BASISBEGRIPPEN VAN RECHT
FEEDBACK TWEEDE ZIT 2020
VRAAG 1 (5 P.)
In de loop van november 2019 rijst een geschil tussen de VZW
Samen (met zetel te 9000 Gent aan de Burgstraat 210) en de NV
Pen&Papier (met zetel te 2000 Antwerpen, aan de Vlaamse Kaai
172) over een levering van papierwaren voor een bedrag van €
2.600,00 door de NV Pen&Papier. Volgens de VZW Samen voldoen
de geleverde waren niet aan de tussen partijen contractueel
afgesproken kwaliteitsnormen.
De omstreden levering gebeurde in het kader van een tussen
partijen in 2015 afgesloten raamcontract, waarin die
kwaliteitsnormen precies staan omschreven. Dit contract voorziet
dat, voor elke betwisting waartoe de uitvoering van het contract
aanleiding kan geven, uitsluitend de rechtbanken van het
gerechtelijk arrondissement Antwerpen bevoegd zijn.
De VZW Samen gaat over tot dagvaarding van de NV Pen&Papier.
Zij vordert de terugbetaling van de door haar voor de betrokken
We beginnen met de hoofdvraag (vraag 1) die op 5 punten van de 20
stond. Je weet 20 punten voor de openvragen die dan in de definitieve
eindscore herleid zijn naar 10 dus de openvragen die we hier nu
behandelen die vertegenwoordigen eigenlijk de helft van de totale
examenscore. En de meerkeuzevragen ook.
Als we die casus bekijken dan zie je dat het eigenlijk gaat over een geschil
tussen rechtspersonen (VZW Samen en de NV Pen&Papier). En het gaat
eigenlijk over niet-conforme levering van papier. En dan zie je daar in die
tweede alinea staan dat er een raamcontract is en dat dit contract voorziet
dat elke betwisting waartoe de uitvoering van het contract aanleiding kan
geven dat daarvoor uitsluitend de rechtbanken van het gerechtelijke
arrondissement Antwerpen bevoegd zijn. Dat is eigenlijk wat we noemen
een bevoegdheidsovereenkomst. Er is een geschil dat aanleiding geeft tot
een geding want de VZW Samen gaat over tot dagvaarding en vordert de
terugbetaling van een factuur van 2600 euro (dat staat in de gegevens).
1
,VRAAG 1A
A. Welk rechtscollege is materieel en territoriaal bevoegd om kennis te nemen van
de vordering van de VZW Samen? Motiveer en verwijs naar de relevante
bepaling(en) uit het Gerechtelijk Wetboek en, zo nodig, ook uit andere wetboeken.
Eerste vraag is dan: welk rechtscollege is materieel en territoriaal bevoegd
om kennis te nemen van de vordering? Dus in die vraagstelling zie je
eigenlijk al dat er 2 onderdelen van antwoord vereist worden (de materieel
bevoegde rechtbank en de territoriaal bevoegde rechtbank vragen we).
Dan moet je ook u antwoord motiveren en verwijzen naar de relevante
bepaling of bepalingen dus het kunnen er meer zijn uit het gerechtelijk
wetboek en zo ook uit andere wetboeken en dat laatste was natuurlijk al
een nuttige tip.
Want, wat is hier het modelantwoord? Zowel de eisende partij en dat is
dus de VZW Samen als de gedaagde partij de NV Pen&Papier die
kwalificeren als onderneming in de zin van artikel Romeinse 1 PUNT
Arabische 1 KOMMA ten eerste van het wetboek van economisch
recht. Dat idee dat die VZW en die NV ondernemingen zijn in de zin van
het wetboek economisch recht daar konden jullie al een half punt mee
verdienen. En op dit onderdeel dus onderdeel A van vraag 1 daar stonden
in totaal anderhalf punt op.
