• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 31 pages
Summary

Samenvatting Aantekeningen Argumentatie | Kritisch Denken | Leiden | 2025/26

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 31 pages

Dit document bevat uitgebreide aantekeningen van de cursus Argumentatie: kritisch denken en logisch redeneren (6471ARGY) aan Leiden University. De stof behandelt de fundamenten van kritisch denken, Kahneman's twee denksystemen, signaalwoorden voor argumenten en standpunten, en diverse vormen van argumentatiestructuren (eenvoudig, meervoudig, onderschikkend, nevenschikkend en complex). Een handig studiemateriaal voor studenten Pedagogische Wetenschappen die snel de kernconcepten willen begrijpen en zich willen voorbereiden op toetsen over logisch redeneren en argumentanalyse.

Content preview

WEEK 1: INTRODUCTIE

Kritisch denken betekent dat je informatie niet zonder meer accepteert. Je gaat zorgvuldig na of er iets tegen
uitspraken of redeneringen in valt te brengen.

Voorbeelden:
Een conclusie kan geldig of ongeldig zijn. Er zijn 4 mogelijkheden:
1. Alleen de eerste conclusie is geldig.
2. Alleen de tweede conclusie is geldig.
3. Allebei de conclusies zijn geldig.
4. Allebei de conclusies zijn niet geldig.

Signaalwoorden standpunt: dus, derhalve, daarom, daaruit volgt.
Signaalwoorden argument: want, omdat, immers, aangezien.

Begrippen:
• Argument = premisse
• Standpunt = stelling
• Conclusie = gevolgtrekking
• Redenering = argumentaIe

Psycholoog Daniel Kahneman maakt onderscheid tussen twee manieren van denken, denksystemen:
• Systeem 1: intuïAef – gedachten die vanzelf in je hoofd komen, gaat automaIsch, geen inspanning
nodig, geen controle.
• Systeem 2: raAoneel – bewuste keuze, mentale inspanning nodig, kriIsch denken.

Voorbeeld
Standpunt: het is levensgevaarlijk om je baby bij je in bed te laten slapen.
Argument: want dat blijkt uit Amerikaans onderzoek.

We nemen beslissingen op basis van aangedragen informatie (ook als het niet relevant is).
We gebruiken aangedragen informatie voor onze beslissingen (priming).
• Kan ook niet relevante informaIe zijn.
• Zoals het plaatje met bloemen of ogen, of de onzinnige vraag bij Ghandi (was Ghandi jonger of ouder
dan 144 toen hij sIerf?).

Hoe gebruiken we de aangedragen informatie?
>> we proberen de wereld om ons heen te begrijpen.
• En leggen daarbij oorzakelijke relaAes.
• (rivier de Thames: meer bommen).
• Die niet noodzakelijkerwijs waar zijn.

We zoeken in de wereld om ons heen een bevestiging van wat te geloven.

Een greep uit de kenmerken van systeem 1 (intuïtief):
• Werkt automaIsch en snel zonder al te veel moeite te doen
• Leidt oorzaken en intenIes af en verzint ze
• Is geneigd om te geloven en te bevesIgen
• GeeZ teveel gewicht aan kleine klassen

,Waarom doen we dat? – systeem 1 toont ons de wereld
• Ordelijker, eenvoudiger, voorspelbaarder, samenhangender
>> dan dat de waarheid eigenlijk is..

Het wetenschappelijke bedrijf
• Doel: kennis verwerven door middel van wetenschappelijk onderzoek.
• Onderzoek gecontroleerd en systemaIsch uitvoeren.
• Het kriIsch reflecteren op eigen en andermans arIkelen is noodzakelijk om kennis van het vakgebied te
vergroten.
Kortom: we moeten aan het werk met systeem 2.


Kritische vragen stellen bij wetenschappelijk onderzoek.

, WEEK 2: ANALYSEREN – STRUCTUUR EN ARGUMENTATIE

Eenvoudige argumentatie
Voorbeeld:
• Standpunt: die diagnose deugt niet.
• Argument: want er zijn mee]outen gemaakt.

= een redenering met 1 argument.

____________________________________________________________________________________

Meervoudige argumentatie
Voorbeeld:
• Die diagnose deugt niet, want er zijn mee]outen gemaakt en er zijn gegevens weggeraakt.

= standpunt met meerdere argumenten.

St: die diagnose deugt niet
^ ^
A1: er zijn meetfouten gemaakt. A2: er zijn gegevens weggeraakt.
___________________________________________________________________________________

Onderschikkende argumentatie
Voorbeeld:
• De diagnose deugt niet, want er zijn mee]outen gemaakt (A1). De thermometer funcIoneerde namelijk
niet goed (A1A1).

= standpunt met meerdere argumenten, waarbij er een relatie is tussen de argumenten.

St: die diagnose deugt niet.
^
A1: er zijn meetfouten gemaakt.
^
A1A1: de thermometer functioneerde niet goed.
___________________________________________________________________________________

Nevenschikkende argumentatie
Voorbeeld:
• Het is terecht dat Antonie als grondlegger wordt gezien. Hij is de uitvinder van de microscoop en hij
ontdekte nieuwe medische en biologische eigenschappen.

= standpunt met meerdere argumenten die standpunt ondersteunen, maar argumenten zijn onafhankelijk.
St: het is terecht dat Antonie als grondlegger wordt gezien.
^ ^
A1: hij is de uitvinden microscoop A2: hij ontdekte nieuwe medische
en biologisch eigenschappen.

, Complexe argumentatie
Voorbeeld:
• Ik voel er niets voor om samen te werken met Paul. Ik vind hem niet betrouwbaar, hij heeZ fraude
gepleegd en hij komt zijn beloZes niet na.

= combinatie van en meervoudige nevenschikkende en/of onderschikkende argumenten.
St: ik voel er niets voor om samen te werken met Paul.
^
A1: ik vind hem niet betrouwbaar.
^ ^
A1A1: hij heeft vroeger fraude gepleegd. A2A1: hij komt beloftes niet na.
___________________________________________________________________________________

Contra-argumenten
Voorbeeld:
• Paul is geen sympathiek mens. Toch denk ik dat het een goed idee is om met hem samen te werken. Hij
heeZ namelijk verstand van zaken doen.

= argumenten die een standpunt aanvallen.

St: het is een goed idee om met Paul samen te werken.

A1: Paul heeft verstand van zaken doen. C1: Paul is geen sympathiek mens.
___________________________________________________________________________________


Deel 2 – meningsverschillen
Argumentatie – definitie: een verbale, sociale en rationele activiteit die erop gericht is een redelijke
beoordelaar te overtuigen van de aanvaardbaarheid van een standpunt door 1 of meer proporties naar voren
te brengen die ter rechtvaardiging dienen van dat standpunt.
• Verbaal: met woorden (mondeling of schriZelijk).
• Sociaal: op andere gericht.
• RaIoneel: door middel van redeneren.


Basisbegrippen:
• ProposiAe: een stelling / uitspraak
® Je kunt er een posiIe over innemen

Standpunt: positieve of negatieve positie ten opzichte van een propositie.
• Twijfel: neutrale posiIe.
• Meningsverschil: standpunten komen niet overeen
® Tenminste 1 standpunt + 1 twijfel.

Document information

Study
Uploaded on
October 23, 2026
Number of pages
31
Written in
2025/2026
Type
Summary
$8.84

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
annaopmeer
3.5
(2)
Sold
30
Followers
17
Items
5
Last sold
1 year ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions