• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 255 pagina's
Samenvatting

Huwelijksvermogensrecht | allesomvattende samenvatting hoorcolleges, werkgroepen en verplichte jurisprudentie | Universiteit Leiden | 2026/2027

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 255 pagina's

Samenvatting met alle hoorcolleges, uitgewerkte werkgroepopgaven en jurisprudentie. Alles wat je nodig hebt voor het tentamen. De hoorcolleges bevatten ook de voorbeelden, casussen en aanvullende uitleg van de docent. Hierdoor worden complexe leerstukken verduidelijkt en is de stof gemakkelijker te begrijpen en toe te passen. Ook de werkgroepvragen zijn uitgebreid uitgewerkt, met aandacht voor de juridische onderbouwing. De voorgeschreven arresten zijn inhoudelijk uitgewerkt en worden bij iedere vermelding rood gemarkeerd. De hoorcollegeaantekeningen zijn gebaseerd op het vorige collegejaar. De samenvatting is bijgewerkt voor 2026–2027, aan de hand van de actuele jurisprudentielijst en werkgroepopgaven.

Voorbeeld van de inhoud

HVR
COLLEGE 1




Arrest = voorgeschreven

Opzet van het vak en plaats van het huwelijksvermogensrecht

Het huwelijksvermogensrecht vormt een onderdeel van het personen- en familierecht en
gaat in de kern over de vermogensrechtelijke verhouding tussen echtgenoten. In dit vak
wordt zowel naar de interne verhouding tussen echtgenoten als naar hun externe
verhouding tegenover derden gekeken.

Het vak is in twee grote delen opgebouwd. In week 1 tot en met 6 staat het wettelijke
basissysteem centraal. Daarbij worden de rechten en verplichtingen van echtgenoten
jegens elkaar uit Titel 1.6 BW en de wettelijke gemeenschap van goederen uit Titel 1.7
BW behandeld. In week 7 tot en met 12 staat het afwijken van het wettelijke
basissysteem centraal, met in het bijzonder huwelijkse voorwaarden, pensioen en
samenlevers.

1. De interne en externe kernvragen

De interne kernvraag van het huwelijksvermogensrecht is hoe de vermogensrechtelijke
verhouding tussen de echtgenoten onderling is geregeld. Bij ieder goed moet
bijvoorbeeld kunnen worden vastgesteld of het gemeenschappelijk is of privé aan één
van de echtgenoten toebehoort. Daarnaast kan de vraag spelen of echtgenoten elkaar
iets verschuldigd zijn. Daarbij horen de draag- en fourneerplichten, vergoedingsplichten
wanneer de ene echtgenoot in een goed van de andere echtgenoot investeert, en
eventuele verrekenplichten wanneer echtgenoten die in huwelijkse voorwaarden zijn
overeengekomen.

Daarnaast is er een extern perspectief: de verhouding tussen de echtgenoten en derden.
Dan spelen vragen als: wie mag ten aanzien van een goed rechtshandelingen verrichten
of een overeenkomst met een derde sluiten; echtgenoot A, echtgenoot B of beiden? Wie
is tegenover een schuldeiser aansprakelijk voor een schuld? En op welke goederen kan
een schuldeiser zich verhalen? Het huwelijksvermogensrecht probeert dus antwoord te
geven op zowel de interne als de externe groep vragen.

2. Bronnen en wettelijk kader

2.1 Kernbronnen

Het huwelijksvermogensrecht in enge zin is voornamelijk in Boek 1 BW geregeld. De kern
bestaat uit drie titels:

Titel 1.6 BW: Rechten en verplichtingen van echtgenoten, art. 1:81 tot en met 1:92a BW.

Titel 1.7 BW: De wettelijke gemeenschap van goederen, art. 1:93 tot en met 1:113 BW.

Titel 1.8 BW: Huwelijkse voorwaarden, art. 1:114 tot en met 1:143 BW.

,Titel 1.6 bevat algemene rechten en verplichtingen die tussen echtgenoten gelden
ongeacht het huwelijksvermogensregime waarin zij zijn gehuwd. Titel 1.7 bevat het
wettelijke gemeenschapsstelsel: als echtgenoten niet bij huwelijkse voorwaarden van het
wettelijke stelsel afwijken, bepaalt deze titel welke goederen en schulden in de wettelijke
gemeenschap vallen. Titel 1.8 regelt de huwelijkse voorwaarden, waaronder de vereisten
voor het maken daarvan en regels over wat daarin kan worden opgenomen.

2.2 Andere relevante bronnen

De drie genoemde titels zijn niet de enige bronnen. Ook Titel 1.9 BW is relevant, onder
meer vanwege alimentatie en pensioenverevening. Pensioenverevening komt later in het
vak afzonderlijk aan de orde. Daarnaast is Titel 3.7 BW over gemeenschap van groot
belang. Die titel bevat de algemene regels voor gemeenschap en mede-eigendom en kan
bijvoorbeeld van toepassing zijn wanneer twee personen - gehuwd of ongehuwd - samen
een goed kopen zonder dat dit goed in een huwelijksgemeenschap valt.

Verder zijn elders in het BW bijzondere bepalingen te vinden. Een voorbeeld is art. 7:266
BW uit het huurrecht: een echtgenoot kan van rechtswege medehuurder zijn, waardoor
de verhuurder er juridisch een contractpartij bij krijgt. Ook buiten het BW zijn relevante
regels te vinden, bijvoorbeeld art. 61 en 63 Faillissementswet en de Wet verevening
pensioenrechten. Het huwelijksvermogensrecht moet daarom niet als een volledig
geïsoleerd onderdeel van Boek 1 BW worden gezien.

3. Geregistreerd partnerschap

Titel 1.5A BW regelt het geregistreerd partnerschap. Het geregistreerd partnerschap
bestaat sinds 1 januari 1998. Een belangrijke historische reden voor de invoering was dat
het huwelijk destijds nog niet openstond voor personen van gelijk geslacht. Het
geregistreerd partnerschap bood hun een juridisch geregelde samenlevingsvorm die
sterk op het huwelijk leek. Sinds 1 april 2001 kunnen in Nederland ook personen van
gelijk geslacht met elkaar trouwen.

Ondanks de openstelling van het huwelijk is het geregistreerd partnerschap blijven
bestaan. Het bleek een populaire samenlevingsvorm, ook onder heteroseksuele paren,
onder meer voor mensen die het huwelijk als een zwaarder of romantischer instituut
ervaren en hun relatie liever zakelijker vormgeven. Daarnaast kunnen internationale
aspecten een rol spelen: een huwelijk tussen personen van gelijk geslacht wordt niet
overal op dezelfde manier erkend, terwijl een geregistreerd partnerschap in sommige
situaties anders wordt behandeld.

3.1 Overeenkomstige toepassing van het huwelijksvermogensrecht

Voor het huwelijksvermogensrecht is vooral art. 1:80b BW van belang. Op grond daarvan
zijn de titels 1.6, 1.7 en 1.8 BW in beginsel van overeenkomstige toepassing op het
geregistreerd partnerschap, met uitzondering van bepaalde regels die specifiek
samenhangen met scheiding van tafel en bed. Een praktische tentamentip uit het college
is daarom: zodra in een casus sprake is van een geregistreerd partnerschap, moet art.
1:80b BW worden genoemd; daarna kan de inhoudelijke huwelijksvermogensrechtelijke
analyse in beginsel op dezelfde manier worden voortgezet.

Vanwege deze sterke overeenkomst wordt ook wel de bredere term
'relatievermogensrecht' gebruikt. Die term kan echter eveneens verwarring geven, omdat
de regels van de titels 1.6, 1.7 en 1.8 BW niet zonder meer gelden voor ongehuwde
samenlevers die geen geregistreerd partnerschap zijn aangegaan.

