STRAFRECHT
LES CASUS : PRAKTISCHE TOEPASSING VAN DE STRAFTOEMETING
Het is een bijzondere les.
Het is een eerste kennismaking met de toepassing van het strafrecht in de
praktijk. Meer bepaald de regels inzake de straftoemeting.
Er zal jullie gevraagd worden om te zoeken naar een minimum- en
maximumstraf die door de rechter kan opgelegd worden voor een
welbepaald gepleegd misdrijf. De misdrijven die daarbij aan bod komen
zijn wanbedrijven en misdaden, dus geen overtredingen.
De bevoegde rechtbanken dus waarvoor jullie de toepasselijke straf zullen
moeten bepalen zijn de correctionele rechtbank en het Hof van assisen.
Er zal gewerkt worden aan de hand van een aantal casussen, een aantal
concrete voorbeelden die gebaseerd zijn op “in het echte gebeurde zaken”
waarbij telkens ook een aantal hypotheses zullen gegeven worden. Is er
een poging, is er geen poging? Is er herhaling, is er geen herhaling?
Belangrijk om te onthouden en mee te nemen in de verdere uiteenzetting
is dat het strafwetboek een niet welbepaalde volgorde biedt om de
principes inzake de straftoemeting toe te passen. Het strafwetboek biedt
het basiskader, biedt een aantal principes maar de manier waarop die
principes toegepast worden, de manier waarop de bepalingen en de
volgorde waarin de bepalingen moeten toegepast worden, staat niet
beschreven in het strafwetboek en ook niet in het handboek strafrecht.
Dat is dus eigenlijk een weliswaar logische volgorde maar een volgorde die
moet aangeleerd worden aan de hand van een combinatieschema.
We zullen dus aan de hand van het combinatieschema, aan de hand van
die specifieke volgorde een aantal casussen behandelen waarbij gekeken
zal worden naar wat de toepasselijke bepaling is en wat de uitkomst is van
die bepaling, wat de invloed is van die bepaling op de strafmaat.
Het is dus essentieel dat deze les/ deze uiteenzetting gevolgd wordt aan
de hand van het strafwetboek.
Het combinatieschema. Dit is het overzicht van de verschillende stappen
die moeten gevolgd worden om uiteindelijk te komen tot het resultaat
namelijk de toepasselijke strafmaat.
Ik overloop even de essentie.
De eerste stap is een essentiële stap, dat is de kwalificatie.
1
,Dat is een stap waar jullie best voldoende tijd aan besteden. Want als deze
stap fout is , dan zal je in de volgende stappen met verkeerde artikelen ,
met een verkeerde strafmaat aan de slag gaan.
De bedoeling is om bij de kwalificatie altijd te zoeken naar het basismidrijf.
Bv. slagen en verwondingen en dan te kijken of er geen verzwarende
omstandigheden aanwezig zijn. Of jullie in de casus of het feitencomplex
geen verzwarende omstandigheden bespeuren die uiteraard invloed zullen
hebben om de toepasselijke strafmaat voor dat basismidrijf.
Het is ook mogelijk dat de casus meerdere misdrijven bepaald, in dat
geval zullen jullie voor elk van de gevonden misdrijven de verschillende
stappen, de verschillende punten van 1 tot en met 8 moeten doorlopen.
De tweede stap is de poging. Jullie kennen uiteraard de strafbare poging.
In bepaalde omstandigheden zal een misdrijf weliswaar niet voltooid zijn
maar toch kunnen gestraft worden met een bepaalde verlaagde weliswaar
strafmaat indien dat beantwoord aan een aantal voorwaarden die reeds
uitgelegd zijn in de theoretische uiteenzetting en die we straks ook zullen
zien wat betreft hun praktische toepassing.
De derde stap is een heel specifiek geval van herhaling. Dat wordt
straks in de toepasselijke slide uitgelegd.
