• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 3 van de 5 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Portaal

Document preview thumbnail
Voorbeeld 3 van de 5 pagina's

Hoofdstuk 2, 4 en 9.

Voorbeeld van de inhoud

Hoofdstuk 2
TAALVERWERVING

2.1 Taalverwerving via spreken en luisteren
Vooral de eerste levensjaren zijn belangrijk voor een goede taalverwerving. Het
latere schoolsucces wordt bepaald door de mate waarin kinderen thuis en in de
eerste jaren van de basisschool gestimuleerd zijn om taal te gebruiken.

Er zijn verschillende visies op taalverwerving. Bij de eerste taalverwerving
worden er vier visies onderscheiden. Bij de tweedetaalverwerving worden er ook
vier visies onderscheiden.

A. Eerste taalverwerving B. Tweede taalverwerving
 Behaviorisme / Leertheorie  Interferentietheorie
 Nativisme  Universalistische theorie
 Interactionele benadering  Interactionele benadering
 Nieuw onderzoek  Tweetalige opvoeding

A. Eerste taalverwerving
Behaviorisme: kinderen leren een taal door imitatie van de opvoeders,
positieve feedback van de opvoeders en beloning in
waardering.
Nativisme: kinderen hebben een aangeboren
taalleervermogen. Ze bedenken zelf woorden en stellen
regels op uit taal die ze al gehoord hebben.
Interactionele benadering: kinderen hebben een aangeboren
taalleervermogen dat zij alleen kunnen ontwikkelen
wanneer het taalaanbod voldoende is.
Nieuw onderzoek: kinderen generaliseren concrete waarnemingen.
Kinderen herkennen algemene patronen in de taal die zij
om zich heen horen, mits het taalaanbod voldoende
is.

B. Tweede taalverwerving
Interferentietheorie: kinderen leren een tweede taal door woorden en zinnen
uit zijn moedertaal te vertalen naar de tweede taal.
Hierdoor ontstaan interferentiefouten omdat de
moedertaal bijvoorbeeld geen lidwoorden kent.
‘’Daar staat stoel’’ i.p.v. ‘’Daar staat een stoel’’
Universalistische theorie: kinderen die het Nederlands als tweede taal
leren, maken dezelfde fouten als de Nederlandse
kinderen. Beide kinderen zullen op een gegeven moment
‘’hij loopte’’ zeggen, en ‘’twee paards’’.
Interactionele benadering: de nadruk wordt gelegd op het aanbod, de
interactie en de feedback die voor het leren van het
Nederlands als tweede taal nodig zijn.
Tweetalige opvoeding: de ouders van de kinderen kiezen er bewust voor
om hun kind tweetalig op te voeden. Het aanbod
en de verwerving van beide talen lopen parallel.

Fasen in de taalverwerving
 Prelinguale periode: non-verbale communicatie, vocaliseren,
omgevingsinvloed en
(0 – 1 jaar) brabbelen.

,  Vroeglinguale periode: als het kind een jaar is, komen de eerste
woordjes en start de
(1 – 2,5 jaar) eenwoordsfase. Als het kind anderhalf jaar is, kent het
ongeveer 50 woorden en start de twee- en
meerwoordsfase.
 Differentiatie periode: uitbreiding van de vaardigheden meervoud,
werkwoorden en
(2,5 – 5 jaar) verkleinwoorden. Pragmatisch aspect van taal gaat een
rol spelen.
 Voltooiingfase: uitbouw van alle eerder ingezette processen.
Taalontwikkeling vanuit (vanaf 5 jaar) school en netwerken van
woorden worden aangelegd.

Kenmerken taalontwikkeling
 Fonologisch component (klanken)
 Morfologisch component (opbouw van woorden)
 Semantisch component (betekenis)
 Syntactisch component (zinsopbouw)
 Pragmatisch component (sociale gebruik van taal)

Factoren die taalverwerving beïnvloeden
 Taalachterstand (minder ontwikkeld in taal dan gemiddeld)
 Taalfamilies (anderstalig thuis)
 Individuele factoren (intelligentie, motivatie, taalgevoel,
sociaal-emotioneel)
 Omgevingsfactoren (samenstelling van het gezin, taalaanbod
thuis)

2.2 Taalverwerving via lezen en schrijven
Thuis kan het kind in aanraking komen met boeken door het taalaanbod van de
ouders. Ook op school leert het kind lezen en schrijven.

, Hoofdstuk 4
WOORDENSCHATONDERWIJS

4.1 Achtergrondkennis
De woorden die je in de directe thuissituatie gebruikt, noemen we omgangstaal.
Op school leren kinderen ook omgangstaal, maar hun woordkennis moet hier
uitgebreider zijn. Onder woordenschat worden een hoop punten verstaan:
 Alle woorden van een bepaalde taal
 Alle woorden die een persoon van een bepaalde taal kent
 Actieve woordenschat: alle woorden die iemand zelf spreekt of
schrijft
 Passieve woordenschat: alle woorden die iemand kan begrijpen
 Lijst van alle woorden die in een bepaalde tekst voorkomen
 Boek met een verzameling van woorden en spreekwijzen

Vormaspecten: in welke vormen woordsoorten voor kunnen
komen
 Samenstellingen (brood-rooster, tafel-poot)
 Afleidingen (on-juist, pracht-ig)
 Vervoegingen (werk-t, ge-wandel-d)
 Verbuigingen (mooi-e, leuk-st)
 Meer-woord-woorden (verliefd zijn op, een vraag stellen)
 Idioom (gezegden, uitdrukkingen)

Betekenisaspecten: de manier waarop woorden ingedeeld worden op
betekenis
 Concreet (inhoud is te koppelen aan een visueel beeld  stoel,
lopen)
 Abstract (inhoud moet omschreven worden  verdriet, lucht)
 Letterlijk (er wordt bedoeld wat er gezegd wordt)
 Figuurlijk (deze kunnen op verschillende manieren
geïnterpreteerd worden)
 Inhoudswoorden (bouwstenen van een zin, de betekenis staat in het
woordenboek)
 Functiewoorden (cement van een zin waardoor er relaties ontstaan
tussen woorden)
 Dagelijkse woorden (woorden van thuis die je elke dag een paar keer
gebruikt)
 Schooltaalwoorden(woorden van vakken op school of woorden van leren op
school)

Relatie tussen vorm
en betekenis: vorm en woord hebben een relatie die afhankelijk
is van de afspraken binnen een taal over woorden.
(zorgvuldig - onzorgvuldig, werk - werkte)

Mentale lexicon: woorden worden in netwerken in het geheugen
opgeslagen. In deze netwerken staan woorden die bij
elkaar passen. Hierin wordt ook opgeslagen hoe je een
woord moet gebruiken in een zin, hoe het woord kan
worden verbogen of vervoegd en hoe het woord gespeld moet
worden.

Gekoppeld boek
 image
Harry Paus, Sylvia Bacchini Portaal
Uitgever: april 2010 ISBN: 9789046901953 Druk: 3

Documentinformatie

Studie
Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Hoofdstuk 2, 4 en 9.
Geüpload op
20 januari 2015
Aantal pagina's
5
Geschreven in
2013/2014
Type
Samenvatting
$5.17

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
irisgroot
3.6
(39)
Verkocht
200
Volgers
166
Items
4
Laatst verkocht
3 jaar geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen