HOOFDSTUK 1: INLEIDING + SOCIALE COGNITIES
Sociale cognities Processen waarbij we info:
Verwerven & opslaan
Integreren & organiseren
Interpreteren
Over mensen (zichzelf & anderen)
Schema Structuur (cognitief) in onze gedachten, verworven kennis over iets
Sociaal schema Wat we denken over onszelf of wat we denken dat anderen over ons
denken
Prototype Gemiddelde van groep mensen
Script Verloop opeenvolgende acties
Gestalt Dingen zien als geheel en niet als losse delen
Primacy effect Solomon Ash
Veronderstelling dat persoonstrekken samen voorkomen & andere
trekken niet
Configuratiemodel Van persoon vormt men zich een Gestalt, door verschillende
Ash cognities (niet opsomming, komt er steeds bij)
Hoe je naar iets of iemand kijkt
Impliciete Eigenschappen linken aan andere kenmerken
persoonlijkheidstheo
rie
Halo-effect Iemand krijgt meerdere positieve eigenschappen omdat hij 1 positief
kenmerk heeft
Horn-effect Iemand krijgt meerdere negatieve eigenschappen omdat hij 1
negatief kenmerk heeft
Persoonsperceptie Uiterlijke kenmerken/gedragingen spelen rol bij indruk vorming
Priming Recent schema wordt makkelijker geactiveerd
Semantische Recent schema heeft te maken met hetzelfde concept
priming
Repetitie-priming Herhaling van een schema
1
, Cognitieve Tegengestelde cognities/attitudes/gedragingen wekken
dissonantie psychologische spanning op die men wil reduceren
(Festiger)
Endowment effect Voor bezitter van object verhoogd waarde omdat hij bezitter ervan is
Voorkeur voor duurdere dingen, want die zullen wel beter zijn
Aversie voor verlies We kiezen het vermijden van verlies boven verwerven van winst
Framing Informatie op verschillende manieren presenteren leidt tot
verschillende gevoelens
Negativiteitseffect Negatieve elementen wegen zwaarder door & worden sneller
opgemerkt (heeft effect op kijk naar alles)
HOOFDSTUK 2: ATTRIBUTIES
Attributie Toeschrijven van oorzaken van gedrag aan interne of externe
factoren (verklaring zoeken voor gedrag)
Interne attributie Oorzaak ligt bij individu
Externe attributie Oorzaak ligt bij omgeving / omstandigheden
Locus of control Onderscheid tussen dispositionele attributies & situationele
attributies
Zelfwaarnemingstheo Als we geen verklaring hebben voor hoe we ons voelen, zijn we
rie (Bem) vatbaar voor beïnvloeding van anderen
Eigen gedrag centraal + emotietheorie van Schachter
Corresponderen de Persoonlijke kenmerken uit gedrag afleiden
inferentietheorie
(Jones & Davis) Andere proberen te begrijpen door te observeren & analyseren
Covariatiemodel Gedrag hangt af van situatie
(Kelley)
Covariatie = we laten ons leiden door de mate waarin
gebeurtenissen samen voorkomen
Tweestappenmodel Automatisch persoonlijke attributies maken (intern karakter),
(Gilbert) daarna aanpassen op basis van informatie van situationele factoren
(rekening houden met situatie)
Attributietraining Interne attributie die je hebt over iemand, aan die persoon duidelijk
maken. Persoon gaat zich gedragen naar attributie
2