Tweede element van het antwoord: we zijn nog altijd op zoek naar de
materieel bevoegde rechtbank en dat is de ondernemingsrechtbank en
daarvoor moest je verwijzen naar artikel 573 ten eerste van het
gerechtelijk wetboek. Dus de ondernemingsrechtbank is materieel
bevoegd wanneer allebei het geschil betrokken partijen de hoedanigheid
van onderneming bezitten en dat is hier zo. Het gehele
ondernemingscontentieux zonder beperking ratione summae valt onder de
bevoegdheid van de ondernemingsrechtbank. De vrederechter is niet
langer bevoegd voor kleine ondernemingsgeschillen met een waarde van
minder dan 5000 euro (dat was vroeger zo maar dat is nu niet meer zo).
Dus zonder enige twijfel is het alleen de ondernemingsrechtbank die
bevoegd is. En op die elementen materieel bevoegde rechtbank daar
stond eigenlijk een half punt op.
Dan moest je natuurlijk ook nog de territoriaal bevoegde rechtbank geven.
En hier moest er verwezen worden naar die bevoegdheidsovereenkomst.
En daarin staat dat het de ondernemingsrechtbank Antwerpen afdeling
Antwerpen is dus er is hier een bevoegdheidsovereenkomst en op basis
van het contractenrecht artikel 1134 BW is die
bevoegdheidsovereenkomst bindend. En waarom kan dat? Dat kan en dat
bindend karakter volgt uit het feit dat die territoriale
bevoegdheidsregeling in de regel vreemd is aan de openbare orde van
2
, suppletief/van aanvullend recht is zodat de partijen eigenlijk vrij mogen
afwijken wat ze hier in dit geval gedaan hebben van de in het gerechtelijk
wetboek vervatte territoriale bevoegdheidsregels.
Dus dat de ondernemingsrechtbank Antwerpen bevoegd is op basis van
die bevoegdheidsovereenkomst en dat die territoriale
bevoegdheidsregeling van suppletief recht is en dat daarom die
bevoegdheidsovereenkomst geldig is daar stond ook een half punt op.
Dus 2 keer een half punt is 1 punt natuurlijk maar vraag 1 stond eigenlijk
in totaal op anderhalf punt want er werd al een half punt toegekend op die
kwalificatie als onderneming (dat was al voldoende om een half punt te
krijgen) en dan ondernemingsrechtbank is materieel bevoegd krachtens
573 ten eerste zonder beperking ratione summae daar stond ook een
half punt op. Dus voor het onderdeel A was er eigenlijk anderhalf punt te
verdienen. Voor de territoriale bevoegdheidsregeling een half punt,
ondernemingsrechtbank een half punt en die kwalificatie als onderneming
ook een half punt.
Hoe hebben jullie dat daarvan afgebracht als we de antwoorden globaal
samennemen? Redelijk wat studenten zaten in de goeie richting maar
weinigen hebben al die gewenste elementen waarop dus fracties van
punten stonden vermeld. Heel wat onder u vergeten gewoon hun
antwoord toe te lichten en dat zit wel in de vraagstelling natuurlijk hé
(motiveer en verwijs naar .. dat vereist dus een toelichting). Je moest
echt vermelden dat zowel de NV als de VZW allebei ondernemingen zijn
met verwijzing naar het wetsartikel.
Sommigen onder u hebben zich inderdaad laten vangen door het lage
bedrag van de vordering 2600 euro en hebben daardoor voor de
vrederechter gekozen (wat dus niet meer juist is in de huidige stand van
het recht).
Velen onder u hebben ook de gemeenrechtelijke regels inzake territoriale
bevoegdheid toegepast terwijl er hier wel degelijk een
bevoegdheidsbeding was (daar kunnen we natuurlijk ook geen punten
voor geven).
Wat mij wel is opgevallen is dat veel studenten het bevoegdheidsbeding
wel hebben opgemerkt maar dat jullie schrijven dat dat
bevoegdheidsbeding enkel geldig is omdat het in lijn ligt met de
territoriale bevoegdheidsregel in het gerechtelijk wetboek namelijk artikel
624 van het gerechtelijk wetboek maar dat is een verkeerde uitleg!
Het bevoegdheidsbeding is geldig omdat de territoriale bevoegdheid van
aanvullend recht is maar NIET omdat het in lijn ligt met artikel 624 van
het gerechtelijk wetboek want daar kan dus van afgeweken worden.
Dus voor die redenering hebben we geen punten gegeven want die is
eigenlijk volledig fout.
