Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 99 pages
Exam (elaborations)

Virologie - opgeloste examenvragen

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 99 pages

Dit document bevat alle opgeloste examenvragen die kunnen gesteld worden op het examen virologie dat behoort tot het OPO algemene microbiologie dat wordt gedoceerd door professor J. Neyts.

Content preview

1 Bespreek de opbouw en classificatie van virussen en illustreer dit
telkens met enkele voorbeelden.

Opbouw

Virussen zijn opgebouwd uit
• Proteïnen
• Nucleïnezuren

En worden omgeven door een enveloppe " enkel bij dierlijke virussen

Capside
Het virus bevat een capside dat bestaat uit capsomeren en heeft verschillende vormen
• Icosahedraal
Bestaat uit 12 pentons en een variabel aantal hexons
o Klein virus " weinig hexons
o Groot virus " veel hexons
Voorbeeld herpes, picorna, …
• Helicaal
Voorbeeld ebola, influenza, …
• Complexe vorm
Voorbeeld pox


Enveloppe
Bevindt zich rond het capside en bevat spikes
FUNCTIE aanhechting van het virus aan de cellen

Indien er geen enveloppe aanwezig is spreken we van een naakt virus

Genetisch materiaal
Het genetisch materiaal van een virus kan zowel RNA als DNA zijn

DNA genoom
• dsDNA (herpesvirus)
• ssDNA (parvovirus B19)
• partieel dsDNA (HBV)
• circulair dsDNA (HPV)

RNA genoom
• dsRNA (rotavirus)
• ssRNA (mazelenvirus)

,Er zijn 2 soorten enkelstrengige RNAs
Positive strand
RNA dat in capside van virus zit kan bij het binnenkomen in de cel direct worden vertaald in
een eiwit t.h.v. het ribosoom

Negative strand
RNA dat in capside van virus zit kan bij het binnenkomen in de cel niet direct worden
overgeschreven in eiwitten
DUS -RNA moet eerst worden omgezet tot +RNA
DAN pas kan er van dit +RNA eiwitten worden gemaakt


Classificatie
Volgens het international committee taxonomy of viruses (ICTV) kunnen virussen als volgt
geclassificeerd worden



Taxonomisch niveau Suffix Voorbeeld



Orde -virales Mononegavirales

Familie -viridae Paramyxoviridae

Subfamilie -virinae Paramyxovirinae

Genus -virus Morbillivirus

Species Mazelen virus

,2 Bespreek de verschillende mogelijke routes van transmissie van
vriussen en illustreer telkens aan de hand van voorbeelden.
• Orale transmissie
HOE via besmet voedsel en drinken, via speeksel
Enterovirus, rotavirus

• Druppelinfectie
HOE inademing
WAT respiratoire virussen

• Direct huidcontact
Papillomavirus

• Faeco-oraal
HAV, polio

• Directe inenting
HOE injecties, trauma’s en insectenbeten
o Via bloed (HIV, HBV)
o Via dieren (gele koorts, rabies)

• Seksuele transmissie
Papillomavirus, HIV, HSV-2

• Transplacentaal
HOE via placenta
Cytomegalovirus, rubellavirus

• Perinataal
HOE via geïnfecteerd geboortekanaal
Herpes

• Postnataal
HOE via moedermelk of direct contact
Herpes, HBV

, 3 Bespreek (aan de hand van schetsen) het genoom en de
replicatiecyclus van herpesvirussen.
Het herpesvirus is
• icosahedraal
• bevat een enveloppe met spikes



Herpes virus heeft een lineair dubbelstrengig DNA genoom (± 160 genen) dat bestaat uit
• Box (repetitieve sequenties)
• US (korte unieke sequenties)
• UL (lange unieke sequenties)

Replicatiecyclus

• Virus bevat envelope met spikes
• Virus maakt met spikes contact met receptoren op het oppervlak van de cel
• Celmembraan en membraan van het virus versmelten met elkaar
• Capside en matrixeiwitten komen terecht in cytoplasma door uncoating
• Caspide beweegt zich naar de celkern en gaat zijn DNA vrijzetten in de kern
• Lineair DNA gaat circulariseren
• Direct early mRNA wordt aangemaakt in de kern en gaat naar cytoplasma
• Direct ealry mRNA wordt vertaald in direct early eiwitten
• Direct early eiwitten zorgen voor efficiënte transcriptie in de kern
• Early mRNA wordt aangemaakt in de kern en gaat naar cytoplasma
• Early mRNA wordt vertaald in vroege eiwitten
• Vroege eiwitten zorgen voor efficiënte transcriptie in de kern
• Late mRNA wordt aangemaakt in de kern en gaat naar cytoplasma
• Late mRNA wordt vertaald in late eiwitten
• Late eiwitten gaan terug naar de kern en worden samen met DNA streng verpakt tot
een nieuwe partikel
• Op het kernmembraan worden spikes gevormd en treedt het partikel uit via budding
• T.h.v. plasmamembraan treedt er opnieuw budding op


Direct early eiwitten = transcriptiefactoren
Early eiwitten = polymerase
Late eiwitten = structurele eiwitten (aanmaak capisde, spikes, matrix, …)

Document information

Study
Uploaded on
September 13, 2021
Number of pages
99
Written in
2020/2021
Type
Exam (elaborations)
Contains
Questions & answers
$37.03

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
THKkul
4.4
(19)
Sold
100
Followers
47
Items
20
Last sold
3 months ago

Reviews from verified buyers

4 year ago

Very complete and easy to learn!

Thank you! Good luck with your exam!




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can immediately select a different document that better matches what you need.

Pay how you prefer, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card or EFT and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions