwilligers
Eerste lijn: basiszorg GGZ – kortdurend – ofwel doorverwijzen
Tweedelijn: gespecialiseerde hulp – na doorverwijzing
Derde lijn: sterk gespecialiseerde hulp – langdurigVierde lijn: zorg voor chronische patiënten –
palliatieve zorg
4.Gedrag onderzoeken – Gedrag beïnvloeden