Biologie • 2 VWO • Samenvatting en oefenvragen
Verbranding is de afbraak van glucose waarbij energie vrijkomt. Dit gebeurt in alle levende cellen, dag en nacht. Zonder
deze energie kunnen cellen niet blijven functioneren.
1. Wat is nodig voor verbranding?
• Brandstof: glucose, dat wordt afgebroken om energie vrij te maken.
• Zuurstof: nodig voor de verbranding van glucose.
2. Het reactieschema van verbranding
Glucose + zuurstof → water + koolstofdioxide + energie
De vrijgekomen energie is nodig voor processen in het lichaam. Een deel wordt omgezet in warmte.
3. Verbranding en lichamelijke activiteit
Je lichaam heeft energie nodig om te bewegen, organen te laten werken en de lichaamstemperatuur op peil te houden.
Bij intensiever bewegen hebben je spieren meer energie nodig. Daardoor neemt de verbranding van glucose toe.
• De longen nemen meer zuurstof op.
• Het hart vervoert zuurstof en glucose via het bloed naar de cellen.
• Koolstofdioxide wordt afgevoerd.
Hoe groter de lichamelijke inspanning, hoe meer energie je lichaam doorgaans nodig heeft.
4. Koudbloedige dieren
Koudbloedige dieren hebben een lichaamstemperatuur die sterk afhankelijk is van de omgevingstemperatuur. Bij kou
daalt hun lichaamstemperatuur en verloopt de stofwisseling langzamer. Er komt minder energie beschikbaar, waardoor
ze vaak minder actief zijn.
Sommige koudbloedige dieren houden in de winter een winterslaap. Hun lichaamstemperatuur en stofwisseling dalen,
waardoor ze minder energie en zuurstof nodig hebben.
5. Warmbloedige dieren
Vogels en zoogdieren zijn warmbloedig. Zij houden hun lichaamstemperatuur binnen bepaalde grenzen vrijwel constant.
Bij koud weer is vaak extra verbranding nodig om hun lichaam warm te houden. Daardoor hebben ze vaak meer voedsel
nodig.
Isolatie
Warmbloedige dieren beperken warmteverlies met isolatie. Zoogdieren hebben bijvoorbeeld een vacht en vetlaag; vogels
hebben veren en een vetlaag. Sommige dieren trekken naar warmere gebieden. Dit heet trek of vogeltrek. Andere dieren
houden een winterslaap, waardoor hun energiebehoefte afneemt.
6. Koudbloedig versus warmbloedig
Koudbloedig Warmbloedig
Lichaamstemperatuur hangt sterk af van de omgeving Lichaamstemperatuur blijft relatief constant
Bij kou verloopt de stofwisseling langzamer Bij kou is vaak extra verbranding nodig
Vaak minder actief bij lage temperaturen Kunnen ook bij kou actief blijven
Voorbeeld: schildpad Voorbeeld: vogel of zoogdier
7. Belangrijke begrippen
• Verbranding: afbraak van glucose waarbij energie vrijkomt.
• Stofwisseling: alle chemische omzettingen in cellen.
• Warmbloedig: een dier dat de lichaamstemperatuur grotendeels constant houdt.
• Koudbloedig: een dier waarvan de lichaamstemperatuur sterk afhankelijk is van de omgeving.
Biologie 2 VWO Pagina 1