De vierde stap is een stap die van toepassing zal zijn wanneer de casus
bepaald dat er meerdere betrokkenen zijn bij het gepleegd misdrijf of
bij de gepleegde misdrijven. In dat geval zal moeten gekeken worden of er
sprake is van mededaderschap of medeplichtigheid en dat scenario zal
dan tot gevolg hebben dat er een strafmaat ook van toepassing wordt op
die deelnemers aan het gepleegde misdrijf.
De vijfde stap is de stap die weliswaar in de praktijk toegepast kan worden
maar dat gebeurd niet vaak. Dat zijn de verschoningsgronden. Omdat
de toepassing daarvan niet zo eenvoudig is en niet zo vaak voorkomt in de
praktijk zullen we dit NIET behandelen. Jullie moeten weten dat die stap er
is maar wordt niet gevraagd op het examen, zal ook niet aan bod komen
in de casussen.
Het is namelijk zo dat een aantal van de verschoningsgronden namelijk de
strafuitsluitende verschoningsgronden, mochten die in de casus aan bod
komen zouden die tot gevolg hebben dat er geen straf kan opgelegd
worden want de straf wordt uitgesloten op grond van die
verschoningsgrond, in welk geval de casus daar zou stoppen. Het zou
uiteraard niet zo zinvol zijn.
De zesde stap is een belangrijke stap. En de stap die straks wel wat uitleg
zal behoeven. Dat zijn de verzachtende omstandigheden. En er zijn
daar 2 scenario’s van toepassing. Ofwel zullen verzachtende
omstandigheden rechtstreeks toegepast worden voor de bodemrechters
(de correctionele rechtbank of het Hof van assisen), ofwel zullen
verzachtende omstandigheden op een wat ik onrechtstreekse wijze noem,
toegepast worden via de techniek van de correctionalisering (waarbij dus
een misdaad die gevonden wordt in de eerste stap , de kwalificatie geeft u
een bepaalde misdaad, wel bij stap 6 zal die misdaad kunnen omgevormd
worden tot een wanbedrijf, aangezien de casus/ de opgave zal bepalen dat
de toepasselijke straf moet gezocht worden voor de correctionele
rechtbank. In dat geval
2
,zal er dus gecorrectionaliseerd worden waarvoor ook de verzachtende
omstandigheden op dat moment toegepast zullen worden.
Stap 7 is opnieuw de herhaling, maar in tegenstelling tot stap 3 , is de
herhaling in stap 7 facultatief. Dus niet verplicht op te leggen door de
rechter. Maar de bedoeling zal wel zijn dat nagegaan wordt indien de
voorwaarden voor die wettelijke herhaling vervuld zijn, wat is dan mogelijk
het gevolg van die herhaling voor de strafmaat die gevonden is in de
voorgaande stappen. Dat is ook wel belangrijk om te onthouden, elk van
de stappen bouwt voort op de voorgaande stappen. Dus jullie zullen
starten met een bepaalde basisstraf (bij wijze van spreken, de kwalificatie
zal u in stap 1 een basisstraf opleveren die dan kan verlagen of verhogen
in functie van de toepasselijke bepalingen bij de volgende stappen.) en op
die manier zal geleidelijk aan de straf beïnvloed worden aan de hand van
die concrete strafbepalingen om dan uiteindelijk te komen tot het
resultaat. Het resultaat zal u een uiteindelijke minimum- en een
uiteindelijke maximumstraf opleveren en dat zal het antwoord zijn dat
gevraagd wordt in de opgave. Er zal altijd moeten gekeken worden naar
de gevangenis/naar de vrijheidsstraf en naar de geldboete. Het is niet de
bedoeling om straffen of maatregelen zoals ontzetting of elektronisch
toezicht of de autonome probatiestraf om die te betrekken in de oplossing.
De focus ligt op de meest courante straffen (de vrijheidsstraffen, de
geldboetes en er zal/kan ook gevraagd worden om na te gaan of er een
werkstraf kan opgelegd worden voor die welbepaalde misdrijven gepleegd
door een welbepaalde dader. Het is ook mogelijk dat er op het examen
gevraagd wordt op het einde van de casus of er voor die welbepaalde straf
en voor die welbepaalde dader toepassing kan gemaakt worden van een
bepaalde modaliteit inzake straftoemeting, zoals de gunst van het uitstel
van de tenuitvoerlegging van de straf of de gunst van de opschorting.
Ik was nog stap 8 vergeten, dus de laatste stap voor we komen tot het
resultaat. Dat is de samenloop. Dat zal van toepassing zijn die stap
wanneer u casus aanduidt dat er meerdere misdrijven gepleegd zijn door
één van de betrokken daders. Meerdere misdrijven dus en waarbij de
casus duidelijk aangeeft dat die misdrijven samen voor de correctionele
rechtbank of het Hof van assisen gebracht worden, dus misdrijven die nog
niet eerder het voorwerp geweest zijn van een gerechtelijke beslissing.
Zoals daarnet toegelicht is de kwalificatie de eerste cruciale stap om de
casus juist te kunnen beoordelen. Het is dus belangrijk om deze stap goed
te oefenen en vooral om te leren hoe men de juiste kwalificatie vindt. Er
zijn daar een aantal tips om jullie te helpen. Achteraan het strafwetboek
vinden jullie een aantal trefwoorden aan de hand van die trefwoorden bv.
diefstal kan men snel de toepasselijke bepalingen vinden. Of sommige
verkiezen, er is ook de manier om te zoeken naar de toepasselijke
misdrijven via de inhoudsopgave, via de inhoudstafel van het strafwetboek
dat jullie ook in de codex terugvinden.
De bedoeling is om op basis van de casus te zoeken naar het toepasselijke
basismidrijf en de verzwarende omstandigheden die van toepassing zijn
op dat basismisdrijf in functie van de casus. Om die verzwarende
omstandigheden te vinden is het belangrijk om niet te snel te gaan. En
3
, voor elk van de gevonden basismidrijven te kijken of er in de navolgende
artikelen/de navolgende bepalingen van het strafwetboek bepaalde
omstandigheden beschreven worden die als verzwarend aanzien worden
en die dus een gevolg hebben voor de toepasselijke strafmaat. Belangrijk
is dus om steeds het hoofdstuk of de afdeling die men gevonden heeft
voor een bepaald basismisdrijf te doorlopen en te zien of er bepaalde
omstandigheden niet verder in de afdeling of verder in het hoofdstuk
beschreven staat. Soms staan die helemaal achteraan een afdeling of een
hoofdstuk en is het soms wel even zoeken. Dat kan verraderlijk zijn dus
tracht het volledig hoofdstuk/de volledige afdeling te doorlopen om op
zoek te gaan naar de toepasselijke verzwarende omstandigheden.
Belangrijk is om (soms verwarrend als men dit niet gewend is) te
onthouden dat er een verschil is tussen omstandigheden die een bepaald
basismisdrijf verzwaren maar die er wel voor zorgen dat het basismisdrijf
behouden blijft weliswaar met een verzwarende factor dus een verhoogde
strafmaat een verschil tussen dat en de situatie waarbij bepaalde factoren
beschreven staan in een casus/in een feitencomplex die ervoor zorgen dat
het basismisdrijf wijzigt. Dat er dus geen verzwarende omstandigheden
zijn voor dat basismisdrijf maar die er eigenlijk toe leiden dat er een
afzonderlijk misdrijf/een nieuw misdrijf gepleegd wordt voorbeeld stel
men steelt op heimelijke wijze, men steelt een gsm. Dat levert in het
klassiek scenario, men ontvreemd een gsm zonder dat daarbij andere
omstandigheden van toepassing zijn , dat geeft u het basismidrijf van een
gewone diefstal. Dat vindt men terug in artikel 463 ten eerste van het
strafwetboek. Stel nu dat de casus bepaald dat de diefstal gebeurd niet
ten aanzien van een gewoon slachtoffer/een gewone benadeelde maar ten
aanzien van iemand met een beperking/een mindervalide, dan zullen jullie
zien in het strafwetboek dat artikel 463 ten derde , dus hetzelfde artikel
maar een ander lid van dat artikel , dat bepaald dat dat een verzwarende
omstandigheid uitmaakt. Die tot gevolg zal hebben dat de strafmaat
verzwaard. In dat geval hebben we nog altijd de klassieke , gewone
diefstal maar met de verzwarende omstandigheid.
