Leerdoelen Recht uitwerking
hoofdstuk 1
- Functies van het recht:
- Ordening in maatschappij
- problemen oplossen en voorkomen
- sturing van gedrag
4 principes van de democratische rechtsstaat
- Legaliteitsbeginsel: is gebaseerd op wettelijke grondslag, overheidsoptreden waardoor de
burgers worden gebonden en in hun vrijheden worden beperkt.
- Machtverdeling: Trias Politica: wettelijke macht, rechterlijke macht en uitvoerende macht.
Zij mogen elkaar niet beïnvloeden. Montesqiueu heeft dit bedacht.
- Rechterlijke controle: de rol van de rechterlijke macht controleert het overheidsoptreden.
- Grondrechten: onderscheidt in: klassieke grondrechten en sociale grondrechten.
* klassieke grondrechten zijn het fundament van het menselijk bestaan, de overheid mag hier
geen inbreuk op maken.
* Sociale grondrechten: Dit mag niet worden afgedwongen. De overheid moet zorgen dat de
mens gebruik kan maken van deze rechten.
Discretionaire ruimte: De eigen invulling van de wet of regelgeving.
* dwingend recht: hiervan mag niet worden afgeweken. Het zijn rechten en plichten die
moeten worden nagekomen.
* Aanvullend recht: regels die alleen gelden als specifieke afspraken ontbreken.
Rechtsbronnen:
1. Wet- en regelgeving: Staten- generaal en regering (minister en koning). De wetten worden
gemaakt door deze twee factors. Wanneer een minister een regel invoert heet dit een
ministeriële regeling en wanneer een koning dit doet een koninklijk besluit.
2. Juristprudentie: Dit heet ook wel het rechtersrecht. De rechters zorgen ervoor dat er
algemene regels worden toegepast op individuele gevallen. HIj vult dus het recht in. Op deze
manier komt er ook recht tot stand.
3. De gewoonte: Regels die niet zijn opgenomen in de wet, maar als vanzelfsprekend worden
beschouwd. Deze zijn door de loop van tijd ontstaan.
5. De verdragen: afspraken tussen 2 of meer landen.
Hiëarchie van wet- en regelgeving:
1. Verdragen
2.Alle wetten van de hoogste wetgever. (Burgerlijk wetboek) In dit boek staan allemaal
wetsartikelen.
3. Koninklijk besluit
4. Ministeriële regeling
5. provinciale en gemeentelijke verordening.
,Privaatrecht en publiekrecht:
- Publiekrecht: regels van het uitoefenen van gezag door overheid naar burgers en andere
overheidsorganen. Indeling in: Staatsrecht: hoe wetten worden gemaakt
Bestuursrecht: Hoe besluiten worden genomen.
Strafrecht: Gedragingen die door de wetgever als strafbaar worden gesteld.
- Privaatrecht: Dit gaat over verhoudingen tussen personen of rechtspersonen
Rechterlijke instanties:
1. Hoge Raad: Kijkt of het vonnis goed is toegepast wanneer je in hoger beroep bent gegaan.
2. Gerechtshof: Wanneer één of twee partijen niet eens zijn met de uitspraak van de rechter
kun je nog eens naar het gerechtshof
3. Rechtbank: hier zitten alle kantonrechters/bestuursrechters/strafrechters.
Advocaat nodig?
- Kantonrechter: Nee
* verkeersboetes
* Huren
* geldzaken boven de 25.000 euro
- Bestuursrechter: Nee
- Civiele rechter: ja
* Bij familie zaken
- Strafrechter: Nee, maar kan wel.
Openbaarheid:
Een rechtszaak is altijd openbaar, tenzij het privé belang wordt geschaad. Bij bijvoorbeeld
echtscheidingen en jeugdzaken.
, Hoofdstuk 5
Huren: Huren is een overeenkomst waar een verhuurder zich bindt met de huurder. Een zaak
moet worden verhuurd en daar moet een tegenprestatie bij worden geleverd. Zonder
tegenprestatie geen huur!
Medehuurder: Een echtgenoot of partner is ook huurder, wanneer de andere partner het
contract heeft ondertekend. Ze zijn beide verantwoordelijk voor de huur.
Medebewoner: Overige bewoners van het huis. Hebben geen recht op huurbescherming,
tenzij zij deel maken van het duurzaam huishouden en zij het huis als hoofdwoonplaats
hebben. Zij kunnen afdwingen om medehuurder te worden:
* De huur niet meer kan worden betaald
* Zij minder dan 2 jaar in het huishouden leeft
* Zij wil als huurderschap krijgen.
Onderhuurder: Een huurder verleent het gehuurde aan iemand anders. Bij een zelfstandige
woning is dit niet toegestaan, tenzij toestemming verhuurder. Het is ook alleen toegestaan
voor een gedeelte van een zelfstandige woning waarin de huurder ook zelf woont. Het kan
echter wel contractueel worden verboden. Een illegale onderhuurder heeft soms wel recht op
huurbescherming. Het kan bijvoorbeeld wel in een leegstandhuis, dan is echter wel een
vergunning bij de gemeente nodig.
Huurverlaging:
Kan worden gevraagd bij een renovatie en onderhoudsgebreken.
Huurverhoging:
- Ieder jaar mag de verhuurder de huur verhogen.
- Bij renoveren mag een verhuurder de huur verhogen, indien een redelijk voorstel van een
geleidelijke overgang van huur.
Veranderingen wel en niet in woning:
* De huurder heeft klusrecht
- Herstel bij vertrek
- Geen ingrijpende veranderingen
- Recht op vergoeding
Verplichtingen huurder en verhuurder:
* Verhuurder:
- Verhuren
- Herstel en onderhoudsplicht bij grote gebreken
* Huurder:
- Tegenprestatie leveren
- Herstelplicht bij kleine dingen en meldplicht bij gebreken
- Zaak gebruiken volgens afspraak
hoofdstuk 1
- Functies van het recht:
- Ordening in maatschappij
- problemen oplossen en voorkomen
- sturing van gedrag
4 principes van de democratische rechtsstaat
- Legaliteitsbeginsel: is gebaseerd op wettelijke grondslag, overheidsoptreden waardoor de
burgers worden gebonden en in hun vrijheden worden beperkt.
- Machtverdeling: Trias Politica: wettelijke macht, rechterlijke macht en uitvoerende macht.
Zij mogen elkaar niet beïnvloeden. Montesqiueu heeft dit bedacht.
- Rechterlijke controle: de rol van de rechterlijke macht controleert het overheidsoptreden.
- Grondrechten: onderscheidt in: klassieke grondrechten en sociale grondrechten.
* klassieke grondrechten zijn het fundament van het menselijk bestaan, de overheid mag hier
geen inbreuk op maken.
* Sociale grondrechten: Dit mag niet worden afgedwongen. De overheid moet zorgen dat de
mens gebruik kan maken van deze rechten.
Discretionaire ruimte: De eigen invulling van de wet of regelgeving.
* dwingend recht: hiervan mag niet worden afgeweken. Het zijn rechten en plichten die
moeten worden nagekomen.
* Aanvullend recht: regels die alleen gelden als specifieke afspraken ontbreken.
Rechtsbronnen:
1. Wet- en regelgeving: Staten- generaal en regering (minister en koning). De wetten worden
gemaakt door deze twee factors. Wanneer een minister een regel invoert heet dit een
ministeriële regeling en wanneer een koning dit doet een koninklijk besluit.
2. Juristprudentie: Dit heet ook wel het rechtersrecht. De rechters zorgen ervoor dat er
algemene regels worden toegepast op individuele gevallen. HIj vult dus het recht in. Op deze
manier komt er ook recht tot stand.
3. De gewoonte: Regels die niet zijn opgenomen in de wet, maar als vanzelfsprekend worden
beschouwd. Deze zijn door de loop van tijd ontstaan.
