Samenvatting kwaliteit van leven bij mensen met
gedrags – en emotionele problemen
Hoofdstuk 1) Teminologie, classificatie en diagnostiek
Inleiding
MEER GEDRAGSPROBLEMEN?
Meer kennis over het topic, meer mensen gaan vaker hun kind laten testen, door corona ook meer
gedragsproblemen
Samenleving is veranderd, waardoor er ook meer mentale druk is
We kunnen vandaag nog geen antwoord geven of er meer gedragsproblemen zijn dan vroeger -> het
komt wel meer i/d media en het wordt meer onderzocht, meer gesignaleerd
Het gebruik van een medicament voor ADHD is wel verdriedubbeld
Terminologie en definiëring
Kinderpsychiatrische stoornissen, probleemgedrag, gedragsproblemen, opvoedingsproblemen,
emotionele problemen, gedragsstoornissen => geen synoniemen v. elkaar
Problemen is eigenlijk de hoofdgroep en stoornissen vallen daaronder
Kinderen/jongeren met gedrags – en emotionele problemen: kinderen die zich zichtbaar ongewoon
of abnormaal gedragen of die zich zichtbaar ongewone of abnormale emoties vertonen, afgezien v.
ernst, oorzaak of context v/h gedrag of de emotie :
- Storend gedrag: bv. driftbui
- Emotionele problemen: bv. angst, depressie
Samen is probleemgedrag
Onderscheid tussen:
- Lichte problemen
- Tijdelijke problemen
- Leeftijdsgebonden problemen
- Frequentie v. problemen
- Contextgebonden problemen
- Ernstige problemen (frequent, ernstig, niet – contextgebonden, chronisch en samen
voorkomen v. problemen)
Gedrags – en emotionele stoornissen
,!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!
Bv. ouders die scheiden = eerder tijdelijk en contextgebonden => geen stoornis, maar dan gedrags –
en emotionele problemen
Bv. kindjes van 2 jaar kunnen een driftbui hebben en dit is leeftijdsgebonden (koppigheidsfase) =>
geen stoornis, maar probleem -> dit is wel niet normaal als een kind v. 10 veel driftbuien krijgt bv. i/d
winkel => eerder wel stoornis
Lagere frequentie = dat het minder vaak voorkomt
Bv. een meisje i/h middelbaar is hoogbegaafd en ze voelde haar niet goed in haar vel, ze kwam niet
goed overeen met haar leerkracht omdat die leerkracht vond dat ze geen extra uitleg nodig had ->
stelde daardoor heel veel gedragsproblemen => maar is geen stoornis want ze stelde alleen die
problemen als ze op school was en bij die leerkracht, thuis en op de jeugdbeweging deed ze dit niet,
het jaar later werd dan ook beter (was contextgebonden)
Context is super belangrijk -> wat zit achter die persoon zijn gedrag
Opvoedingsproblemen: gaat over de interactie tussen kind en ouders, schuld ligt niet bij de ouders ->
dynamiek waardoor je invloed hebt op elkaar:
Gestoord interactieproces -> gedrags – en emotionele problemen bij het kind en/of
handelingsverlegenheid ouders
- Wanneer ouders geen goede aanpak hanteren, niet beschikbaar zijn voor de kinderen is dit
een verontrustende leefsituatie
- Bv. ouders hebben zelf een verslavingsprobleem en kunnen zo niet beschikbaar zijn voor de
kinderen
- Handelingsverlegenheid v. ouders = ze weten niet hoe ze in een bepaalde situatie moeten
handelen/reageren en dus niets doen of niet reageren
,Gedrags – en emotionele stoornis is niet hetzelfde als een ontwikkelingsstoornis:
- Gedrags – en emotionele stoornis:
Stoornis i/h gedrag of emotie
Bv. ODD, CD, IED
- Ontwikkelingsstoornis = stoornis die ontwikkelt vanaf de geboorte, een deel v/d ontwikkeling
wordt belemmerd, het heeft impact op meerdere gebieden v/d ontwikkeling (motorisch,
cognitief,..):
Belemmering i/d normale ontwikkeling omwille v. een aandoening
Vb. ASS, ADHD, leerstoornissen, verstandelijke beperking
VIJF AANDACHTSPUNTEN BIJ HET DEFINIËREN V. PROBLEEMGEDRAG:
1. Geen eenduidige criteria: gedragingen/emoties v.
- Een welbepaald kind
- Die op een welbepaald moment i/d tijd
- Door welbepalende personen uit de omgeving v/h kind
- In een welbepaalde socio – economische en culturele context
Als storend, ongewenst of ongewoon worden genoemd
Je kan niet zeggen als je dat en dat hebt dat je een gedragsstoornis hebt
1. Ontwikkelingsperspectief
- Gedrag dat op de ene leeftijd nog adequaat en gepast is, kan dat op een andere leeftijd niet
meer zijn; wat normaal gedrag is i/d puberteit, is geen probleemgedrag
1. Continuümgedachte:
- Storend gedrag v. kinderen met gedragsproblemen komt ook voor bij kinderen zonder
gedragsproblemen
- Maar verschil in ernst, intensiteit en chroniciteit!
- Lijn v. bv. erg naar minder erg of minder frequent naar meer frequent
1. Context:
- Belang v. situatie waarin gedrag zich voordoet
1. Informant:
- Wie beoordeelt het gedrag? Ouders, leerkracht, hulpverlener,…
- Als ouders bv. minder draagkracht hebben kunnen ze het ook eerder ervaren dat kinderen
gedrag gaan stellen
Definitie probleemgedrag:
We spreken van probleemgedrag als ouders, leerkrachten en andere personen dit gedrag
beschouwen als strijdig met de door hen en de samenleving gehanteerde normen en regels en/of
wanneer deskundigen dit gedrag als problematisch beoordelen op basis v. valide kenmerken inzake
psychische (on)gezondheid.
Ouders EN leerkrachten EN andere personen: er moeten meerdere personen aan de tafel
gezeten hebben
2 soorten probleemgedrag:
1. Extrernaliserend (gericht op de buitenwereld; je ziet de problemen):
- Storend gedrag
- Sterke ongeremdheid
- Voornamelijk op de buitenwereld gericht
, - Agressie, hyperactiviteit, ongehoorzaamheid, impulsiviteit, liegen, stelen, vandalisme,
weglopen
- Oppositionele – opstandige stoornis, normoverschrijdend – gedragsstoornis, periodieke
explosieve stoornis, antisociale persoonlijkheidsstoornis
1. Internaliserend (naar binnen toe):
- Emotionele problemen
- Sterke geremdheid
- Gericht op de eigen persoon of weg v/d buitenwereld
- Angstig, teruggetrokken gedrag, verlegenheid, depressie, gevoelens v. eenzaamheid, huilen
- Depressieve stoornis, angststoornis
Classificatie
Grote verscheidenheid aan problemen of stoornissen -> nood aan ordening en indeling (op basis v.
gelijke eigenschappen en onderlinge relaties)
Communicatie, gemeenschappelijke taal: verstaan we hetzelfde? -> belangrijk voor diagnose en
behandeling
2 soorten classificatie:
- Klinisch – psychiatrisch
- Empirisch – statisch
Classificatie is niet hetzelfde als diagnostiek
Classificatie = stoornissen gaan onderdelen in classificaties
Diagnostiek = kijken welke stoornis die persoon heeft
Klinisch – psychiatrische classificatiesystemen
Psychiatrische stoornissen = onafhankelijk en duidelijk afgelijnde ziekte – entiteiten, met voor elke
stoornis diagnostisch en differentiaal diagnostische criteria -> indien voldaan aan nodige criteria:
stoornis classificeren
- Categoriaal: men heeft een stoornis of men heeft ze niet
Heel duidelijke stoornissen, kenmerken zijn omschreven: je moet aan die kenmerken voldoen om die
stoornis te hebben
Vb. DSM, ICD
DSM – 5
Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders
Systeem om problematieken v. individuen te beschrijven en te classificeren in ‘stoorniscategorieën’
Hierin staan alle stoornissen in geschreven
NIEUW IN DSM – 5
- Geen romeinse cijfers meer
- 3 delen:
1. Uitleg over indeling & uitgangspunten
2. De 22 domeinen
gedrags – en emotionele problemen
Hoofdstuk 1) Teminologie, classificatie en diagnostiek
Inleiding
MEER GEDRAGSPROBLEMEN?