Stel nu dat dezelfde gsm ontvreemd wordt maar met gebruik van geweld.
Men trekt, men duwt, fysiek geweld dat heeft tot gevolg dat de gsm
ontvreemd wordt. In dat geval spreken we niet meer van een gewone
diefstal die gepaard gaat met een verzwarende omstandigheid. We
spreken van een afzonderlijk basismidrijf. Het gaat om een nieuw misdrijf ,
namelijk diefstal met geweld. Dat is een afzonderlijk basismidrijf voorzien
in artikel 468 eerste lid van het strafwetboek. Opgelet dat is soms
verwarrend , wanneer men dus de gsm ontvreemd door middel van
geweld dan levert dat niet enerzijds een diefstal op en anderzijds het
misdrijf slagen en verwondingen. Dat geeft u 1 welbepaald misdrijf
namelijk diefstal met geweld. Niet twee afzonderlijke misdrijven!(slagen
en verwondingen en diefstal ). Het geeft u het basismidrijf diefstal met
geweld.
Stel nu dat die diefstal met geweld opnieuw gepleegd wordt ten aanzien
van dezelfde benadeelde met een beperking , in dat geval zullen jullie op
zoek moeten gaan naar de toepasselijke verzwarende omstandigheden
voor het basismisdrijf van de diefstal met geweld en dan zullen jullie in
artikel 471 het 7de lid van die bepaling vinden dat dezelfde verzwarende
4
LES CASUS : PRAKTISCHE TOEPASSING VAN DE STRAFTOEMETING
Het is een bijzondere les.
Het is een eerste kennismaking met de toepassing van het strafrecht in de
praktijk. Meer bepaald de regels inzake de straftoemeting.
Er zal jullie gevraagd worden om te zoeken naar een minimum- en
maximumstraf die door de rechter kan opgelegd worden voor een
welbepaald gepleegd misdrijf. De misdrijven die daarbij aan bod komen
zijn wanbedrijven en misdaden, dus geen overtredingen.
De bevoegde rechtbanken dus waarvoor jullie de toepasselijke straf zullen
moeten bepalen zijn de correctionele rechtbank en het Hof van assisen.
Er zal gewerkt worden aan de hand van een aantal casussen, een aantal
concrete voorbeelden die gebaseerd zijn op “in het echte gebeurde zaken”
waarbij telkens ook een aantal hypotheses zullen gegeven worden. Is er
een poging, is er geen poging? Is er herhaling, is er geen herhaling?
Belangrijk om te onthouden en mee te nemen in de verdere uiteenzetting
is dat het strafwetboek een niet welbepaalde volgorde biedt om de
principes inzake de straftoemeting toe te passen. Het strafwetboek biedt
het basiskader, biedt een aantal principes maar de manier waarop die
principes toegepast worden, de manier waarop de bepalingen en de
volgorde waarin de bepalingen moeten toegepast worden, staat niet
beschreven in het strafwetboek en ook niet in het handboek strafrecht.
Dat is dus eigenlijk een weliswaar logische volgorde maar een volgorde die
moet aangeleerd worden aan de hand van een combinatieschema.
We zullen dus aan de hand van het combinatieschema, aan de hand van
die specifieke volgorde een aantal casussen behandelen waarbij gekeken
zal worden naar wat de toepasselijke bepaling is en wat de uitkomst is van
die bepaling, wat de invloed is van die bepaling op de strafmaat.
Het is dus essentieel dat deze les/ deze uiteenzetting gevolgd wordt aan
de hand van het strafwetboek.
Het combinatieschema. Dit is het overzicht van de verschillende stappen
die moeten gevolgd worden om uiteindelijk te komen tot het resultaat
namelijk de toepasselijke strafmaat.
Ik overloop even de essentie.
De eerste stap is een essentiële stap, dat is de kwalificatie.
1
,Dat is een stap waar jullie best voldoende tijd aan besteden. Want als deze
stap fout is , dan zal je in de volgende stappen met verkeerde artikelen ,
met een verkeerde strafmaat aan de slag gaan.
De bedoeling is om bij de kwalificatie altijd te zoeken naar het basismidrijf.
Bv. slagen en verwondingen en dan te kijken of er geen verzwarende
omstandigheden aanwezig zijn. Of jullie in de casus of het feitencomplex
geen verzwarende omstandigheden bespeuren die uiteraard invloed zullen
hebben om de toepasselijke strafmaat voor dat basismidrijf.
Het is ook mogelijk dat de casus meerdere misdrijven bepaald, in dat
geval zullen jullie voor elk van de gevonden misdrijven de verschillende
stappen, de verschillende punten van 1 tot en met 8 moeten doorlopen.
De tweede stap is de poging. Jullie kennen uiteraard de strafbare poging.
In bepaalde omstandigheden zal een misdrijf weliswaar niet voltooid zijn
maar toch kunnen gestraft worden met een bepaalde verlaagde weliswaar
strafmaat indien dat beantwoord aan een aantal voorwaarden die reeds
uitgelegd zijn in de theoretische uiteenzetting en die we straks ook zullen
zien wat betreft hun praktische toepassing.
De derde stap is een heel specifiek geval van herhaling. Dat wordt
straks in de toepasselijke slide uitgelegd.
De vierde stap is een stap die van toepassing zal zijn wanneer de casus
bepaald dat er meerdere betrokkenen zijn bij het gepleegd misdrijf of
bij de gepleegde misdrijven. In dat geval zal moeten gekeken worden of er
sprake is van mededaderschap of medeplichtigheid en dat scenario zal
dan tot gevolg hebben dat er een strafmaat ook van toepassing wordt op
die deelnemers aan het gepleegde misdrijf.
De vijfde stap is de stap die weliswaar in de praktijk toegepast kan worden
maar dat gebeurd niet vaak. Dat zijn de verschoningsgronden. Omdat
de toepassing daarvan niet zo eenvoudig is en niet zo vaak voorkomt in de
praktijk zullen we dit NIET behandelen. Jullie moeten weten dat die stap er
is maar wordt niet gevraagd op het examen, zal ook niet aan bod komen
in de casussen.
Het is namelijk zo dat een aantal van de verschoningsgronden namelijk de
strafuitsluitende verschoningsgronden, mochten die in de casus aan bod
komen zouden die tot gevolg hebben dat er geen straf kan opgelegd
worden want de straf wordt uitgesloten op grond van die
verschoningsgrond, in welk geval de casus daar zou stoppen. Het zou
uiteraard niet zo zinvol zijn.
De zesde stap is een belangrijke stap. En de stap die straks wel wat uitleg
zal behoeven. Dat zijn de verzachtende omstandigheden. En er zijn
daar 2 scenario’s van toepassing. Ofwel zullen verzachtende
omstandigheden rechtstreeks toegepast worden voor de bodemrechters
(de correctionele rechtbank of het Hof van assisen), ofwel zullen
verzachtende omstandigheden op een wat ik onrechtstreekse wijze noem,
toegepast worden via de techniek van de correctionalisering (waarbij dus
een misdaad die gevonden wordt in de eerste stap , de kwalificatie geeft u
een bepaalde misdaad, wel bij stap 6 zal die misdaad kunnen omgevormd
worden tot een wanbedrijf, aangezien de casus/ de opgave zal bepalen dat
de toepasselijke straf moet gezocht worden voor de correctionele
rechtbank. In dat geval
2
,zal er dus gecorrectionaliseerd worden waarvoor ook de verzachtende
omstandigheden op dat moment toegepast zullen worden.