5. De verdragen: afspraken tussen 2 of meer landen.
Hiëarchie van wet- en regelgeving:
1. Verdragen
2.Alle wetten van de hoogste wetgever. (Burgerlijk wetboek) In dit boek staan allemaal
wetsartikelen.
3. Koninklijk besluit
4. Ministeriële regeling
5. provinciale en gemeentelijke verordening.
,Privaatrecht en publiekrecht:
- Publiekrecht: regels van het uitoefenen van gezag door overheid naar burgers en andere
overheidsorganen. Indeling in: Staatsrecht: hoe wetten worden gemaakt
Bestuursrecht: Hoe besluiten worden genomen.
Strafrecht: Gedragingen die door de wetgever als strafbaar worden gesteld.
- Privaatrecht: Dit gaat over verhoudingen tussen personen of rechtspersonen
Rechterlijke instanties:
1. Hoge Raad: Kijkt of het vonnis goed is toegepast wanneer je in hoger beroep bent gegaan.
2. Gerechtshof: Wanneer één of twee partijen niet eens zijn met de uitspraak van de rechter
kun je nog eens naar het gerechtshof
3. Rechtbank: hier zitten alle kantonrechters/bestuursrechters/strafrechters.
Advocaat nodig?
- Kantonrechter: Nee
* verkeersboetes
* Huren
* geldzaken boven de 25.000 euro
- Bestuursrechter: Nee
- Civiele rechter: ja
* Bij familie zaken
- Strafrechter: Nee, maar kan wel.
Openbaarheid:
Een rechtszaak is altijd openbaar, tenzij het privé belang wordt geschaad. Bij bijvoorbeeld
echtscheidingen en jeugdzaken.
, Hoofdstuk 5
Huren: Huren is een overeenkomst waar een verhuurder zich bindt met de huurder. Een zaak
moet worden verhuurd en daar moet een tegenprestatie bij worden geleverd. Zonder
tegenprestatie geen huur!
Medehuurder: Een echtgenoot of partner is ook huurder, wanneer de andere partner het
contract heeft ondertekend. Ze zijn beide verantwoordelijk voor de huur.
Medebewoner: Overige bewoners van het huis. Hebben geen recht op huurbescherming,
tenzij zij deel maken van het duurzaam huishouden en zij het huis als hoofdwoonplaats
hebben. Zij kunnen afdwingen om medehuurder te worden:
* De huur niet meer kan worden betaald
* Zij minder dan 2 jaar in het huishouden leeft
* Zij wil als huurderschap krijgen.
Onderhuurder: Een huurder verleent het gehuurde aan iemand anders. Bij een zelfstandige
woning is dit niet toegestaan, tenzij toestemming verhuurder. Het is ook alleen toegestaan
voor een gedeelte van een zelfstandige woning waarin de huurder ook zelf woont. Het kan
echter wel contractueel worden verboden. Een illegale onderhuurder heeft soms wel recht op
huurbescherming. Het kan bijvoorbeeld wel in een leegstandhuis, dan is echter wel een
vergunning bij de gemeente nodig.
Huurverlaging:
Kan worden gevraagd bij een renovatie en onderhoudsgebreken.
Huurverhoging:
- Ieder jaar mag de verhuurder de huur verhogen.
- Bij renoveren mag een verhuurder de huur verhogen, indien een redelijk voorstel van een
geleidelijke overgang van huur.
Veranderingen wel en niet in woning:
* De huurder heeft klusrecht
- Herstel bij vertrek
- Geen ingrijpende veranderingen
- Recht op vergoeding
Verplichtingen huurder en verhuurder:
* Verhuurder:
- Verhuren
- Herstel en onderhoudsplicht bij grote gebreken
* Huurder:
- Tegenprestatie leveren
- Herstelplicht bij kleine dingen en meldplicht bij gebreken
- Zaak gebruiken volgens afspraak