Meer kennis over het topic, meer mensen gaan vaker hun kind laten testen, door corona ook meer
gedragsproblemen
Samenleving is veranderd, waardoor er ook meer mentale druk is
We kunnen vandaag nog geen antwoord geven of er meer gedragsproblemen zijn dan vroeger -> het
komt wel meer i/d media en het wordt meer onderzocht, meer gesignaleerd
Het gebruik van een medicament voor ADHD is wel verdriedubbeld
Terminologie en definiëring
Kinderpsychiatrische stoornissen, probleemgedrag, gedragsproblemen, opvoedingsproblemen,
emotionele problemen, gedragsstoornissen => geen synoniemen v. elkaar
Problemen is eigenlijk de hoofdgroep en stoornissen vallen daaronder
Kinderen/jongeren met gedrags – en emotionele problemen: kinderen die zich zichtbaar ongewoon
of abnormaal gedragen of die zich zichtbaar ongewone of abnormale emoties vertonen, afgezien v.
ernst, oorzaak of context v/h gedrag of de emotie :
- Storend gedrag: bv. driftbui
- Emotionele problemen: bv. angst, depressie
Samen is probleemgedrag
Onderscheid tussen:
- Lichte problemen
- Tijdelijke problemen
- Leeftijdsgebonden problemen
- Frequentie v. problemen
- Contextgebonden problemen
- Ernstige problemen (frequent, ernstig, niet – contextgebonden, chronisch en samen
voorkomen v. problemen)
Gedrags – en emotionele stoornissen
,!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!
Bv. ouders die scheiden = eerder tijdelijk en contextgebonden => geen stoornis, maar dan gedrags –
en emotionele problemen
Bv. kindjes van 2 jaar kunnen een driftbui hebben en dit is leeftijdsgebonden (koppigheidsfase) =>
geen stoornis, maar probleem -> dit is wel niet normaal als een kind v. 10 veel driftbuien krijgt bv. i/d
winkel => eerder wel stoornis
Lagere frequentie = dat het minder vaak voorkomt
Bv. een meisje i/h middelbaar is hoogbegaafd en ze voelde haar niet goed in haar vel, ze kwam niet
goed overeen met haar leerkracht omdat die leerkracht vond dat ze geen extra uitleg nodig had ->
stelde daardoor heel veel gedragsproblemen => maar is geen stoornis want ze stelde alleen die
problemen als ze op school was en bij die leerkracht, thuis en op de jeugdbeweging deed ze dit niet,
het jaar later werd dan ook beter (was contextgebonden)
Context is super belangrijk -> wat zit achter die persoon zijn gedrag
Opvoedingsproblemen: gaat over de interactie tussen kind en ouders, schuld ligt niet bij de ouders ->
dynamiek waardoor je invloed hebt op elkaar:
Gestoord interactieproces -> gedrags – en emotionele problemen bij het kind en/of
handelingsverlegenheid ouders
- Wanneer ouders geen goede aanpak hanteren, niet beschikbaar zijn voor de kinderen is dit
een verontrustende leefsituatie
- Bv. ouders hebben zelf een verslavingsprobleem en kunnen zo niet beschikbaar zijn voor de
kinderen
- Handelingsverlegenheid v. ouders = ze weten niet hoe ze in een bepaalde situatie moeten
handelen/reageren en dus niets doen of niet reageren
,Gedrags – en emotionele stoornis is niet hetzelfde als een ontwikkelingsstoornis:
- Gedrags – en emotionele stoornis:
Stoornis i/h gedrag of emotie
Bv. ODD, CD, IED
- Ontwikkelingsstoornis = stoornis die ontwikkelt vanaf de geboorte, een deel v/d ontwikkeling
wordt belemmerd, het heeft impact op meerdere gebieden v/d ontwikkeling (motorisch,
cognitief,..):
Belemmering i/d normale ontwikkeling omwille v. een aandoening
Vb. ASS, ADHD, leerstoornissen, verstandelijke beperking
VIJF AANDACHTSPUNTEN BIJ HET DEFINIËREN V. PROBLEEMGEDRAG:
1. Geen eenduidige criteria: gedragingen/emoties v.
- Een welbepaald kind
- Die op een welbepaald moment i/d tijd
- Door welbepalende personen uit de omgeving v/h kind
- In een welbepaalde socio – economische en culturele context
Als storend, ongewenst of ongewoon worden genoemd
Je kan niet zeggen als je dat en dat hebt dat je een gedragsstoornis hebt
1. Ontwikkelingsperspectief
- Gedrag dat op de ene leeftijd nog adequaat en gepast is, kan dat op een andere leeftijd niet
meer zijn; wat normaal gedrag is i/d puberteit, is geen probleemgedrag
1. Continuümgedachte:
- Storend gedrag v. kinderen met gedragsproblemen komt ook voor bij kinderen zonder
gedragsproblemen
- Maar verschil in ernst, intensiteit en chroniciteit!
- Lijn v. bv. erg naar minder erg of minder frequent naar meer frequent
1. Context:
- Belang v. situatie waarin gedrag zich voordoet
1. Informant:
- Wie beoordeelt het gedrag? Ouders, leerkracht, hulpverlener,…
- Als ouders bv. minder draagkracht hebben kunnen ze het ook eerder ervaren dat kinderen
gedrag gaan stellen
Definitie probleemgedrag:
We spreken van probleemgedrag als ouders, leerkrachten en andere personen dit gedrag
beschouwen als strijdig met de door hen en de samenleving gehanteerde normen en regels en/of
wanneer deskundigen dit gedrag als problematisch beoordelen op basis v. valide kenmerken inzake
psychische (on)gezondheid.
Ouders EN leerkrachten EN andere personen: er moeten meerdere personen aan de tafel
gezeten hebben
2 soorten probleemgedrag:
1. Extrernaliserend (gericht op de buitenwereld; je ziet de problemen):
- Storend gedrag
- Sterke ongeremdheid
- Voornamelijk op de buitenwereld gericht
, - Agressie, hyperactiviteit, ongehoorzaamheid, impulsiviteit, liegen, stelen, vandalisme,
weglopen
- Oppositionele – opstandige stoornis, normoverschrijdend – gedragsstoornis, periodieke
explosieve stoornis, antisociale persoonlijkheidsstoornis
1. Internaliserend (naar binnen toe):
- Emotionele problemen
- Sterke geremdheid
- Gericht op de eigen persoon of weg v/d buitenwereld
- Angstig, teruggetrokken gedrag, verlegenheid, depressie, gevoelens v. eenzaamheid, huilen
- Depressieve stoornis, angststoornis
Classificatie
Grote verscheidenheid aan problemen of stoornissen -> nood aan ordening en indeling (op basis v.
gelijke eigenschappen en onderlinge relaties)
Communicatie, gemeenschappelijke taal: verstaan we hetzelfde? -> belangrijk voor diagnose en
behandeling
2 soorten classificatie:
- Klinisch – psychiatrisch
- Empirisch – statisch
Classificatie is niet hetzelfde als diagnostiek
Classificatie = stoornissen gaan onderdelen in classificaties
Diagnostiek = kijken welke stoornis die persoon heeft
Klinisch – psychiatrische classificatiesystemen
Psychiatrische stoornissen = onafhankelijk en duidelijk afgelijnde ziekte – entiteiten, met voor elke
stoornis diagnostisch en differentiaal diagnostische criteria -> indien voldaan aan nodige criteria:
stoornis classificeren
- Categoriaal: men heeft een stoornis of men heeft ze niet
Heel duidelijke stoornissen, kenmerken zijn omschreven: je moet aan die kenmerken voldoen om die
stoornis te hebben
Vb. DSM, ICD
DSM – 5
Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders
Systeem om problematieken v. individuen te beschrijven en te classificeren in ‘stoorniscategorieën’
Hierin staan alle stoornissen in geschreven
NIEUW IN DSM – 5
- Geen romeinse cijfers meer
- 3 delen:
1. Uitleg over indeling & uitgangspunten
2. De 22 domeinen