Stap 7 is opnieuw de herhaling, maar in tegenstelling tot stap 3 , is de
herhaling in stap 7 facultatief. Dus niet verplicht op te leggen door de
rechter. Maar de bedoeling zal wel zijn dat nagegaan wordt indien de
voorwaarden voor die wettelijke herhaling vervuld zijn, wat is dan mogelijk
het gevolg van die herhaling voor de strafmaat die gevonden is in de
voorgaande stappen. Dat is ook wel belangrijk om te onthouden, elk van
de stappen bouwt voort op de voorgaande stappen. Dus jullie zullen
starten met een bepaalde basisstraf (bij wijze van spreken, de kwalificatie
zal u in stap 1 een basisstraf opleveren die dan kan verlagen of verhogen
in functie van de toepasselijke bepalingen bij de volgende stappen.) en op
die manier zal geleidelijk aan de straf beïnvloed worden aan de hand van
die concrete strafbepalingen om dan uiteindelijk te komen tot het
resultaat. Het resultaat zal u een uiteindelijke minimum- en een
uiteindelijke maximumstraf opleveren en dat zal het antwoord zijn dat
gevraagd wordt in de opgave. Er zal altijd moeten gekeken worden naar
de gevangenis/naar de vrijheidsstraf en naar de geldboete. Het is niet de
bedoeling om straffen of maatregelen zoals ontzetting of elektronisch
toezicht of de autonome probatiestraf om die te betrekken in de oplossing.
De focus ligt op de meest courante straffen (de vrijheidsstraffen, de
geldboetes en er zal/kan ook gevraagd worden om na te gaan of er een
werkstraf kan opgelegd worden voor die welbepaalde misdrijven gepleegd
door een welbepaalde dader. Het is ook mogelijk dat er op het examen
gevraagd wordt op het einde van de casus of er voor die welbepaalde straf
en voor die welbepaalde dader toepassing kan gemaakt worden van een
bepaalde modaliteit inzake straftoemeting, zoals de gunst van het uitstel
van de tenuitvoerlegging van de straf of de gunst van de opschorting.
Ik was nog stap 8 vergeten, dus de laatste stap voor we komen tot het
resultaat. Dat is de samenloop. Dat zal van toepassing zijn die stap
wanneer u casus aanduidt dat er meerdere misdrijven gepleegd zijn door
één van de betrokken daders. Meerdere misdrijven dus en waarbij de
casus duidelijk aangeeft dat die misdrijven samen voor de correctionele
rechtbank of het Hof van assisen gebracht worden, dus misdrijven die nog
niet eerder het voorwerp geweest zijn van een gerechtelijke beslissing.
Zoals daarnet toegelicht is de kwalificatie de eerste cruciale stap om de
casus juist te kunnen beoordelen. Het is dus belangrijk om deze stap goed
te oefenen en vooral om te leren hoe men de juiste kwalificatie vindt. Er
zijn daar een aantal tips om jullie te helpen. Achteraan het strafwetboek
vinden jullie een aantal trefwoorden aan de hand van die trefwoorden bv.
diefstal kan men snel de toepasselijke bepalingen vinden. Of sommige
verkiezen, er is ook de manier om te zoeken naar de toepasselijke
misdrijven via de inhoudsopgave, via de inhoudstafel van het strafwetboek
dat jullie ook in de codex terugvinden.
De bedoeling is om op basis van de casus te zoeken naar het toepasselijke
basismidrijf en de verzwarende omstandigheden die van toepassing zijn
op dat basismisdrijf in functie van de casus. Om die verzwarende
omstandigheden te vinden is het belangrijk om niet te snel te gaan. En
3
, voor elk van de gevonden basismidrijven te kijken of er in de navolgende
artikelen/de navolgende bepalingen van het strafwetboek bepaalde
omstandigheden beschreven worden die als verzwarend aanzien worden
en die dus een gevolg hebben voor de toepasselijke strafmaat. Belangrijk
is dus om steeds het hoofdstuk of de afdeling die men gevonden heeft
voor een bepaald basismisdrijf te doorlopen en te zien of er bepaalde
omstandigheden niet verder in de afdeling of verder in het hoofdstuk
beschreven staat. Soms staan die helemaal achteraan een afdeling of een
hoofdstuk en is het soms wel even zoeken. Dat kan verraderlijk zijn dus
tracht het volledig hoofdstuk/de volledige afdeling te doorlopen om op
zoek te gaan naar de toepasselijke verzwarende omstandigheden.
Belangrijk is om (soms verwarrend als men dit niet gewend is) te
onthouden dat er een verschil is tussen omstandigheden die een bepaald
basismisdrijf verzwaren maar die er wel voor zorgen dat het basismisdrijf
behouden blijft weliswaar met een verzwarende factor dus een verhoogde
strafmaat een verschil tussen dat en de situatie waarbij bepaalde factoren
beschreven staan in een casus/in een feitencomplex die ervoor zorgen dat
het basismisdrijf wijzigt. Dat er dus geen verzwarende omstandigheden
zijn voor dat basismisdrijf maar die er eigenlijk toe leiden dat er een
afzonderlijk misdrijf/een nieuw misdrijf gepleegd wordt voorbeeld stel
men steelt op heimelijke wijze, men steelt een gsm. Dat levert in het
klassiek scenario, men ontvreemd een gsm zonder dat daarbij andere
omstandigheden van toepassing zijn , dat geeft u het basismidrijf van een
gewone diefstal. Dat vindt men terug in artikel 463 ten eerste van het
strafwetboek. Stel nu dat de casus bepaald dat de diefstal gebeurd niet
ten aanzien van een gewoon slachtoffer/een gewone benadeelde maar ten
aanzien van iemand met een beperking/een mindervalide, dan zullen jullie
zien in het strafwetboek dat artikel 463 ten derde , dus hetzelfde artikel
maar een ander lid van dat artikel , dat bepaald dat dat een verzwarende
omstandigheid uitmaakt. Die tot gevolg zal hebben dat de strafmaat
verzwaard. In dat geval hebben we nog altijd de klassieke , gewone
diefstal maar met de verzwarende omstandigheid.
Stel nu dat dezelfde gsm ontvreemd wordt maar met gebruik van geweld.
Men trekt, men duwt, fysiek geweld dat heeft tot gevolg dat de gsm
ontvreemd wordt. In dat geval spreken we niet meer van een gewone
diefstal die gepaard gaat met een verzwarende omstandigheid. We
spreken van een afzonderlijk basismidrijf. Het gaat om een nieuw misdrijf ,
namelijk diefstal met geweld. Dat is een afzonderlijk basismidrijf voorzien
in artikel 468 eerste lid van het strafwetboek. Opgelet dat is soms
verwarrend , wanneer men dus de gsm ontvreemd door middel van
geweld dan levert dat niet enerzijds een diefstal op en anderzijds het
misdrijf slagen en verwondingen. Dat geeft u 1 welbepaald misdrijf
namelijk diefstal met geweld. Niet twee afzonderlijke misdrijven!(slagen
en verwondingen en diefstal ). Het geeft u het basismidrijf diefstal met
geweld.
Stel nu dat die diefstal met geweld opnieuw gepleegd wordt ten aanzien
van dezelfde benadeelde met een beperking , in dat geval zullen jullie op
zoek moeten gaan naar de toepasselijke verzwarende omstandigheden
voor het basismisdrijf van de diefstal met geweld en dan zullen jullie in
artikel 471 het 7de lid van die bepaling vinden dat dezelfde verzwarende
4