3
FEEDBACK TWEEDE ZIT 2020
VRAAG 1 (5 P.)
In de loop van november 2019 rijst een geschil tussen de VZW
Samen (met zetel te 9000 Gent aan de Burgstraat 210) en de NV
Pen&Papier (met zetel te 2000 Antwerpen, aan de Vlaamse Kaai
172) over een levering van papierwaren voor een bedrag van €
2.600,00 door de NV Pen&Papier. Volgens de VZW Samen voldoen
de geleverde waren niet aan de tussen partijen contractueel
afgesproken kwaliteitsnormen.
De omstreden levering gebeurde in het kader van een tussen
partijen in 2015 afgesloten raamcontract, waarin die
kwaliteitsnormen precies staan omschreven. Dit contract voorziet
dat, voor elke betwisting waartoe de uitvoering van het contract
aanleiding kan geven, uitsluitend de rechtbanken van het
gerechtelijk arrondissement Antwerpen bevoegd zijn.
De VZW Samen gaat over tot dagvaarding van de NV Pen&Papier.
Zij vordert de terugbetaling van de door haar voor de betrokken
We beginnen met de hoofdvraag (vraag 1) die op 5 punten van de 20
stond. Je weet 20 punten voor de openvragen die dan in de definitieve
eindscore herleid zijn naar 10 dus de openvragen die we hier nu
behandelen die vertegenwoordigen eigenlijk de helft van de totale
examenscore. En de meerkeuzevragen ook.
Als we die casus bekijken dan zie je dat het eigenlijk gaat over een geschil
tussen rechtspersonen (VZW Samen en de NV Pen&Papier). En het gaat
eigenlijk over niet-conforme levering van papier. En dan zie je daar in die
tweede alinea staan dat er een raamcontract is en dat dit contract voorziet
dat elke betwisting waartoe de uitvoering van het contract aanleiding kan
geven dat daarvoor uitsluitend de rechtbanken van het gerechtelijke
arrondissement Antwerpen bevoegd zijn. Dat is eigenlijk wat we noemen
een bevoegdheidsovereenkomst. Er is een geschil dat aanleiding geeft tot
een geding want de VZW Samen gaat over tot dagvaarding en vordert de
terugbetaling van een factuur van 2600 euro (dat staat in de gegevens).
1
,VRAAG 1A
A. Welk rechtscollege is materieel en territoriaal bevoegd om kennis te nemen van
de vordering van de VZW Samen? Motiveer en verwijs naar de relevante
bepaling(en) uit het Gerechtelijk Wetboek en, zo nodig, ook uit andere wetboeken.
Eerste vraag is dan: welk rechtscollege is materieel en territoriaal bevoegd
om kennis te nemen van de vordering? Dus in die vraagstelling zie je
eigenlijk al dat er 2 onderdelen van antwoord vereist worden (de materieel
bevoegde rechtbank en de territoriaal bevoegde rechtbank vragen we).
Dan moet je ook u antwoord motiveren en verwijzen naar de relevante
bepaling of bepalingen dus het kunnen er meer zijn uit het gerechtelijk
wetboek en zo ook uit andere wetboeken en dat laatste was natuurlijk al
een nuttige tip.
Want, wat is hier het modelantwoord? Zowel de eisende partij en dat is
dus de VZW Samen als de gedaagde partij de NV Pen&Papier die
kwalificeren als onderneming in de zin van artikel Romeinse 1 PUNT
Arabische 1 KOMMA ten eerste van het wetboek van economisch
recht. Dat idee dat die VZW en die NV ondernemingen zijn in de zin van
het wetboek economisch recht daar konden jullie al een half punt mee
verdienen. En op dit onderdeel dus onderdeel A van vraag 1 daar stonden
in totaal anderhalf punt op.
Tweede element van het antwoord: we zijn nog altijd op zoek naar de
materieel bevoegde rechtbank en dat is de ondernemingsrechtbank en
daarvoor moest je verwijzen naar artikel 573 ten eerste van het
gerechtelijk wetboek. Dus de ondernemingsrechtbank is materieel
bevoegd wanneer allebei het geschil betrokken partijen de hoedanigheid
van onderneming bezitten en dat is hier zo. Het gehele
ondernemingscontentieux zonder beperking ratione summae valt onder de
bevoegdheid van de ondernemingsrechtbank. De vrederechter is niet
langer bevoegd voor kleine ondernemingsgeschillen met een waarde van
minder dan 5000 euro (dat was vroeger zo maar dat is nu niet meer zo).
Dus zonder enige twijfel is het alleen de ondernemingsrechtbank die
bevoegd is. En op die elementen materieel bevoegde rechtbank daar
stond eigenlijk een half punt op.
Dan moest je natuurlijk ook nog de territoriaal bevoegde rechtbank geven.
En hier moest er verwezen worden naar die bevoegdheidsovereenkomst.
En daarin staat dat het de ondernemingsrechtbank Antwerpen afdeling
Antwerpen is dus er is hier een bevoegdheidsovereenkomst en op basis
van het contractenrecht artikel 1134 BW is die
bevoegdheidsovereenkomst bindend. En waarom kan dat? Dat kan en dat
bindend karakter volgt uit het feit dat die territoriale
bevoegdheidsregeling in de regel vreemd is aan de openbare orde van
2
, suppletief/van aanvullend recht is zodat de partijen eigenlijk vrij mogen
afwijken wat ze hier in dit geval gedaan hebben van de in het gerechtelijk
wetboek vervatte territoriale bevoegdheidsregels.
Dus dat de ondernemingsrechtbank Antwerpen bevoegd is op basis van
die bevoegdheidsovereenkomst en dat die territoriale
bevoegdheidsregeling van suppletief recht is en dat daarom die
bevoegdheidsovereenkomst geldig is daar stond ook een half punt op.
Dus 2 keer een half punt is 1 punt natuurlijk maar vraag 1 stond eigenlijk
in totaal op anderhalf punt want er werd al een half punt toegekend op die
kwalificatie als onderneming (dat was al voldoende om een half punt te
krijgen) en dan ondernemingsrechtbank is materieel bevoegd krachtens
573 ten eerste zonder beperking ratione summae daar stond ook een
half punt op. Dus voor het onderdeel A was er eigenlijk anderhalf punt te
verdienen. Voor de territoriale bevoegdheidsregeling een half punt,
ondernemingsrechtbank een half punt en die kwalificatie als onderneming
ook een half punt.
Hoe hebben jullie dat daarvan afgebracht als we de antwoorden globaal
samennemen? Redelijk wat studenten zaten in de goeie richting maar
weinigen hebben al die gewenste elementen waarop dus fracties van
punten stonden vermeld. Heel wat onder u vergeten gewoon hun
antwoord toe te lichten en dat zit wel in de vraagstelling natuurlijk hé
(motiveer en verwijs naar .. dat vereist dus een toelichting). Je moest
echt vermelden dat zowel de NV als de VZW allebei ondernemingen zijn
met verwijzing naar het wetsartikel.
Sommigen onder u hebben zich inderdaad laten vangen door het lage
bedrag van de vordering 2600 euro en hebben daardoor voor de
vrederechter gekozen (wat dus niet meer juist is in de huidige stand van
het recht).
Velen onder u hebben ook de gemeenrechtelijke regels inzake territoriale
bevoegdheid toegepast terwijl er hier wel degelijk een
bevoegdheidsbeding was (daar kunnen we natuurlijk ook geen punten
voor geven).
Wat mij wel is opgevallen is dat veel studenten het bevoegdheidsbeding
wel hebben opgemerkt maar dat jullie schrijven dat dat
bevoegdheidsbeding enkel geldig is omdat het in lijn ligt met de
territoriale bevoegdheidsregel in het gerechtelijk wetboek namelijk artikel
624 van het gerechtelijk wetboek maar dat is een verkeerde uitleg!
Het bevoegdheidsbeding is geldig omdat de territoriale bevoegdheid van
aanvullend recht is maar NIET omdat het in lijn ligt met artikel 624 van
het gerechtelijk wetboek want daar kan dus van afgeweken worden.
Dus voor die redenering hebben we geen punten gegeven want die is
eigenlijk volledig fout.
3