,3.2 Einde van het geregistreerd partnerschap

Art. 1:80c BW bevat regels over het einde van het geregistreerd partnerschap. Een
belangrijk verschil met het huwelijk is dat een geregistreerd partnerschap onder
voorwaarden met wederzijds goedvinden kan worden beëindigd zonder tussenkomst van
de rechter. Art. 1:80c lid 1 onder c BW ziet op beëindiging met wederzijds goedvinden.
Dit is alleen mogelijk wanneer aan de wettelijke voorwaarden is voldaan; bij
aanwezigheid van kinderen gelden beperkingen, zoals volgt uit lid 3. In de sheets wordt
hierbij tevens een vergelijking gemaakt met art. 1:99 lid 1 onder e BW.

Daarnaast kan het geregistreerd partnerschap eindigen door ontbinding, art. 1:80c lid 1
onder d BW. Ontbinding is technisch het equivalent van echtscheiding bij het huwelijk. In
de sheets wordt dit vergeleken met art. 1:99 lid 1 onder b BW. Diverse
echtscheidingsbepalingen zijn via schakelbepalingen van overeenkomstige toepassing;
genoemd worden art. 1:80d lid 2 en art. 1:80e lid 1 BW.

Een geregistreerd partnerschap kan bovendien worden omgezet in een huwelijk (art
1:80g BW). Daarvoor kunnen praktische, internationale of fiscale redenen bestaan,
bijvoorbeeld wanneer het geregistreerd partnerschap in het buitenland niet of anders
wordt erkend. Het omgekeerde - een huwelijk omzetten in een geregistreerd
partnerschap - is niet mogelijk. In het verleden werd deze route gebruikt om vervolgens
het geregistreerd partnerschap zonder rechter te beëindigen en zo de rechterlijke
echtscheidingsprocedure te omzeilen. De wetgever heeft die route afgesloten: wie voor
het huwelijk kiest, kiest ook voor het daarbij behorende wettelijke kader voor
echtscheiding. Tijdens het college werd opgemerkt dat er wel wordt gediscussieerd over
de vraag of een huwelijk in de toekomst zonder tussenkomst van de rechter zou moeten
kunnen worden ontbonden, maar dat dit op het moment van het college niet de geldende
situatie was.

4. De eerste vraag in iedere huwelijksvermogensrechtelijke casus

Bij iedere huwelijksvermogensrechtelijke casus moet eerst worden gevraagd: is er een
gemeenschap van goederen? Deze vraag vormt het vertrekpunt, zowel op het tentamen
als in de praktijk.

Is er een gemeenschap van goederen?

Zo ja: berust die gemeenschap op de wet of op huwelijkse voorwaarden?

Gaat het om de wettelijke gemeenschap van goederen, bepaal dan welk wettelijk stelsel
toepasselijk is en wat daarin valt.

Gaat het om een gemeenschap die bij huwelijkse voorwaarden is vormgegeven, lees dan
de huwelijkse voorwaarden om te bepalen wat gemeenschappelijk en wat privé is.

Is er geen huwelijksgemeenschap, bepaal dan wat de huwelijkse voorwaarden wél
regelen, bijvoorbeeld een verrekenbeding of juist volledige uitsluiting zonder verrekening.

4.1 Wettelijke gemeenschap vóór en vanaf 1 januari 2018

Nederland kent voor bestaande huwelijken feitelijk twee wettelijke
gemeenschapsstelsels, afhankelijk van het moment waarop de wettelijke gemeenschap is
ontstaan. Voor huwelijken die vóór 1 januari 2018 zonder afwijkende huwelijkse
voorwaarden zijn gesloten, gold als hoofdregel de algehele gemeenschap van goederen.
In grote lijnen viel vrijwel alles in één gemeenschap, behoudens uitzonderingen.

, Vanaf 1 januari 2018 geldt als wettelijk uitgangspunt de beperkte gemeenschap van
goederen. In de introductie van het college wordt dit vereenvoudigd uitgelegd als volgt:
vermogen dat de echtgenoten vóór het huwelijk hadden, blijft in beginsel privé, terwijl
tijdens het huwelijk verkregen vermogen in beginsel in de gemeenschap valt. De precieze
omvang en de wettelijke uitzonderingen worden later in het vak nader behandeld.

4.2 Afwijken bij huwelijkse voorwaarden

Echtgenoten kunnen bij huwelijkse voorwaarden afwijken van de wettelijke
gemeenschap. Zij kunnen zelf een gemeenschap vormgeven en bepalen welke goederen
of vermogensbestanddelen daarin vallen. Zij kunnen ook iedere huwelijksgemeenschap
uitsluiten en daarnaast een verrekenbeding opnemen. Er bestaat dan geen
gemeenschappelijk huwelijksvermogen in de zin van Titel 1.7, maar wel een verplichting
om bepaalde inkomsten of vermogenswaarden met elkaar te verrekenen.

Nog verdergaand is uitsluiting van iedere gemeenschap zonder verrekenbeding. Dit wordt
'koude uitsluiting' genoemd: de echtgenoten zijn financieel in vergaande mate twee
afzonderlijke entiteiten, ieder met het eigen vermogen. Een combinatie van een naar
eigen inzicht ingerichte gemeenschap en een verrekenbeding is eveneens mogelijk.

4.3 Drie basisvormen

De sheets visualiseren drie basisvormen. Bij de algehele huwelijksgemeenschap is de
gemeenschappelijke vermogensmassa groot en zijn de privévermogens relatief klein. Bij
de beperkte huwelijksgemeenschap (o.b.v. wet hetzij o.b.v. huwelijkse voorwaarden) zijn
de privévermogens groter en de gemeenschappelijke massa kleiner. afwezigheid van
een huwelijksgemeenschap zijn er twee privévermogens.

Ook wanneer geen huwelijksgemeenschap bestaat, kunnen echtgenoten natuurlijk samen
goederen kopen. Als zij bijvoorbeeld samen een televisie kopen, ontstaat ten aanzien van
dat specifieke goed mede-eigendom. Daarvoor gelden dan de algemene regels van de
eenvoudige gemeenschap uit Titel 3.7 BW, net zoals wanneer twee huisgenoten samen
een televisie kopen. Een eenvoudige gemeenschap uit Boek 3 moet dus worden
onderscheiden van de huwelijksgemeenschap uit Boek 1.

5. Historische ontwikkeling van de gemeenschap van goederen

5.1 Romeins recht, Germaans gewoonterecht en ius commune

Voor veel privaatrechtelijke leerstukken vormt het Romeinse recht een belangrijk
historisch vertrekpunt, maar voor de huwelijksgemeenschap ligt dat anders. Het
Romeinse recht kende geen gemeenschap van goederen zoals het Nederlandse
huwelijksvermogensrecht die later heeft gekend. Wel bestonden andere
vermogensrechtelijke figuren rond het huwelijk, zoals de dos of bruidsschat: vermogen
dat vanuit de familie van de vrouw aan de man ter beschikking kwam en waarvan bij het
einde van het huwelijk het resterende vermogen in beginsel moest worden
teruggegeven. Dat is echter niet de oorsprong van onze gemeenschap van goederen.

De eerste voorbeelden van een idee van gezamenlijke gerechtigdheid tussen
echtgenoten worden in het Germaanse gewoonterecht gevonden. Dit was aanvankelijk
nog niet overal als een uitgewerkt stelsel vastgelegd. In de Middeleeuwen, in de periode
van het ius commune, verschijnen in bepaalde Duitse Hanzesteden vormen van een
echte, zelfs algehele gemeenschap tussen echtgenoten. Er bestaat een gedachte dat
deze ontwikkeling via de handel invloed op de Lage Landen heeft gehad, maar de
precieze historische oorsprong is niet met zekerheid vast te stellen.

Documentinformatie

Studie
Geüpload op
23 oktober 2026
Aantal pagina's
255
Geschreven in
2026/2027
Type
Samenvatting
$20.75

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
0
Volgers
0
Items
1
Laatst verkocht
-



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen